Waarom zou je een literair tijdschrift lezen? En zijn die niet allemaal hetzelfde? Op zoek naar een antwoord op die vragen, vandaag de laatste aflevering: Tirade.
Chris de Stoop schreef een boek over de eerste westerse zelfmoordterroriste. Voor de reconstructie van het leven van de 38-jarige Belgische ging hij naar Irak.
Vergankelijkheid. Het komen en gaan van mensen. Een thuis vinden maar er niet kunnen blijven. Daarover gaan de even harde als poëtische boeken van Jenny Erpenbeck. ‘Wie links was, die moest weg.’
Een verklaard liefhebber van ‘Max Havelaar’ zette zich aan een hertaling. Een waagstuk bij een boek dat wordt beschouwd als nationaal erfgoed. Maar in dit geval liep het goed af.
Voor haar biografie van prins Bernhard heeft Annejet van der Zijl zich minder ingeleefd in de hoofdpersoon dan in zijn tijd. De figuur Bernhard lijkt haar niet zo veel te kunnen schelen. Wél zijn lidmaatschap van de NSDAP.
Acht jaar na zijn laatste roman levert Joost Zwagerman in het Boekenweekgeschenk ‘Duel’ weer fictie af. Als ‘chroniqueur van zijn tijd’ wil hij in zijn romans het volle leven binnenhalen. Lukt het dit keer? En wat hebben zijn hoofdpersonen toch gemeen?
Als Belgian suicide bomber haalde Muriel Degauque vier jaar geleden de voorpagina's. Hoe zij tot haar daad kwam achterhaalde Chris de Stoop overtuigend.
De hoofdpersoon van Pieter Waterdrinkers nieuwe roman verruilt Hollands calvinisme voor voortfeestende nouveau riche in Moskou. Ze ontdekt de pijnlijke leegte achter de orgie.
In het werkelijke leven mag opgroeien vaak een feest zijn – grotere vrijheid, betere seks, meer geld, minder jeugdpuistjes – in de literatuur is het de hel. Boeken selecteerde elf klassieke ontwikkelingsromans en tien jonge tobbers uit de wereldliteratuur.