‘Ik ben de grootste misdaadauteur van de VS’
James Ellroy over verbeelding in historische en misdaadromans
Acht landen in twee weken doet hij aan, een helse tour voor de Amerikaanse auteur James Ellroy (61). „Het maakt mij niet uit waar ik ben”, zegt hij, gezeten in de lobby van een Antwerps hotel. „Ik ga toch niet kijken in de steden die ik aandoe.”
Het is hem voldoende, zegt hij, in zijn kamer te zitten, alleen met zijn gedachten, niet in het minst over de vele, naar zijn stellige bewering zeer goede boeken die hij nog gaat schrijven. „Het is mij voldoende om met mijzelf alleen te zijn en na te denken. Kranten lees ik niet, radio en tv volg ik niet, internet heb ik niet. De Facebook-pagina waarop u gezien hebt dat ik zoveel steden aandoe, wordt voor me bijgehouden door een assistent.”
Lezen doet hij ook nauwelijks. Hij heeft in de wereld om hem heen alleen nog wat belangstelling voor de muziek uit de Romantiek. En dat houdt verband met zijn bewondering voor de enige kunstenaar met wie hij vergeleken kan worden, zegt hij: de componist Beethoven. „En dan vooral de oude, dove Beethoven. Die hoefde geen muziek te kunnen luisteren om toch geweldige symfonieën te kunnen componeren.
„Mijn boeken schrijf ik op dezelfde manier. Op bed in een verduisterde kamer, liggend op mijn bed. Ik heb niets anders nodig om ideeën op te doen. Vervolgens maak ik een ontwerp voor mijn boek, want alles moet exact in elkaar passen.” Dat concept voor Blood’s a Rover (Het bloed kruipt) – het boek dat Ellroy nu in Europa aan het promoten is – was 400 handgeschreven pagina’s dik, ongeveer tweederde van de omvang van de uiteindelijke roman.
Een auteur met zo’n solitaire methodiek hoeven we vermoedelijk niet naar zijn indruk van het tijdperk Barack Obama in de Amerikaanse politiek te vragen?
Ellroy: „Inderdaad, ik weet daar niets van en het interesseert me niet. De enige president voor wie ik bewondering heb gehad, was Ronald Reagan. Die verlaagde de belastingen en maakte een eind aan het communisme onder Gorbatsjov. Ik ben voor lage belastingen. Ik moet aan verschillende vrouwen alimentatie betalen.”
Om dezelfde reden heeft hij aan Hollywood de filmrechten van twee boeken – The Black Dahlia en L.A. Confidential – verkocht. Maar de films die ze ervan gemaakt hebben, goed of slecht, boezemen hem al evenmin enig belang in, zegt hij.
Hij spreekt snel en nadrukkelijk, zonder pogingen tot humor – wel af en toe met het woord ‘fucking’ in een zin. Dat lijkt op de stijl van zijn boeken, veelal staccato geschreven romans. Aanvankelijk ging het daarbij om gedreven misdaadromans, spelend aan de zelfkant van de Amerikaanse samenleving – de wereld van sleazy bars in half-landelijke voorsteden, willige vrouwen van slecht allooi, de kleine criminaliteit en de kleine of grote geweldsdelicten.
Oppervlakkig bezien is zijn laatste roman, Blood’s a Rover, geen misdaadroman, maar een historische roman. Het boek is de afsluiting van een trilogie die Underworld USA heet en de Amerikaanse geschiedenis tussen 1957 en 1972 heet te behandelen.
Maar verwacht van Ellroy geen conventioneel of zelfs maar betrouwbaar geschiedverhaal. Hij schetst het tijdsgewricht aan de hand van vijf fictieve personages (drie mannen en twee vrouwen) die in opdracht van de FBI, de maffia, en nog veel andere heimelijke belangen zoals die van de excentrieke miljardair Howard Hughes, bezig zijn met een groot aantal samenzweringen, intriges en gruwelijke gewelddaden.
De romans van Underworld USA vormen zo een voortzetting van Ellroys misdaadromans met andere middelen. Historische wandaden als de moord op John Kennedy, Robert Kennedy en Martin Luther King hebben in deze methodiek plotseling te maken met de onderdrukte homoseksualiteit van FBI-chef John Edgar Hoover, het streven van de maffia om door list en bedrog de casino’s van Las Vegas wel aan Hughes te verkopen, maar de winsten van de speeltafels te houden, de wens van het politieke establishment de Black Panter-beweging kapot te maken, en het seksueel voyeurisme van een van de protagonisten. En niet alleen hebben ze ermee te maken, ze worden er ook door verklaard. Historisch niet helemaal juist.
Ellroy: „Aan alles in mijn boeken ligt grondig onderzoek ten grondslag, dat assistenten voor mij hebben gedaan. Mijn rol als schrijver bestaat eruit dat ik de dingen aan elkaar verbind. Ik pretendeer niet dat het zo gegaan is als ik in mijn boeken beschrijf. Maar het had zo kunnen gebeuren – daar sta ik voor in. Ik kan elke komma verantwoorden als historisch accuraat.”
‘Ik ben voor lage belastingen. Ik moet aan verschillende vrouwen alimentatie betalen’
Maar het gaat hier wel om fictie, niet om geschiedschrijving in gebruikelijke zin. Wat heeft u bijvoorbeeld bewogen om in ‘Blood’s a Rover’ fictieve documenten zoals afluisterrapporten en memoranda op te nemen, waarin de naam van historische personen voorkomt? Dat wekt toch op z’n minst de indruk van historische accuratesse.
„Die documenten zijn noodzakelijk om het verhaal te vertellen en te zorgen dat de lezer de draad niet kwijtraakt. Dat is een normale romantechniek”.
In zekere zin bent u een moralist: u klaagt aan, al is het perverse machtsdenken waarop u het hebt gemunt niet de aanvaarde historische werkelijkheid.
„Zeker ben ik een moralist. Mijn moeder heeft me ook religieus opgevoed, in de Lutherse kerk. De wereld is een fucking mess, dat kan niet voldoende beschreven worden.”
De criticus van ‘The New York Times’ neemt het u kwalijk dat in ‘Blood’s a Rover’ uw drie mannelijke protagonisten zich in hetzelfde gewelddadige en van seks en racisme doortrokken jargon uitdrukken, waardoor vaak onduidelijk is wie van hen aan het woord is, en ook eigenlijk vanuit welk vertellers-standpunt de roman is geschreven.
„Dat is niet waar, ze hebben alle drie hun eigen jargon, alles is volkomen duidelijk in mijn boek.”
Wat heeft u bewogen om juist de periode 1957-1972 uit te kiezen voor uw trilogie? Wat is er in die jaren gebeurd met Amerika, welke ontwikkeling heeft uw land doorgemaakt?
„Dat weet ik niet, want ik had in die jaren geen oog voor wat er in de wereld om mij heen gebeurde. Ik was in die jaren vooral met mijzelf bezig, zoals ik dat in My Dark Pages hebben beschreven: ik was een insluiper, ik begluurde vrouwen in hun huis.”
In een interview met de ‘The Paris Review’ heeft u zich beklaagd dat journalisten zich alleen maar voor de dood van uw moeder en uw seksuele leven en crimineel verleden interesseren. ‘Dat ik meestentijds in bibliotheken zat te lezen, daar stelt niemand belang in’, zei u daar. Wat las u in die tijd zoal?
„Uitsluitend detectives en misdaadromans. Ik heb nooit iets anders gelezen.”
Uw eerste roman is uit 1981: ‘Brown’s Requiem’. Wanneer wist u dat u schrijver wilde worden?
„Ik wist altijd al dat ik schrijver wilde worden. Maar er kwam niets van, heel lang. Ik kon pas gaan schrijven toen ik eind jaren zeventig de drugs, en later de drank afzwoer.
Sindsdien vertoont mijn schrijverschap een opgaande lijn. Ik word steeds beter. Ik ben de grootste misdaadauteur van de Verenigde Staten”.
Bent u van zins om door te gaan met het schrijven van historische romans?
„Ja, maar eerst komt er een boek over de vrouwen van mijn leven, naar het voorbeeld van mijn My Dark Places. Daarna volgt een serie nieuwe historische romans – ik schrijf graag romans in een cyclus. In mijn hersenen zijn die boeken al aan het ontstaan.”
Dan zullen we weten door welke samenzweringen de Amerikaanse politiek na 1972 is voortgedreven?
„Nee, want ik ga terug naar de tijd vóór 1957, het jaar waarin Underworld USA begint. De wereld zal nog opkijken van die boeken, ze worden het beste wat ik ooit geschreven heb.”
Het interview is voorbij. De assistent van de uitgeverij staat gereed om Ellroy op de Thalys van Antwerpen naar Amsterdam te zetten. En zowaar verheugt de Amerikaanse sterauteur zich ergens op. „Het schijnt dat er vlak bij mijn hotel zo’n instituut is waar je in eenzaamheid jezelf kunt laten drijven in een zoutwaterbad, in het donker, met een deksel erop. Dat ga ik doen vanavond.”
James Ellroys onderwerpkeuze leek aanvankelijk vooral geïnspireerd door de moord op zijn moeder toen hijzelf tien jaar was. Ellroy heeft die moord, en zijn beleving ervan, gedocumenteerd in zijn autobiografische My Dark Places, maar misschien nog indrukwekkender, indirect, in de roman The Black Dahlia uit 1987. Die heeft een waargebeurde, en met die op zijn moeder vergelijkbare moord als onderwerp, waarbij een met een mes bewerkt lijk langs de weg wordt teruggevonden. In het boek, dat zijn doorbraak als toonaangevend Amerikaans auteur was, wordt de moord opgelost – die op zijn moeder bleef onopgelost.
Lees verder
- Ellroy, James
Sinds de publicatie van My Dark Places (1996), een autobiografische roman waarin hij 36 jaar na ...
Besproken boek
- Het bloed kruipt
auteur: Ellroy, J.
Besproken boek
- Het bloed kruipt
auteur: Ellroy, J.

