Neem de bus naar Piatigorsk!
Hoogleraar Karl Schlögel over de 'zwarte gaten' van Europa
Wilmersdorf is nu een onopvallend, wat gezapig stadsdeel, maar tot bijna twintig jaar geleden was het onderdeel van West-Berlijn, een enclave in een enclave, een eiland in het Oostblok.
De schrijver en hoogleraar Oost-Europese geschiedenis Karl Schlögel (1948) woont er. Op een zaterdagochtend in november haalt hij voor zijn bezoek herinneringen op van voor de 'Wende', gedachten aan de enclave waarin hij woonde. 'Ik wist dat de Muur zou vallen'; zegt hij, 'Toen op de Potsdamer Platz, op dat moment een woestenij middenin de stad, een grote zwarte markt ontstond. Op de een of andere manier was het voor Polen mogelijk in West-Berlijn te komen. Duizenden van hen trokken erheen. Opeens kon je Poolse boter kopen, Poolse groenten, Pools vaatwerk. Er ontstond een prettig soort chaos. De Polen bewezen dat de Muur poreus werd, ze ondermijnden hem. Het is jammer dat men altijd alleen de grote gebeurtenissen herdenkt. Want het vallen van de Muur was niet de doorbraak; eerder het slot van allerlei kleine verschuivingen van daarvoor.''
De spontane bazaar als teken van verandering. De honderden kleine menselijke bewegingen die uiteindelijk samen voor een grote beweging zorgen, die dan historische kentering heet. Het zijn twee voorbeelden van het soort observaties dat Schlögel tot zo”n boeiende schrijver maakt. „Steden lezen”, doopte hij zijn onderzoeksmethode. In zijn in het Nederlands vertaalde boek met die titel, een compilatie van essays uit de afgelopen tien jaar en het resultaat van bijna dertig jaar reizen per trein naar Europa, reist hij naar bij West-Europeanen vaak onbekende plekken in het Oosten: naar Kaliningrad, Magnitogorsk, Breslau.
Als schrijver is Schlögel lyrisch en microscopisch observator tegelijk. Hij is in staat door het verkruimelend beton van een hedendaagse stad haar vroeg twintigste-eeuws gedaante te zien, plus de ideologische cyclonen die er in de twintigste eeuw overheen raasden. Hij heeft begrip voor het heimwee dat het gevolg is van de vele Oost-Europese gedwongen volksverhuizingen. Hij is vol bewondering voor de vastberadenheid van de hedendaagse Oost-Europeanen om iets van hun leven te maken. Als geen ander wordt hij geraakt door het zich openende, ontwakende Oost-Europa en weet hij zijn opwinding daarover aan de lezer over te brengen. De bruisende tweedehandsautobazaar in de Litouwse provinciestad Marijampolé! Het aardoppervlak met auto's geplaveid! De nieuwe, kleurrijke forensen en goederenstromen tussen Talinn en Berlijn, tussen Konin en Poznán!
Schlögel heeft weinig op met de vermoeide Europaretoriek van beleidsmakers en conferentiegangers. Veel belangrijker acht hij de 'onstuitbare kruipstromen van het Europa aan de onderkant'. Daarmee bedoelt hij het mensen-Europa, de beweeglijke massa handelaars, truckchauffeurs, toeristen en uitwisselingsstudenten die in staat blijkt verwoeste, of tot stilstand gekomen steden weer tot leven te wekken.
Om het continent te begrijpen, gaat Schlögel te rade bij autoatlassen en dienstregelingen van busmaatschappijen en vliegmaatschappijen, onooglijk papier vol exotische plaatsnamen die hij leest als poëzie. "Angela Merkel wint prijs op prijs voor haar vermeende bijdrage aan de toekomst van Europa", zegt hij in zijn werkkamer. "Wat mij betreft geven ze zo'n prijs eens aan een busonderneming als Eurolines, of aan een vliegmaatschappij als Ryanair. Niet om reclame te maken, maar omdat goedkoop vervoer meer bijdraagt aan de eenwording van Europa dan welk beleid ook. Eurolines en Easyjet of Ryanair zijn geen onderdeel van het idee Europa, ze zíjn het nieuwe Europa. Buiten Frankfurt aan de Oder, waar ik ook doceer, is een grote centrale busterminal. Twee à drie keer per week gaat daar de bus naar Piatigorsk op de noordelijke hellingen van de Kaukasus. Zo'n route zou er niet zijn, als hij niet gebruikt werd. In zo'n bus kun je Europa in the making observeren. Bij Europa zit het probleem in het management. Maar met de Europeanen is niks mis. Europa beweegt, leeft."
Schlögel woont in een stille straat, op de bovenste verdieping van een oud pand. Binnen lijken de metershoge boekenkasten ieder geluid te dempen, net als de natte sneeuw die zachtjes neervalt.
U maakte de grote transformatie van Berlijn mee: van zwart gat tot knooppunt van beweeglijkheid. Heeft dat uw werkterrein bepaald?
"Voor mijn generatie is het onmogelijk deze periode te vergeten," zegt Schlögel, en de kracht van de herinnering is aan zijn gezicht af te zien. Ik heb met een Muur geleefd. Mijn generatie zat opgesloten, kon alleen bewegen door kanalen, corridors. Het oversteken van de grens was een rite de passage, waarbij je elke keer weer ontdaan werd van je illusie van vrijheid. Je paspoort afgeven, kijken in de gezichten van de soldaten, de stompzinnigste vragen beantwoorden."
Schlögel werd geboren in Beieren en studeerde in Berlijn in de late jaren zestig en zeventig. Toen ging hij er weg, 'zoals iedereen die carrière wilde maken.' Begin jaren tachtig keerde hij terug. "Ik verhuisde naar een stervende stad, maar ik dacht wel dat het een tijdelijk verval zou zijn. Ik woonde in Kreuzberg, in een doodlopende straat, vlakbij de grensovergang Schlesinger Tor. Je zag de treinen aan de oostkant. De Amerikaanse jeeps scheurden aan de westkant door de straten. Er stond hoogspanning op de stad, elke verandering in de atmosfeer was scherp waarneembaar. Maar eind jaren tachtig veranderde dat. De stress vloeide weg en er kwam een nieuw soort opwinding voor in de plaats. In grote delen van Kreuzberg doken jongeren op. In lege gebouwen ontstonden café's, allemaal tekenen van nieuw leven."
Inmiddels lijkt het volgens Schlögel soms alsof de Muur alleen nog een toeristenattractie is. Maar dat is bedrieglijk. "De „Maur im Kopf” bestaat nog bij iedereen van mijn generatie, al was het alleen maar omdat je sommige delen van de stad veel beter kent dan andere. West- Berlijn heeft in mijn hoofd een voorsprong die Oost-Berlijn nooit meer kan inlopen."
Wat heeft de „Wende” betekend voor het oude West-Berlijn?
"West-Berlijnse wijken als Charlottenburg en Wilmersdorf zijn weggekwijnd. Het culturele leven speelt zich elders af, niet langer hier. Zoals bekend heeft het centrum van Berlijn zich naar het oosten verplaatst. Het lijkt na twintig jaar alsof de stad een eenheid is, met een echt hart. Maar de tweedeling valt nog altijd gemakkelijk te herkennen. Een voorbeeld: West-Berlijners konden niet reizen in Oost-Duitsland. Om te ontsnappen kochten ze buitenhuizen in Bayreuth, in West-Duitsland, en die hebben ze daar nog steeds. Hun routes zijn niet veranderd."
In uw boek noemt u het huidige Berlijn een themapark van de 20ste eeuw.
"Dat is vooral een sneer jegens politici die denken dat de wedergeboorte van Berlijn het resultaat is van hun beleid. Ik erger me aan de bombast van stadsbestuurders en de stadsmarketeers die Berlijn aanprijzen als 'het hart van Europa, het boegbeeld van een continent'. Dat gaat volstrekt voorbij aan de onstuurbaarheid van zo'n proces, aan de langzame, grillige accumulatie van vitaliteit die een stad doet veranderen. Het gaat niet, of niet alleen, om prestigeprojecten als de Potsdamer Platz of de Reichstag. Het gaat juist om de vingertoppen en de tenen van Berlijn, hoe de stad daarin weer tot leven komt.
"Je ziet de laatste jaren bijvoorbeeld dat de kleine mazen worden hersteld. Veel huizenblokken misten hun hoekpanden, die bij straatgevechten of granaatsinslagen als eerste getroffen werden: vaak zijn daar in de loop der tijd kleine bouwsels gekomen, zoals koffietentjes en autowerkplaatsen. Nu worden veel van die hoekpanden herbouwd. Wat voor huizen worden dat, en hoe veranderen al deze kleine reparaties samen het aanzien van de stad? Dat interesseert mij meer dan het nieuwe Hauptbahnhof.
Iets anders waar stadsmarketeers nooit over praten is migratie. Maar een stad komt pas weer tot leven als er nieuwe mensen doorheen trekken, zoals momenteel de vele rijke Moskovieten die hier een weekendje komen winkelen. Zodra de Muur viel, waren er al nieuwe mensen in de straten, nieuwe geluiden, nieuwe talen, nieuwe manieren. Jaren struikelde je in de U-bahn over de muzikanten: Oekraïners, Polen, Moldaviërs, Russen, vaak met conservatoriumdiploma”s op zak. Sinds een jaar of vier zijn die allemaal weer verdwenen. Waarom? Waarheen? Je zou er een boek over kunnen schrijven."
ln Steden lezen schrijft Schlögel ook over stilstand, over de isolatie in enclaves en achtergebleven gebieden. Hij heeft het over 'plaatsen die uit het nieuwe Europa vallen, die tijd en kracht hebben verloren, zoals Belgrado, of Wit-Rusland onder de dictator Loekasjenko, volgens Amnesty International de enige plek in Europa waar gevangenen nog terechtgesteld worden. 'Ons beeld van Europa zou onvolledig en helemaal verkeerd zijn', schrijft Schlögel, 'als we de ogen sloten voor het bestaan van „zwarte gaten” in Europa.'
"Als ik vroeger de trein nam naar Moskou," vertelt Schlögel, "Dan dacht ik: je valt nu uit de tijd. Alles vertraagde. Haast hebben was onbegonnen werk. Je maakte een overgang van ergernis door, en dan paste je je aan. Een telefoontje plegen in Moskou was een avontuur. Je moest in de rij staan, een formulier invullen, dan kon je drie minuten bellen voordat je in het midden van een gesprek werd afgebroken. Mijn studenten, die vaak na 1990 geboren zijn, begrijpen daar niets meer van. Als ik ze vertel dat je geld moest wisselen en een visum nodig had om van het ene deel van Berlijn naar het andere te komen, staren ze me verbijsterd aan. Mijn Poolse uitwisselingsstudenten kennen Solidarnosc niet eens, of beschouwen het als ancient history. Het heeft niet hun primaire belangstelling. Ze willen geen geschiedenis, ze willen vooruit, opwaarts!
Hoe zit het met Europa als geheel? Volgens de Singaporese econoom Kishore Mahbubani zakt het weg op het wereldtoneel. In de aanloop naar de Irakoorlog classificeerden Amerikaanse oorlogshaviken West-Europa als oud en irrelevant. En dan is er nog het beeld van fort Europa, dat gelukszoekers buiten de deur houdt.
"Inderdaad lijkt Europa soms op een gated community, een enclave van bezadigdheid in een chaotische wereld. Maar Europa is nog steeds machtig, en zeker in staat die wereld mede vorm te geven. Alleen moet het dan wel leren dat het niet langer de maat der dingen is. Weinig wijst erop dat de rest van de wereld Europa”s hoge levenstandaard en mate van efficiëntie kan bereiken, en zelfs Europa zal die misschien los moeten laten."
Kunnen West-Europeanen iets leren van de geschiedenis van Oost-Europa?
"De twintigste-eeuwse geschiedenis van Oost-Europa was nog tragischer dan die van West-Europa. Oost-Europa is bijkans vermorzeld tussen het Derde Rijk en het Sovjet-rijk. Dat het na zoveel vernietiging toch weer is opgeveerd is, denk ik, een belangrijke les. In '45 kon niemand raden dat steden als Minsk of Warschau weer groot en vitaal zouden kunnen worden.
En er is nog een les. Door hun dubbele ervaring met totalitarisme zijn Oost-Europeanen in het bezit van een aanzienlijke „Krisen-Kompetenz”, het vermogen om hun leven min of meer draaiende te houden terwijl de staat je laat stikken of tegenwerkt. Ik weet niet hoe wij in het Westen zouden reageren op een majeure crisis. We zijn hier chaos ontwend."
Zal globalisering de Europese „zwarte gaten” doen verdwijnen?
"Misschien, maar dan zullen er weer nieuwe zwarte gaten ontstaan. Het is wellicht mogelijk dat Wit-Rusland zich wat opent. Vorige maand bijvoorbeeld, hebben twee kranten in ballingschap, toestemming gekregen om weer in het land zelf te verschijnen. Belgrado was ooit een geweldige stad, nu is het de doodlopende straat van een natie. Toch weiger ik te geloven dat het Belgrado”s lot is de stad van Milosevic te blijven."
Over het geheel genomen is het meest kloppende beeld van het hedendaagse Europa;, besluit hij, dat van een archipel. "Wat je ziet, is een verdeling tussen hypertech en highspeed corridors, met daartussenin provinciale en gereprovincialiseerde enclaves. Als je 's nachts over Europa vliegt, kun je dat heel goed waarnemen: de lichtwolk van Londen tot Moskou is een soort Melkweg, met daartussen de duistere vlekken waar weinig of geen licht brandt. Ik voorzie dan ook de opkomst van een veld van tegenstelling en conflict dat we in Europa allang waren vergeten: de kloof tussen stad en platteland, een kloof in belangen, behoeften, waarden, welstand en perspectief. In Rusland stormt de helverlichte planeet Moskou de 21ste eeuw binnen. De rest van het land is door de totale collapse van de infrastructuur juist een eeuw achteruitgegaan, echt teruggezonken in de negentiende eeuw."
Uit uw boek komt de vroege 21ste eeuw in Europa vooral naar voren als de tijd van migratie en commercialisering. Dit in tegenstelling tot de destructie en stilstand van de twintigste eeuw.
"Het zou mooi zijn als dat bewaarheid werd, maar ik ben daar niet zeker van. De netwerken die ik beschrijf zijn weliswaar veerkrachtig, maar ook fragiel. Inderdaad, ik ben hoopvol als ik zie hoe Beierse zakenlieden forensen naar Milaan, of hoe nieuwe netwerken van evenementen, van Gay-Parades en City Marathons, Europese steden met elkaar verknopen. Maar ik kan het niet laten om te bedenken: kan deze highspeed-cultuur tot stilstand komen? En zo ja, wat zou zo'n stilstand kunnen veroorzaken? Geldgebrek? Gebrek aan kerosine? Een aanslag? Vlak na '11 september' was Manhattan een plek waar de mensen weer moesten lopen, een plek die afgesneden was van de wereld, waar geen vliegtuigen meer aankwamen of vertrokken. 'Als een eiland uit de tijd van voor Columbus', schreef iemand. Niemand kon de klap van 9/11 voorspellen. Het zou arrogant zijn te veronderstellen dat de 21ste eeuw vrij zal zijn van de schokken die de twintigste eeuw hebben gekenmerkt."
Lees verder
- 10-10-2008 recensie: Graven in het Babylon van blik
- Schlogel, Karl
