Op zoek naar argeloosheid

`In buien van verwarring lees ik Kuifje om tot rust te komen' Gesprek met schrijver Thomas Verbogt

In `Het ongeluk', de nieuwe roman van Thomas Verbogt, draait alles om het verloren paradijs. ,,De vraag `wat is geluk' houdt me erg bezig.''

Ze liegen erop los, schrijvers. Het mooie is dat ze dat mogen, anders dan aankomende prinsessen of leden van de Tweede Kamer. Schrijvers mogen hun leven op leugens bouwen, ze verzinnen een verleden zonder daarmee, zoals gewone stervelingen, hun toekomst te vergallen. Maar als je doorpraat, gaat het toch over hun eigen werkelijkheid, meestal.

Thomas Verbogt (1952) heeft zijn nieuwe roman Het ongeluk aan een leugenaar gewijd. Niet het type pathologische leugenaar, maar het liegbeest van het slag dat iedereen wel kent: een `normaal' mens, maar iemand die nu eenmaal iets verborgen wil houden en zich zodoende in zijn eigen verzinsels verstrikt. Zijn hoofdpersoon Rik van Maanen heeft de wereld een verschrikkelijk verhaal verteld over zijn ex-geliefde Marleen, hij heeft haar dood verklaard, maar daarmee zichzelf het leven onmogelijk gemaakt.

,,Ik herken veel in fantasten'', zegt Verbogt. ,,Zelf ben ik ook iemand die graag fabuleert. Het lukt me bijvoorbeeld niet om een brief aan mijn zus in Griekenland te schrijven zonder van alles te verzinnen. Ik heb moeite me tot de werkelijkheid te bepalen, gelukkig kan ik mijn fantasieën in mijn werk kwijt.'' We praten op zijn zonnige etage in de Amsterdamse Pijp aan de rand van het Sarphatipark. Als je naar buiten kijkt, lijkt het alsof hij midden in een herfstbos woont. Binnen is elk plekje aan de muur behangen met werk van onder anderen Lucebert, Sjoerd Bakker, Joost Veerkamp, Gummbah, Joost Swarte, Caroline Koenders, José Fernanada.

Aan de straatkant bij het raam staat een slaapbank. Op de vensterbank ernaast ligt een berg van zeker tien horloges, waaronder een aantal fraaie Kuifje-uurwerken. Verbogts romans en verhalenbundels, inmiddels vijftien in getal, gaan vrijwel altijd over tijd: verloren tijd, verspilde tijd, droomtijd, in zijn nieuwe roman zelfs `fantoomtijd'. Maar daar hebben die klokjes in de vensterbank niets mee te maken. ,,Ik doe 's nachts mijn horloge af en 's ochtends wil ik niet hoeven zoeken, dus graai ik er één uit deze stapel.''

Normaal gesproken begint Verbogts dag in alle vroegte met een uur hardlopen langs de Amstel. Onderwijl bedenkt hij de column die hij driemaal per week voor het dagblad De Gelderlander schrijft, ontwerpt hij een idee voor zijn komische radiocolumn voor het VPRO-programma Music-Hall, borduurt voort op een roman of toneelstuk dat hij onderhanden heeft of laat zijn gedachten gaan over de cabaretteksten die hij voor Nilgün Yerli schrijft.

Veelzijdig
Binnenkort trekt hij ook weer het land in met het literaire programma De Wereld van de Literatuur, waarin hij samen met collega-schrijvers Karel Glastra van Loon en Manon Uphoff optreedt. Hij is actief op vele fronten, maar de veelzijdige en energieke Verbogt, die in 1981 debuteerde met de verhalenbundel De feestavond, is toch vooral schrijver. Hij is een meester van de dialoog – het genre waarin hij les heeft gegeven op de schrijversvakschool 't Colofon.

Thomas Verbogt – geboren en opgegroeid in Nijmegen, waar hij het katholieke Canisius College bezocht en Nederlands studeerde (,,niet afgemaakt'') – lijkt op de personages in zijn romans. ,,Ik gebruik eigen ervaringen in mijn werk, maar de problemen waarmee mijn figuren worstelen, vergroot ik sterk uit. Mijn nieuwe boek kun je beschouwen als een afsluiting van een reeks romans over tijd, herinnering, nostalgie, onverwerkt verleden. Alles wat ik maak – ook Het ongeluk – gaat over het verloren paradijs. Je weet dat je eruit bent verjaagd, of jezelf eruit hebt gezet, maar je blijft op zoek naar elementen uit dat paradijs. Meestal zijn dat geen grote dingen. In Onze dagen (2001) laat ik een vrouw aan de hoofdpersoon vragen: we waren gelukkig samen, maar zeg eens waarom? Noem eens vier momenten waarop je echt heel gelukkig was? Die vraag: wat is geluk en wanneer beleef je het, houdt me erg bezig. En dan bedoel ik niet het geluk dat samenhangt met succes, een goede liefdesrelatie, geld of reizen. Het zijn kleine dingen die een explosief geluksgevoel kunnen veroorzaken. Mijn personages zijn, zoals de meeste mensen, niet in staat geluk vast te houden. Maar je leert wel om eraan terug te denken. Ik geloof dat geluk bestaat uit momenten die uit het verloren paradijs komen: je kinderjaren, het gevoel van veiligheid als je in de kamer speelde. Momenten waarop je denkt: mij kan niets gebeuren.

,,Geluk komt neer op het vermogen onbevangen in de wereld te staan. Niet bevangen door wat je moet doen, niet door verplichtingen, niet door schuldgevoelens. Het verlangen naar argeloosheid, het thema van mijn boeken, is wat ik wezenlijk vind. Dat je om kunt gaan met mensen zonder dat je hoeft te denken: hoe moet ik me manifesteren, waar moet ik rekening mee houden, kan ik dit wel zeggen, gelooft hij of zij mij wel? Die argeloosheid zoek ik. Maar ze verdwijnt naarmate je leven vordert. Rik van Maanen kan nooit meer, geen moment, argeloos zijn. Hij heeft het vermogen om zich over te geven aan geluk verspeeld. Daarom kan hij ook niet meer overweg met zijn jeugdvriend David. Alles aan David confronteert hem met wat hij zelf niet is. David leidt een leuk, open leven, alles in orde. Met Rik is het op het oog ook wel voor elkaar, maar iets klopt niet. Als hij met David de vriendschap weer zou willen oppakken, staat dat `iets' daaraan in de weg.''

In Het ongeluk is de hoofdpersoon tien jaar na het aflopen van zijn liefdesrelatie met Marleen een verhouding begonnen met de jazz-zangeres Anna. Ook tegenover haar heeft hij gelogen over zijn verleden. Had Anna's liefde in stand kunnen blijven als ze achter de waarheid was gekomen? Psychologisch gezien een interessante casus.

,,Ik denk het wel'', zegt Verbogt, ,,Anna deugt heel erg. Maar hij kan niet verder met haar, omdat hij alles afmeet aan het deels gefantaseerde geluk dat hij met zijn eerste geliefde gekend heeft. Hij staat zichzelf geen nieuw geluk toe, wat in het normale leven natuurlijk wel gebeurt: het leven gaat verder, je verandert, het geluk kan je op een hele andere manier overvallen. Ik ben ervan overtuigd dat je te allen tijde met iets nieuws kunt beginnen. Voor het romanpersonage Rik is dat onmogelijk, zijn leven is met het creëren van die levensgrote leugen eigenlijk afgelopen. Al zou hij in theorie in een totaal vreemde wereld, waar niemand hem kent, opnieuw kunnen beginnen met het opbouwen van een geschiedenis die niet vals is.''

Opnieuw beginnen
Het ongeluk eindigt in Tibet, waar Rik naartoe is gereisd. Verbogt heeft zelf ook wel eens met de gedachte gespeeld om te vertrekken en ergens anders helemaal opnieuw te beginnen. ,,In Het ongeluk komt een passage voor waarin Rik en David samen op de Puch de wereld in willen trekken, Kerouac achterna. Zoals zoveel romantische pubers ben ik dat ooit met een vriend samen serieus van plan geweest, maar we hebben het niet gedaan.''

In de roman wordt de reis naar Tibet ingegeven door de strip Kuifje in Tibet. Kuifje is zijn held. ,,Kuifje was liefde op het eerste gezicht. Toen ik zes was kreeg ik De sigaren van de farao, een openbaring. Mijn wereld was niet zo groot, we woonden in Nijmegen, mijn ouders hadden geen auto, we hadden geen tv. Kuifje opende de wereld voor me. Het mooie was dat de Kuifje-reeks nog aan het groeien was. Dan zag je in de etalage van de boekhandel Het geheim van de eenhoorn. Op de voorkant stond kapitein Haddock in een vreemd kostuum en dan moest ik weten wat zich in dat boek afspeelde. Meestal moest ik wachten tot mijn verjaardag of sinterklaas en intussen bleef ik maar fantaseren over wat er in zou staan. Die spanning werd enorm groot. Maar het viel nooit tegen. Toen ik Kuifje in Tibet had gelezen dacht ik: daar wil ik absoluut naartoe, naar die grote witte wereld. Twee jaar geleden ben ik eindelijk gegaan. Ik was een paar dagen in Katmandu om over te stappen op een vliegtuig naar Tibet. Toen ik daar over een markt liep dacht ik ineens: dit is de markt uit Kuifje. Ik heb ter plekke een Engelstalige Kuifje in Tibet gekocht en alles bleek precies te kloppen.

,,Ik kreeg Kuifje in Tibet toen ik als kind bij familie in Hengelo in de Achterhoek ging logeren. Daar had ik helemaal geen zin in, maar dankzij dat boek was ik niet drie dagen in Hengelo maar in Tibet. Die ervaring heb ik bijna letterlijk laten terugkomen in Het ongeluk. In buien van verwarring of ellende lees ik altijd Kuifje om tot rust te komen. Met andere strips heb ik weinig.''

Pieter Steinz vergeleek in zijn recensie van Het ongeluk in deze krant het werk van Verbogt met dat van Tim Krabbé, maar tekende daarbij aan dat Krabbé succesvoller is. ,,Krabbé is in elk geval bekender. Op literaire avondjes wordt mij wel eens gevraagd: waarom ben je niet bekender? Tja, wat moet ik dan zeggen? Ik doe wat ik doe en ben daar gelukkig mee. Ik denk nooit: waarom hij of zij wel en ik niet?''

Anders dan iemand als Adri van der Heijden, die hij nog uit Nijmegen kent, is hij niet ontevreden over het literaire klimaat in Nederland, al begrijpt hij heel goed dat A.F.Th. teleurgesteld is over de jaloezie en kleinzieligheid in schrijversland. ,,Als je in Nederland succes hebt staan er altijd mensen op om dat te bevlekken. Ik denk dan: ga toch gewoon zelf aan de slag, zeik toch niet. Gelukkig ga ik met mensen om die op een elkaar voedende manier over hun werk praten, Sjoerd Kuyper, Thomas Rosenboom, Roel Bentz van den Berg en nog enkele anderen. We hebben het vaak over technische aspecten van het schrijven. Over tijdsprongen bijvoorbeeld, over de introductie van een personage, of over spanningsopbouw. Als ik met bevriende schrijvers praat, gaat het nooit over roddel, achterklap en jaloezie. Iedereen is in staat tot bewonderen. Kritiek ontaardt nooit in lulligheid. Hoe het elders gaat weet ik niet. Ik ben allergisch voor kringetjes.''

Verbogt, druk orerend en van enthousiasme vaak struikelend over zijn woorden, lijkt – zonder zelfingenomenheid te vertonen – een tevreden mens. Behalve Het ongeluk verscheen onlangs een herdruk van zijn bundel popverhalen My Generation, hij werkt aan een uitgave van al zijn verhalen (Het grote verhalenboek) en hij heeft een nieuwe roman in zijn hoofd. Anders dan bij Rik van Maanen is zijn liefdesleven, na een verbroken relatie, stabiel, maar er is toch een gemis.

,,Ik had een kind gewild. Het is er op de één of andere manier nooit van gekomen. Door relaties die afliepen of door andere omstandigheden. Ik vind dat wel jammer. Niet als ik bij vrienden ben met kinderen die om aandacht jengelen, maar ik zou nu een kind van twintig willen hebben. Als ik denk aan al die boeken hier, de muziek, de kunst aan de muur, ik zou daarover willen vertellen, wat het allemaal voor me betekend heeft. Niet om iets op te dringen, maar om het te delen. Het is geen schurend verdriet, `jammer' is het goede woord.''