Walgelijke weekdieren
Tien jaar deed Darwin er over om de evolutie-theorie te bedenken en te formuleren. Hoe dat fascinerende proces precies verliep, weten we vrij goed. Darwin bewaarde alles wat hij schreef. Vooral de kleine notitieboekjes die hij altijd bij zich droeg geven een mooi en ook intiem inkijkje in zijn gedachtenwereld.
De Vlaamse literatuurwetenschapper Dirk Van Hulle heeft hierover nu een heel leesbaar boek geschreven: ‘Darwins kladjes’. Die kladjes, dat zijn: veldboekjes, zakboekjes, dagboeken, brieven, de eerste schetsmatige versies van later gepubliceerde teksten. Maar ook lijstjes van boeken die hij las, en die boeken zelf met zijn persoonlijke aantekeningen in de kantlijn.
Van Hulle bestudeert normaal de notitieboekjes en kladversies van literaire auteurs als Joyce en Beckett. Darwin had zeker ook literaire pretenties, toen hij The Voyage of the Beagle schreef. Hij was in ieder geval een groot stilist. “Ook On the Origin of Species is erg goed geschreven”, vindt Van Hulle. “De gedachtengang die als een rode lijn door het boek loopt is in wezen een personificatie, een beproefde stijlfiguur in de literatuur. Darwin laat eerst zien wat bijvoorbeeld duivenmelkers met hun duiven doen, kunstmatige selectie, en zegt dan: dat doet de natuur ook. Daarmee verpersoonlijkt hij de natuur. Hij maakt er een soort heel welwillende selecteur van. Op die manier wordt het idee veel concreter.”
Darwin las veel literatuur. In 1841 las hij bijvoorbeeld het complete werk van de dichter Wordsworth. Van Hulle: “Dat heeft zeker invloed op hem gehad. Hij was een kind van de Engelse romantiek.”
In de beroemde laatste zin van On the Origin weerklinkt iets van het romantische levensgevoel: “There is grandeur in this view on life (...)”. Volgens van Hulle is er een direct verband met vroege notities waarin Darwin ook de woorden ‘grandeur’ en ‘view’ gebruikt. “Als hij in de Andes is en een weids uitzicht over de bergen heeft, noteert hij dat hij nooit de ‘grandeur of this view’ zal vergeten. Het heeft te maken met de schaal waarop je dingen ziet. Er lijkt op dat moment iets te klikken in hem: kijk, ik kan hier wel bezig zijn met kleine fossielen en dergelijke, maar ik zou eigenlijk moeten proberen the bigger picture te zien.’
Sublieme
Darwin was bekend met de uitspraak van Shelley over de functie van literatuur en wetenschap: die moesten ‘van ons innerlijk oog het vlies van vertrouwdheid verwijderen, dat het wonder van het leven voor ons verbergt’. De romantici gingen op zoek naar dat wonder en meenden het te kunnen vinden in het ‘sublieme’: in extreme ervaringen die zowel angst als fascinatie oproepen. Darwin zag in Chili de desastreuze gevolgen van een aardbeving en schreef, geheel in de tijdgeest, dat hij ‘zowel afgrijzen als ontzag’ voelde. Ook het opgewonden gevoel dat hij had toen hij op een bergtop stond, behoorde tot het ‘sublieme’.
Darwins aantekeningen zijn vrijmoediger dan zijn boeken. In een vroege aantekening noteert hij, over het idee dat de natuur aan selectie doet: ‘hoeveel grandiozer’ is dat niet ‘dan de idee ontsproten aan een verkrampte verbeelding dat God (in strijd met de wetten die hij zelf in de organische natuur heeft ingesteld) de neushoorn van Java schiep & die van Sumatra, dat hij sinds het silurische tijdperk een lange reeks walgelijke weekdieren heeft gemaakt - hoezeer beneden de waardigheid van diegene die verondersteld wordt te hebben gezegd laat licht schijnen & er was licht.’
Koraalrif
Beroemd is de aantekening waarin voor het eerst de boom verschijnt als metafoor voor de evolutie. Eerder in zijn notitieboekjes overweegt Darwin nog een andere metafoor: een koraalrif. Van Hulle: “Een koraalrif groeit, maar sterft tegelijkertijd onderaan weer af. Dat beeld, daar wilde hij iets mee doen. Ik denk dat hij uiteindelijk gekozen heeft voor de boommetafoor omdat die eenvoudiger is. De mensen kenden dat.”
Darwin heeft achteraf, in zijn autobiografie, de indruk gewekt dat het vooral één boek geweest is An essay on the Principle of Population van Malthus - dat hem op het juiste spoor gezet heeft. “Ach ja”, zegt Hulle, “als je terugkijkt op je leven ben je altijd geneigd om daar een lineair verhaal van te maken, met hoogtepunten en dieptepunten. Je zoekt achteraf naar zo'n punt en bij hem is dat dan Malthus. Maar als je zijn aantekeningen leest, zie je dat er heel veel andere dingen waren die hij op dat moment aan het lezen was en dat die ook allemaal meespeelden.”
De notitieboekjes van Darwin zijn volgens Van Hulle in veel opzichten te vergelijken met de zakboekjes die James Joyce altijd bij zich droeg. “Als Joyce in een restaurant zat en iemand vertelde een grap of er viel een gek woord, dan haalde hij zijn zakboekje tevoorschijn en noteerde het.”
Ook in de boekjes van Darwin wemelt het van de losse notities: “Mijn kapper (Willis) zegt dat de sterkte van haar samenhangt met kleur. Zwart is het sterkste.” “Houden de orang-oetans van lekkere geuren, pepermunt & muziek?”
Hij observeerde zelfs het gedrag van zijn vrouw en zijn pasgeboren zoontje: “Oppervlak van warme hand op gezicht scheen onmiddellijk verlangen tot zuigen op te roepen”.
Er is een schemaatje bewaard gebleven, waarin hij de voor- en nadelen van een huwelijk tegen elkaar afweegt. Onder het schema staat als conclusie: “Trouwen. Trouwen. Trouwen. Q.E.D.”
Dirk Van Hulle - Darwins kladjes. Vantilt. pag. Prijs: Darwins aantekeningen online: http://darwin-online.org.uk
Lees verder
Besproken boek
- Darwins kladjes
auteur: Hulle, D. van
Besproken boek
- Darwins kladjes
auteur: Hulle, D. van
