'Woolf maakt dat ik niet alles in dienst stel van het schrijven'

HET BESLISSENDE BOEK VAN: ERWIN MORTIER

Volgende week verschijnt de derde roman van Erwin Mortier. Bij Virginia Woolf bewondert hij het gesprek met de traditie.

Virginia Woolf, Between the acts. Vintage, 127 blz. euro 13,59

Erwin Mortier zou een goede kerkorganist zijn geweest, als hij geen romanschrijver was geworden. Hij volgde een muziekopleiding voor kerkorgel en kon naar het conservatorium; het schrijven vergde echter te veel van zijn tijd om het met een muzikale carrière te combineren. Niet alleen de muziek zelf, als bron van inspiratie, ook de houding van de musicus is nog sterk aanwezig in zijn schrijverschap. Mortier: "Muziek is een discipline waarin door de beoefenaars niet wordt neergekeken op de traditie. Wat me frappeert is dat in beeldende kunst en literatuur veel figuren naar de traditie trappen, en bij muzikanten heb je dat niet: het is via Bach dat je het leert. Ik ben me ook sterk bewust van mijn voorgangers in de literatuur, gewoon door het feit dat ik van kindsbeen af altijd graag gelezen heb. De verscheidenheid in mijn boekenkast beschouw ik eerder als rijkdom dan als belemmering."

We zitten op het kantoor van Mortiers uitgeverij Cossee. Over een week komt Sluitertijd uit, de derde roman van Mortier (1965). Eerder verschenen Marcel (1999), Mijn tweede huid (2000) en de poëziebundel Vergeten licht (genomineerd voor de Buddingh'-prijs).

Mortier voelt zich vooral verwant met de vrouwelijke lijn in de Angelsaksische literatuur: "Ik denk dat de roman een vrouwelijk genre is. Dat was het zeker in de negentiende eeuw, voornamelijk schrijfsters hebben toen de traditie levend gehouden. Het is heel intrigerend dat de Brontë's, drie zussen die vrij jong gestorven zijn, in hun eentje de koers van de Engelse literatuur hebben verlegd. De subtiliteit van de Brontë's en George Eliot, hun verhalend en stilistisch talent en hun scherpe intelligentie, die vind je later weer bij Virginia Woolf."

Het aantrekkelijke aan Engelse modernistische auteurs, zoals Virginia Woolf, is dat ze in hun werk in gesprek zijn met de traditie, vindt Mortier. "Belang hechten aan de traditie is ook karakteristiek voor het land. Dat heeft ook een migraineuze kant, de fixatie op the good country life. Als je op het platteland in een Bed & breakfast je kamer binnenstapt, moet je wel tegen de combinatie van drie, vier verschillende bloemmotiefjes kunnen – op de gordijnen, op het tapijt, zelfs soms op het toiletpapier."

"In het werk van Woolf vindt een psychologische verdieping plaats, onder invloed van Freud, maar ook op basis van haar literaire voorgangers. In de negentiende-eeuwse romans vervullen namelijk scherpzinnigheid en ironie de functie die bij Woolf door de psychologie wordt bezet. Het is niet toevallig dat juist de vrouwelijke lijn van de Angelsaksische literatuur blijk geeft van zo'n verfijnd psychologisch inzicht: omdat er voor vrouwen zoveel beperkingen waren, werden ze gedwongen tot introspectie. De enige uitgestrekte wereld die ze konden bekijken was hun eigen binnenwereld."

Mortiers eerste kennismaking met Woolf vond plaats toen hij zestien was. "Ik was aan het rondsnuisteren in een tweedehands boekhandel in Gent en trof daar een lijvig boek, de briefwisseling tussen Woolf en Vita Sackville-West. Ik heb het meegenomen omdat er een mooie foto opstond van Sackville-West, heel camp, ze had een hoed met pluim op. Van die briefwisseling zijn vooral de brieven van Woolf blijven hangen. Ik ben daarna al haar boeken gaan lezen, en zo op mijn negentiende, twintigste kwam ik toe aan Between the acts (1941), haar laatste, postuum gepubliceerde roman. Het boek is hier nauwelijks bekend, het is ook niet in het Nederlands vertaald. Ik heb wel gedacht om dat ooit eens zelf te doen, maar je zit met een lange passage waarin veel geparafraseerd wordt uit de Engelse literaire en theatrale traditie; ik zou niet weten hoe je dat moet aanpakken."

"Wat me het eerst trof aan Between the acts was de helderheid en de muziek van de taal, het loepzuivere begin ook, op een zomerochtend in een landhuis op het Engelse platteland. Haar belangrijkste preoccupaties, verleden en heden, individu en collectief, geschiedenis en traditie, brengt Woolf samen in het verhaal over één dag in een slaperig dorpje. Aan het eind van de dag wordt daar een historisch schouwspel opgevoerd, dat begint in de middeleeuwen en eindigt in het heden; binnen kort bestek maak je zo de taalontwikkeling van eeuwen mee. De taal en wat de taal meesleept aan historische resonanties vormde voor haar de traditie: het ging er om iedere generatie weer voor het leven te winnen, voor die taal, die vol zit met leven en dood."

"Onder regie van Miss La Trobe wordt het historisch schouwspel opgevoerd, en tot slot houden de acteurs het dorpspubliek spiegels voor. Een heel sterk einde, de verbijstering van het publiek tegenover het heden, het publiek dat zichzelf letterlijk in de ogen kijkt. Men is hevig teleurgesteld en Miss La Trobe komt tot de conclusie dat ze gefaald heeft. In Miss La Trobe, een control-freak, schetst Woolf een karikatuur van zichzelf en haar artistieke pretenties. Miss La Trobe loopt in het verhaal iedereen die zit te slapen op te jutten, net zoals de schrijfster iedere lettergreep van haar verhaal zit op te jutten. 'Een mislukking' oordeelt La Trobe aan het slot; het publiek heeft haar immers niet begrepen."

Kun je dat ook als het oordeel van Woolf zelf zien, over haar eigen werk of de reikwijdte van de literatuur in het algemeen? Mortier: "Ze was heel absoluut in haar opvattingen, over haar dood zei ze ook, verongelijkt eigenlijk: 'dat is de enige ervaring die ik nooit zal beschrijven'. Ik herinner me een interview met Marguerite Yourcenar. Toen die uitspraak van Woolf haar werd voorgelegd, trok Yourcenar even aristocratisch haar neus op en zei: 'hoogmoed'. Met zo'n totale honger om alles te verliteraturen moet je noodzakelijkerwijs op een gegeven moment concluderen dat je hebt gefaald. Ik ken het gevoel dat je alles in dienst wilt stellen van het schrijven, maar de gedachte aan Woolf zorgt er dan voor dat ik het niet zover laat komen. Ik denk niet dat het gezond is om te denken dat je boven het bestaan kunt staan; het bestaan heeft de suprematie, want daaruit komt ook de kunst voort."

"Between the acts speelt in het zuiden van Engeland, waarschijnlijk in het gebied waar Woolf zelf haar buiten had, Monk's House. Dat is in Rodmell, East Sussex, niet ver van Londen. Ik heb in mijn Bloomsbury-periode Monk's House bezocht; je treft daar dames in rijbroek, met 'their own dreamed up version of Bloomsbury', zoals Allan Hollinghurst ooit zei. Ik was wel ontroerd door Monk's House, een cottage met vrij grote tuin, en het tuinhuisje waarin ze Between the acts heeft geschreven. Vanuit die tuin heb je een mooi uitzicht over de vallei en de rivier, waar ze in 1941 is ingestapt met haar zakken vol keien. Het deed me veel om daar te zijn; ik ken de hele geschiedenis, de as van het echtpaar Woolf ligt in de tuin begraven. Virginia Woolf was toch een grande dame, hoe je het ook wendt of keert.'