Zie de schrijvers werken - Arthur Japin
Arthur Japin: “Mijn leven is een zoektocht naar schaamteloosheid.”
“Is het altijd de bedoeling geweest dat de dagboeken die u bijhield ooit uitgegeven zouden worden?”
“Na de publicatie van De zwarte met het witte hart (in 1997, SK), wat een succes werd, ben ik door De Arbeiderspers gevraagd om ook eens iets te schrijven voor het privédomein. Ik hield altijd al dagboeken bij, maar dat was nooit voor publicatie bedoeld. In 1999 ben ik toen, min of meer als proef, begonnen met het publiceren van een stuk uit mijn dagboek in Tzum, het literair tijdschrift uit Groningen. Dat beviel zo goed dat het uitgroeide tot een serie en er uiteindelijk in elk nieuw nummer een stuk uit mijn dagboek te lezen viel.
“Ik vond het een prettige manier van werken. Ik kreeg zo de kans om een kwart jaar van mijn leven samen te vatten en er uit te pikken wat voor mij relevant was. Via de publicaties in Tzum ben ik toegegroeid naar het moment dat ik tegen De Arbeiderspers kon zeggen dat ik klaar was voor het uitbrengen van een echt boek met dagboeknotities.”
“Ga je anders in een dagboek schrijven op het moment dat je weet dat het ooit nog eens uitgegeven gaat worden?”
“Ik denk niet dat ik anders ben gaan schrijven, maar wel dat ik bewustere keuzes ben gaan maken. Net als in mijn romans moet er een lijn inzitten, die de lezer kan volgen en die het een boek maakt met relevante informatie.”
“In hoeverre is Zoals dat gaat met wonderen een geredigeerd dagboek?”
“Het is een kwestie van veel schrappen, want wat in dat boek staat is misschien 20 procent van wat ik tussen 2000 en 2007 in mijn dagboeken heb geschreven. Ik heb uit Zoals dat gaat gaat met wonderen de dingen weggelaten die ik niet relevant voor het boek vond. Het maakte geen deel uitmaakte van informatie die een verhaal voortstuwde. Een notitie uit 2000 over een thema waar ik de rest van het boek niet meer op terugkom is niet interessant.”
“Ik kan me voorstellen dat u met al dat teruglezen en redigeren van uw eigen woorden uw eigen karakter wordt.”
“Ik herken me vaak totaal niet meer in de dingen die ik jaren terug heb geschreven. De dingen die degene zegt in dat dagboek: dat is vaak een ander iemand.”
“Wat voor man komt er dan op u af als u zich naderhand zo intensief over de tekst buigt?”
“Zo heb ik er eigenlijk nog nooit over nagedacht, maar...ik denk dat het een man is die twee dingen van de lezer vraagt: ten eerste, kijk eens goed naar me, en aan de andere kant: kijk alsjeblieft de andere kant op.
“Die man lijkt natuurlijk ontzettend veel op de personages uit mijn eerdere romans. Het zijn karakters die allemaal worstelen met de vraag: moet ik leven naar hoe de mensen mij zien, of moet ik leven naar wat ik zelf voel? Dat zie je terug bij Kwasi uit De zwarte met het witte hart en dat zie je terug in alle andere boeken die ik heb geschreven: die voortdurende zoektocht naar schaamteloosheid van de personages.”
“En nu bent u dus zelf dat karakter.”
“Dat gevoel om de schaamte eronder te krijgen is misschien wel de kern van mijn schrijversschap. Ik heb nu ook lang getwijfeld om dit boek uit te brengen, vanwege de kwetsbaarheid die je veroorzaakt door de mensen alles te geven wat er is. Maar juist omdat ik daar zo bang voor was, heb ik het wel gedaan. Dat gevoel van angst gaf me nu juist de overtuiging dat ik het moest uitgeven.”
“Hoe werkt u aan uw boeken?”
“Ik begin iedere dag hier in huis om tien uur ’s ochtends te werken. Het noodzakelijkste voor mij om überhaupt iets op papier te krijgen is discipline. Zitten gaan is een daad op zich. Je kan op een willekeurige dag honderden andere leuke dingen doen, maar dan komt er niets op papier. Ik moet elke dag gaan zitten, omdat ik anders het contact met het werk verlies. Toen ik nog acteur was, was het gebruikelijk om in de zomer niets te doen, omdat dan de theaters dicht zijn. Toen ik aan De zwarte met het witte hart werkte ben ik ook een keer ergens in juni gestopt met schrijven. Toen ik de draad na de zomer vervolgens weer oppikte, kostte het me erg veel tijd om weer in dat verhaal, in die levens van die karakters uit het boek te komen. Ik moet nu elke dag aan een tekst werken, want anders is het net zoals met ballet: na verloop van tijd worden de spieren stram en kost het je veel teveel moeite om weer op niveau te komen.
“Wat er tijdens zo’n zitting in mijn hoofd gebeurt is moeilijk te omschrijven. Het is een soort toestand van volledige concentratie waarin in korte tijd enorm veel beelden door mijn hoofd suizen.”
“Iemand vraagt zich in Zoals dat gaat met wonderen af hoe u zich als schrijver verhoudt tot de fase in uw leven waarin u acteur was. Uw antwoord is dat het u geen enkele moeite kost om een ‘vorig leven’ af te schudden, al was het ‘een kostuum’. Bestaat de kans dat u ook uw schrijverskostuum van u afschudt?”
“Het schrijven is mij ontzettend lief en het voelt als een voorrecht dat ik me dagelijks in andere karakters mag verplaatsen. Dat is wat me 2,3 jaar lang bezighoudt als ik aan een boek werk: de vraag hoe het geweest moet zijn voor iemand om toen te leven. Het kost tijd om dat na te voelen, me in te leven in zo iemand, maar dat is wat ik altijd, ook bij het acteren, heb getracht te doen. Bij het schrijven is dat een van de aangenaamste dingen.”
“Maar u ziet zichzelf toch als schrijver nu?”
“Dat weet ik niet. Toen ik in 2006 het Boekenweekgeschenk had geschreven, zeiden mensen: ‘nu heb je het toch wel helemaal gemaakt als schrijver’. Dat voelde helemaal niet zo. Ik was pas begonnen, zó voelde het.
“Ik heb met het schrijven een instrument gevonden om vanuit mijn isolement van vroeger contact te krijgen met andere mensen. Maar wat óók speelde als kind, was dat mijn mogelijkheden werden afgesloten, dat ik bijna geen recht van bestaan had. Daarom wil ik nu juist alle kanten op gaan. Ik heb deze zomer bijvoorbeeld weer twee keer geacteerd in een stuk, en ik neem nu lessen in iets (Japin weigert te zeggen waarin, SK) waarmee ik weer een heel andere kant op kan gaan.
“Het boek waaraan ik nu werk, gaat over een artiest die op zijn hoogtepunt stopt. Het is een danser die zich op een bepaald moment helemaal afwendt van datgene waar hij zo goed in is en vervolgens veertig jaar niet meer spreekt. Ik zou bijvoorbeeld zo graag beeldhouwen. Ik was pas geleden in Frankrijk en zie dan een stuk steen liggen waarvan ik denk: daar hoeft maar iets aan veranderd te worden en dan ís het iets.”
Lees verder
- 18-04-2008 essay: Zwijgen, zwoegen, slaan en sterven
- 20-05-2008 interview: Zie de schrijvers werken - A.F.Th. van der Heijden
- 30-05-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Harry Mulisch
- 06-06-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Charlotte Mutsaers
- 13-06-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Abdelkader Benali
- 27-06-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Bernard Wesseling
- 08-07-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Vrouwkje Tuinman
- 23-07-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Menno Wigman
- 12-08-2008 interview: Zie de schrijvers werken - L.H. Wiener
- 27-08-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Atte Jongstra
- 29-09-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Ricus van de Coevering
- 09-01-2009 interview: Zie de schrijvers werken - Gustaaf Peek
- 21-11-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Marja Pruis
- 28-10-2008 nieuws: Arthur Japin krijgt NS Publieksprijs
- Japin, Arthur
