Zie de schrijvers werken - Bernard Wesseling
Zo ziet dus het huis van een beginnende schrijver eruit. Met een paar stappen doorkruis je de zitkamer, aan de schouw hangt een stilleven met krasplekken erop, voor een oud bakbeest van een televisie staat een onooglijke bank die zo van straat lijkt te zijn geplukt, de muren kunnen wel een verfbeurt gebruiken.
“Het mag dan wel een veredelde studentenkamer zijn,” zegt Bernard Wesseling (1978), winnaar van de C. Buddingh’-prijs 2007 met zijn dichtbundel Focus, “maar ik ben zielsgelukkig hier. Ik woon hier samen met mijn vriendin, een filmmaakster. We hebben het uitstekend samen, en dat draagt voor een groot deel bij aan het woongenot. Een bijkomend voordeel is dat zij vaak op stap is. Dat geeft wat meer ruimte als ik hier aan het werk ben. Als zij hier vaker zou zijn, dan zou dit huisje toch wel te klein blijken te zijn voor ons tweeën.”
“Veel geld heb ik niet, maar het is genoeg om van te leven. En het beste is nog dat ik het allemaal met de pen verdien. De royalties van mijn bundel zijn verwaarloosbaar, zeker als je bedenkt hoeveel tijd ik erin heb gestopt, maar opdrachten van kranten en literaire tijdschriften zijn al een stuk lucratiever. Daarnaast krijg ik ook nog een beetje subsidie. Bij elkaar genoeg om van te kunnen rondkomen.”
Wesselings prijswinnende bundel Focus viel mede in de smaak bij de jury door de bravoure die eruit sprak. ‘Een ambitieus dichter,’ werd hij genoemd, maar ook ‘brutaal’. Iets van dat jongensachtige spierballengebruik zie je terug in de Transformer-speelgoedrobot die hij tijdens het schrijven als een mascotte naast zijn laptop neerzet. “Eigenlijk is het een grap hoor. Ik heb hem gekocht als compensatie voor mijn jeugd: ik kreeg nooit agressief ogend speelgoed. Mijn ouders waren anti-geweld: ik mocht ook nooit naar The A-team kijken. En cola drinken dat deed ik stiekem in de schuur met mijn vriendjes. Maar ik geeft het toe: er zit een hoog testosterongehalte in deze robot, en dat past wel bij me. Het heeft iets van: we gaan ze pakken.”
“Datzelfde geldt voor mijn laptop. Die is feloranje: dat is mijn onderscheidingsdrang, zou je kunnen zeggen. Het is een oud ding, een ibook uit 1999, die je altijd moet aansluiten op de adapter. Zo ben ik ook: het werkt, maar het werkt net.”
“Tsja, dat schilderij. Een vriend heeft er ‘s een keer iets opgekrast. Je merkt wel dat ik niet zo aan spullen hecht. Ook niet aan boeken, als materiële objecten dan. Die boekenkast die je daar ziet staan, daar staan alle boeken in van mijn vriendin en mij samen. Ik weet het: veel is het niet. Maar ik heb nu eenmaal niet zo’n verzameldrift. Als ik iets uit heb dan keil ik het weg, behalve dan de bundels van Bukowski en Jan Arends, die blijven op mijn bureau staan. De rest gaat niet de prullenbak in hoor, maar ik geef die dingen meestal op verjaardagen weg. Daar ben ik wel een keert heel erg mee door de mand gevallen. Ik had een boek van m’n oma gekregen, en dat gaf ik aan een vriend die jarig was. Ik was alleen vergeten dat ze er een opdracht in had geschreven. Dus hij las: ‘Voor m’n lieve kleinzoon...’”
“Nee, al het lezen dat ik verder doe, doe ik in de nieuwe Openbare Bibliotheek in Amsterdam, waar ik ook de helft van de tijd zit te schrijven. Je hebt daar een fantastische collectie tot je beschikking, dus ik mag blij zijn dat andere mensen die verzameldrift wel hebben.”
Het afgelopen jaar werkte Wesseling aan zijn tweede roman, wat een “conceptueel en abstract boek” had moeten worden. “Het is me niet gelukt. Ik heb die roman een maand geleden ingeleverd bij de uitgeverij en toen tegelijk uitgeprint bij mijn ouders. Het moment had heel euforisch moeten zijn, maar het was een gigantisch dip. Ik zag dat dit het niet was. Het boek was te ingewikkeld, en door die conceptuele manier van schrijven was voor mijn gevoel een eigen, levende stem zoekgeraakt. Mijn uitgever wilde het uitgeven, maar ik heb besloten om dat niet te doen.”
“Die teleurstelling maakte snel plaats voor opluchting. Ik weet nu precies waar ik heen wil. Ik ben met een nieuw project bezig, weer een roman, ditmaal over vriendschap. Ik merkte dat ik erg makkelijk over een vriend van me schreef, de dichter Eus Kuiper. Daar zat wel het leven in, de juiste stem, de juiste verhouding vondsten en echtheid, alles wat ik van mezelf verwacht. Die lijn trek ik door in mijn huidige roman… en dan maar hopen dat het een bestseller wordt, want ik heb er heus geen bezwaar tegen om wat ruimer te gaan wonen.”
Lees verder
- 20-05-2008 interview: Zie de schrijvers werken - A.F.Th. van der Heijden
- 30-05-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Harry Mulisch
- 06-06-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Charlotte Mutsaers
- 13-06-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Abdelkader Benali
- 16-10-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Arthur Japin
- 29-09-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Ricus van de Coevering
- 11-09-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Allard Schröder
- 27-08-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Atte Jongstra
- 12-08-2008 interview: Zie de schrijvers werken - L.H. Wiener
- 23-07-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Menno Wigman
- 08-07-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Vrouwkje Tuinman
- Wesseling, Bernard
