Zie de schrijvers werken - Harry Mulisch

In “het heilige der heilige”, zoals Harry Mulisch zijn werkvertrek grappend noemt, is bijna geen voorwerp te vinden dat niet iets met zijn oeuvre te maken heeft. “Het is een tussenstation tussen mijn werkelijkheid en de werkelijkheid hierbuiten.”

You need to upgrade your Flash Player This is replaced by the Flash content. Place your alternate content here and users without the Flash plugin or with Javascript turned off will see this. Content here allows you to leave out tags.
“Het is een soort tussenwereld. Je hebt de gewone wereld, de auto’s, Amsterdam, Nederland, de aarde, en aan de andere kant heb je mijn boeken, dat zijn werken van de verbeelding. In deze kamer ontstaat mijn werk, dus dit is een tussenstation tussen de werkelijkheid hierbuiten en mijn werkelijkheid.”

Harry Mulisch gebaart rond zijn werkvertrek, het in tweeën opgedeelde “tussenstation”. De inrichting is klassiek - rood tapijt, donkere, houten meubels en met boekenkasten beklede wanden. Het voorste gedeelte doet voornamelijk dienst als leesruimte, hier staan de meeste boeken. In het achterste, kleinere deel wordt geschreven; dat is het “heilige der heilige”, aldus Mulisch met een samenzweerderig glimlachje.

Alles in dit tussenstation draait om het oeuvre van Harry Mulisch. Er zijn hier nauwelijks voorwerpen te vinden die niet iets met een van zijn boeken te maken hebben, of het moet de verzameling beeldjes van teckels zijn op een van de kasten. Er is een kast met natuurkunde en filosofie, naslagwerken voor zijn filosofische magnum opus De compositie van de wereld (1980). Er is een kast met boeken die hij voor De ontdekking van de hemel (1992) heeft gebruikt, met vreemde titels als The mountain of God, “al die rarigheid”, zo bestempelt hij de inhoud. Er is een kast met vertalingen van zijn werk en één met tijdschriften en boeken over zijn werk. Op een vitrineplank staat een reproductie van de Discos van Phaistos, ook uit De ontdekking van de hemel. Schuin daarboven de schedel van Zeegers Vermeulen, de op de Waag terechtgestelde moordenaar uit het verhaal ‘Paralipomena Orphica’. Op de schouw, waaraan een Piranesi hangt, liggen onder andere een magneet en een stemvork, voorwerpen die in de wereldbeschouwing van de ‘alchemist en schrijver’ een belangrijke rol spelen. Voor kranten, bankafschriften of andere wereldse zaken is in deze kamer geen plaats, die liggen boven in de huiskamer. Ook romans staan op een andere verdieping, behalve dan die van Goethe en Thomas Mann, maar “daar heb ik ook iets mee”, zegt de auteur.

Op het bureau, voor zijn in rekken geplaatste pijpenverzameling, staat een laptop. “Ik had alle redenen opgesomd waarom een echte schrijver niet op een computer schrijft, maar met de hand. Uiteindelijk ben ik natuurlijk toch al die dingen gaan doen die ik voor ordinair had afgeschreven. Aantekeningen maak ik nog steeds met de pen, of het potlood. Internet gebruik ik nauwelijks, behalve als ik bijvoorbeeld op zoek ben naar een geboortedatum die niet in de Winkler Prins staat. Het is natuurlijk een prachtige uitvinding, de computer. Als je vroeger je hoofdpersoon een andere naam wilde geven dan moest je elke pagina doorlopen, daar was je dan een paar dagen mee bezig. Nu doe je het met een druk op de knop en als je niet tevreden bent dan doe je het weer terug.”

Naast de laptop liggen netjes opgestapelde blocnotevelletjes. “Ik maak mijn aantekening het liefst op blocnotes van hotels waar ik ben geweest. Ik pak ze uit een nachtkastje als ik ergens logeer. Ik weet ook niet waarom, het schrijft prettig.”

Misschien wel het gekste voorwerp in de kamer is de Jodenster die onopvallend en flets geworden tussen de schoorsteen en een boekenkast hangt. Het is de ster die Mulisch’ moeder heeft gedragen tijdens de oorlog. Morbide? “Welnee, ik versier mijn kamer niet uitsluitend met dingen waar ik een prettig gevoel van krijg, en daarbij: ze heeft de oorlog toch overleefd?” Van zijn moeder erfde hij het artistieke, zijn vader was meer de filosoof. “Daarom heeft mijn moeder wel een plek gekregen in de kamer en mijn vader niet. Kijk, hier heb ik nog een foto van haar toen ze een jaar of zestien was.” Voor zijn vader is een aparte kamer ingericht. Daar hangt de sabel van Kurt Victor Karl Mulisch, commandant in het Oostenrijik-Hongaarse leger, en ook zijn medailles en andere onderscheidingen uit de Eerste Wereldoorlog.

Is de schrijver hier op het moment aan het werk? “Misschien, ik zit in een soort schemertoestand. Ik heb in ieder geval nog niet het punt bereikt dat ik hier van elf uur ’s ochtends tot twaalf uur ’s nachts zit te schrijven. Dan weet ik dat ik goed bezig ben. Maar een schrijver vragen hoe het werk ervoor staat is net zoiets als een vrouw vragen die zwanger is wat voor kind ze krijgt; dat weet ze niet.”