Zie de schrijvers werken: Herman Koch
Het woord zou niet vallen, was het besluit. Immers, zijn verleden als tv-maker werd op achterflappen, biografietjes en in andere interviews al zo vaak opgerakeld. En toch, ontkom maar eens aan de herinnering aan de Jiskefet-sketch ‘De dienst’ (onderaan dit interview via een link te bekijken) als je als interviewer twee minuten na binnenkomst in Herman Kochs huis vraagt...
Is dat nu een kalender van Mussolini, daar aan de wand?
“Dat heb ik van een kennis gekregen. Tja, sommige mensen in dit huis zijn het er niet zo mee eens dat die hier hangt, maar goed.”
U werkt elke dag op deze plek?
“Ja, eigenlijk wel. Ik heb wel een tijdje gehad dat ik met de laptop door het hele huis werkte, maar de laatste tijd zit ik vooral hier. Maar niet de hele dag hoor, ik schrijf hooguit drie uur per dag, daarna heb ik het wel gehad. Ik begin om 8 uur en schrijf dan tot 11 of 12 uur. Een paar uur geconcentreerd werken, daarna merk ik dat het minder wordt en kan ik beter stoppen. Ik moet altijd veel meer weggooien van de tekst die ik na die paar uur in de ochtend heb geschreven.”
“Mijn quotum voor een dag zit dan ook niet in het aantal woorden dat ik schrijf, maar in het aantal uren dat ik schrijf. Vooral wat betreft mijn romans zou een minimum aantal woorden niet werken. Mijn ervaring is dat het begin van de roman langzaam tot stand komt, en dat ik steeds makkelijker en meer schrijf naarmate het einde in zicht komt.”
Kunt u specifieke momenten aanwijzen waarin u veel inspiratie opdoet?
“Ik was laatst de biografie van Gabriel Garcia Marquez aan het lezen en daarin vertelt de biograaf dat Marquez op het idee voor het schrijven van Honderd jaar eenzaamheid kwam tijdens een autorit. Volgens die biograaf zijn er meer schrijvers die tijdens het autorijden inspiratie opdoen, omdat het een specifiek soort concentratie vereist: je moet geconcentreerd zijn op het verkeer om je heen en je bent dus scherp, maar het besturen van de auto eist ook weer niet alle concentratie van je op, er blijft dus vrije ruimte in je hoofd over. Ik herkende dat gevoel. Ik krijg achter het stuur ook vaak goede ideeën.”
“Ik heb het ook met hardlopen en fietsen. Ik plan de hardlooproute zo dat ik na het hardlopen nog minimaal een halfuur moet wandelen om thuis te komen. In dat halve uur is je geest altijd erg helder en komen er bijna als vanzelf ideeën of inzichten. Misschien heeft het ook wel met de temperatuur van je lichaam te maken, dat tegen een koortsachtige warmte aanzit en dat daardoor een geestesgesteldheid teweeg brengt van grote helderheid. In dat laatste boek van Murakami, Waar ik over praat als ik over hardlopen praat, wordt dat ook mooi beschreven.”
U heeft begin vorige maand een nieuwe roman gepubliceerd, Het diner, waarin vier ouders aanschuiven in een luxe restaurant en maar niet tot een gesprek komen over de misdaad die hun kinderen hebben begaan. Wat was er eerst, de setting in het restaurant of het voorval dat besproken moet worden?
“De bijeenkomst. Het viel mij op dat mensen tijdens een etentje op een bijzondere manier met elkaar communiceren. Heel anders dan als ze bijvoorbeeld met elkaar in de trein zitten of met elkaar in contact komen op een feestje. Je móét praten als je met elkaar aan tafel zit, dat is toch de insteek van zo’n bijeenkomst.”
“Toen ik zelf op een oudejaarsavond in Barcelona met een paar mensen aan tafel zat, kwam het idee om een hele roman op te bouwen rond zo’n etentje, inclusief de opbouw van de delen van het boek in de gangen van een diner. Een dag later, toen ik nog steeds in Spanje was, bereikte mij het bericht dat twee jongens een bedelaarster hadden vermoord. De ‘moord’ was vastgelegd met beveiligingscamera’s en de beelden verschenen op tv. Mij viel op hoe keurig die jongens waren. Jongens die je op het eerste gezicht niet in een donker steegje zou tegenkomen, maar veel eerder bij de voetbal- of de hockeyclub.”
En daarmee werden ze interessant voor de schrijver.
“Dat klopt, daarmee waren het jongens die uit een milieu kwamen dat je in mijn romans tegenkomt. Met dat voorval in Spanje had ik de achtergrond van het diner dat ik voor mijn roman wilde gebruiken.”
U zei bij Pauw & Witteman dat u vanuit een’ type’ schrijft. Dat u, in het geval van Het diner, het type aanneemt dat Paul Lohman is, en dat als u de eerste zin van zo iemand op papier hebt alleen nog maar door hoeft te gaan met schrijven.
“Ik zou niet zeggen dat ik vanuit een type schrijf, maar meer vanuit een ‘stem’. Ik had al vrij snel die eerste zin van de roman, ‘We gingen eten in het restaurant’, op papier staan. Ik vond die zin, dus die stem, zo tekenend voor een karakter van iemand, dat ik dat als leidraad heb gebruikt voor de rest van het boek. Je leidt als lezer meteen al uit zo’n zin af dat de woordvoerder eigenlijk geen zin had in dat etentje. Hij is eigenlijk al kwaad voordat het boek begint, zo voelde het in ieder geval voor mij. De persoon die ik aan de stem koppel die zo’n eerste zin uitspreekt, dat hoef ik alleen maar vast te houden.”
“Zo las ik tijdens het schrijven van het boek vaak de eerste zinnen of alinea’s terug op het moment dat de vertelling teveel overhelde naar Herman Koch. En die moet helemaal niet aan het woord komen, Herman Koch, daar zit niemand op te wachten. Ik moet niet vergeten wie er aan het woord is.”
Nu wordt u in media vaak neergezet als iemand die satirisch schrijft over de hogere lagen van de maatschappij. In uw vorige boek, Denken aan Bruce Kennedy, was dat de culturele elite, en in Het diner neemt u via hoofdpersoon Paul Lohman de politieke elite op de hak. Lenen elites zich zo goed voor persiflages?
“Ik denk dat ik inderdaad over de wat hogere kringen van de samenleving schrijf, maar ik ontken dat ik satirische romans schrijf. Het heeft zelfs een tijdje achterop mijn boeken gestaan, dat ik ‘schrijver van satirische romans’ zou zijn, maar ik kan daar niet zoveel mee. Ook bij Het diner is het schrijven van een satirische roman wel het laatste wat ik voor ogen heb gehad. Ik hou ook niet van het genre. Als ik op de achterflap van een boek zie staan dat het satirisch is, leg ik het waarschijnlijk weer weg. Ik versta onder een satire een uitvergroting van een bepaald onderdeel van de werkelijkheid, maar dat is in geen van mijn boeken het geval. Wat betreft de personages uit mijn boeken geldt: die mensen bestaan echt. Dat hoop ik tenminste, want dan ik heb ze goed neergezet.”
Dat u als satirisch schrijver wordt gekwalificeerd, dat kan natuurlijk ook komen vanwege iets wat u in het verleden hebt gedaan...
“Dat kan kloppen, daar ligt het misschien inderdaad ook wel aan. Kijk, dat er humor in mijn boeken zit, dat is zo goed als onvermijdelijk, maar dat is iets anders dan dat ik inzoom op een karakter of een wereld om het belachelijke ervan te laten zien.”
Paul Lohman, het hoofdpersonage en de verteller van Het diner, voelt zich verantwoordelijk voor de daden van zijn kind omdat hij ontdekt dat zijn zoon dezelfde neurologische stoornis heeft als hijzelf. Heeft u veel twijfels gehad om Paul, en daarmee zijn kind, zo specifiek ‘biologisch’ te duiden?
“Dat is precies waar ik tijdens het schrijven het langst over heb getwijfeld. Wordt het verhaal niet sterker als Paul maar ‘gewoon’ een ouder is in plaats van iemand die zich bewust is van de overdracht van zijn kronkel? Is het niet interessanter of zelfs beter om een doorsnee-ouder neer te zetten in plaats van een erfelijk belaste ouder? Uiteindelijk heb ik toch voor deze variant gekozen omdat ik het een spannend idee vond om een ouder en een kind te portretteren aan wie allebei hetzelfde mankeert, en die dus op een vreemde manier met elkaar verbonden zijn. Dat de ouder weet: mijn zoon heeft het van mij.”
“Nu kon ik Claire, de vrouw van Paul, daar ook als ‘gezonde’ ouder en opvoeder tegenover zetten. Een zogenaamde gezonde ouder echter, die er zoals duidelijk wordt ook enkele dubieuze theorieën op na houdt.”
“Ik was al zo goed als klaar met Het diner, toen de weg die ik tijdens het schrijven had bewandeld werd achterhaald door de actualiteit. Herinner je je die uitzending van Pauw & Witteman waarin Joran van der Sloot vlak na het programma dat glas wijn in het gezicht van Peter R. de Vries gooide? In die uitzending nam de vader van Joran het compleet voor zijn kind op, en probeerde hem vrij te pleiten van de dingen waar hij van verdacht werd. De dag na de uitzending sprak ik iemand met veel psychiatrische kennis die mij wees op Jorans vader. Die zou, werd mij verteld, in wezen nog veel gekker zijn dan zijn zoon. Toen ik dat hoorde, dacht ik: hier voor mij ontvouwt zich gewoon mijn boek. Ik had de knoop al doorgehakt om het gedrag van de zoon biologisch te duiden, maar door dit geval in de werkelijkheid werd de juistheid van mijn keuze bevestigd.”
Met uw boek stelt u de vraag hoe ver je als ouder gaat in de bescherming van je kind. De roman is daarnaast een schets van het agressiviteit en de gewelddadigheid van Paul Lohman. Hoe is dit karakter tot stand gekomen?
“Ik heb een fascinatie voor de karaktertrek van mensen om bepaalde gebeurtenissen totaal af te zonderen. Dingen waar je geen vragen over mag stellen als buitenstaander, ze zijn verboden gebied. Paul heeft heel duidelijk zo’n afgezonderd gebied. Hij is ooit uit het onderwijs verdwenen, maar wanneer mensen er naar vragen of opmerken dat hij min of meer uit zijn functie ontheven is, knapt er iets in hem en draait hij door.”
Lees verder
- 16-01-2009 recensie: Dr Jekyll in de Watergraafsmeer
- 20-10-2009 nieuws: NS Publieksprijs naar Het Diner
- 20-03-2009 artikel Discussie: „Herman Kochs ‘Het diner’ is mislukt”
- 20-02-2009 recensie: Iedereen leest: Herman Koch
- Koch, Herman
Besproken boek
- Het diner
auteur: Koch, H.
Besproken boek
- Het diner
auteur: Koch, H.
