Zie de schrijvers werken - Vrouwkje Tuinman
“Ik hoef voor het echte leven de deur niet uit,” zegt Vrouwkje Tuinamn (1974). In haar flat in Utrecht – een gebouw dat qua uiterlijk niet zou misstaan in een New Yorkse achterbuurt – is altijd wel wat aan de hand. Er zijn meerdere moorden gepleegd; er is een harddrugsbende opgerold; vrouwen uit het Oostblok werden hier tegen hun wil verhandeld. Het is een kaal gebouw, veel graffiti op de muren, een wenteltrap die onheilspellende doorkijkjes biedt op andere appartementen en afbladderende deuren. “Het is boeiend om te zien wat zich hier allemaal afspeelt. Als het mooi weer is werk ik op een van mijn balkons dat uitkijkt op een parkeerterrein. De ruzies die zich daar afspelen, of gewoon een groep bejaarden in een bus die voor het stoplicht wachten, ik vind het allemaal even mooi.”
Ook de hoofdpersoon van haar aankomende roman Buurvrouw (die in oktober bij uitgeverij Nijgh & van Ditmar verschijnt) houdt haar buren goed in de gaten. Uit de karige informatie die zij verkrijgt met het observeren van haar buren probeert ze een beeld van hen te vormen. “Het interessante vind ik dat je maar een klein stukje van hun leven te zien krijgt. Het is erg verleidelijk om daar verhalen van te maken. Wat mijn buren ervan vinden dat ik ze als romanmateriaal gebruik? Ik heb het ze niet gevraagd, maar aangezien ik mijn fantasie de vrije loop heb gelaten lijkt het me sterk als ze zich in de portretten zullen herkennen.”
Net als het personage uit de roman woont Tuinman in een flat die bij de gemeente op de agenda staat om afgebroken te worden. “Sinds 1985 krijgen bewoners al brieven in de bus die melden dat de flat gesloopt zal worden. Toch gebeurt er telkens niets. Ook geen onderhoud. De stoep rond de flat is constant opengebroken, zo erg dat ik soms niet eens meer mijn huis in kan. En de straat wordt hier nauwelijks opgeruimd, en omdat het toch al smerig is gooien bewoners hun afval gewoon naar beneden. De gemeente kweekt hiermee onverschilligheid. Daar gaat de roman ook over: hoe mensen hun eigen plek proberen te maken terwijl hun omgeving aan het afbrokkelen is.”
Binnenshuis kan het contrast met de wantoestanden van buiten kan niet groter zijn. Tuinman heeft haar appartement , dat als decor diende voor haar nieuwe roman totdat ze erachter kwam dat de hoofdpersoon op een lagere verdieping moest wonen, ingericht met gemoedelijke meubels uit de jaren vijftig, de muren zijn in vrolijke kleuren geschilderd, aan de balkons hangen weelderige bloembakken, een verzorgd eiland in een verwaarloosde omgeving. “Ik heb iets met oude meubels en servies,” zegt Tuinman, “liefst uit de jaren vijftig. Ik koop alles tweedehands, of ik neem het mee van straat. Het design uit die tijd is prettig naïef, niet zo agressief als tegenwoordig. Ja, ik heb wel een kleine obsessie met huiselijkheid, denk ik.”
In haar werk verkent Tuinman vaak de schaduwkant van die hang naar huiselijkheid: het verlangen jezelf af te zonderen van een vijandige wereld, zoals in dit fragment uit ‘Terrein’ dat in haar laatste bundel Receptie staat:
Mijn leven is drie kamers groot. Ik beweeg me
langs de randen, patrouilleer door gangen,
controleer de trap, bewaak het raam.
Tuinman: “Dat gedicht gaat over mijn kat, terwijl veel mensen denken dat het autobiografisch is. Natuurlijk zegt het wel iets over mij dat ik net het autistische aspect van mijn kat eruit pik. Ik snap dat autistische gedeeltelijk, maar ik wil ook weten hoe het werkt. En daarom vergroot ik het in dit gedicht en stel ik me voor dat ik zelf alleen maar op die drie kamers leef, met als enige contact met de buitenwereld die drie centimeters van het onderkant van het raam waar ik toevallig door kan kijken.”
Tuinman debuteerde in 2004 met de bundel Vitrine. Tamelijk laat, aangezien ze toen al op literaire podia een graag gezien gast was. Ook timmerde ze als festivalorganisator aan de weg. En beide, extraverte, bezigheden horen nog steeds bij haar routine. Hoe verhoudt zich dat tot de afzondering waar ze graag over schrijft?
“Beide dingen bestaan bij mij naast elkaar. ’s Ochtends kan ik het nog wel opbrengen om sociaal aangepast te zijn, maar ‘s avonds wil ik dat het stil is, dan ben ik meer de persoon uit mijn bundels. Dan neem ik geen telefoon op en wil ik in mijn eentje een boek lezen. Natuurlijk zie ik ook weleens vrienden of ga naar een feestje en ik organiseer die avonden. Maar die paar keer dat ik op een kantoor heb gewerkt werd ik er helemaal ziek van dat je in die sociale structuur moet meedoen, dat je ‘s ochtends om half elf met z’n allen koffie moet gaan drinken terwijl je net lekker bezig bent. En dan al dat vergaderen, daar word ik heel iebel en boos van. Ik ben nu eenmaal geen sociaal persoon. Wat ik wil is de vrijheid hebben om me terug te kunnen trekken. En nee, dat is iets heel anders dan eenzaamheid.”
Lees verder
- 20-05-2008 interview: Zie de schrijvers werken - A.F.Th. van der Heijden
- 30-05-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Harry Mulisch
- 06-06-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Charlotte Mutsaers
- 13-06-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Abdelkader Benali
- 27-06-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Bernard Wesseling
- 16-01-2009 nieuws: Rachida Lamrabet wint de BNG Nieuwe Literatuurprijs 2008
- 26-11-2008 nieuws: Nominaties voor nieuwe BNG-prijs
- 16-10-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Arthur Japin
- 29-09-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Ricus van de Coevering
- 11-09-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Allard Schröder
- 27-08-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Atte Jongstra
- 12-08-2008 interview: Zie de schrijvers werken - L.H. Wiener
- 23-07-2008 interview: Zie de schrijvers werken - Menno Wigman
- Tuinman, Vrouwkje

