Amadou Kourouma: Allah is niet verplicht
‘Kourouma laat het Frans dansen naar de pijpen van de Afrikaanse talen, naar het ritme, de klanken en de compositie van het malinké (...)’ schreef Margot Dijkgraaf in haar lovende bespreking van Allah is niet verplicht (Boeken, 24.11.00). Allah is niet verplicht is het zevende en laatste boek dat in de NRC Leesclub wordt besproken, na romans van onder meer Nuruddin Farah en Marlene van Niekerk. De zeven romans worden hiernaast in een cassette aangeboden (80 euro) en los verkocht in de boekhandel.
Amadou Kourouma werd in in 1927 geboren in Ivoorkust en overleed in 2003 in Lyon. Vanaf zijn eerste roman Les soleils des indépendances (1976) hekelde Kourouma de zinloze oorlogen op zijn geboortegrond. Allah is niet verplicht (2000) dat met de Prix Renaudot werd bekroond, betekende zijn doorbraak in Europa.
Wat vindt u van het boek? Surf voor u uw reactie opschrijft naar de Kourouma-pagina van The Ledge, een website vol auteurs- en romaninformatie.
Discussiebijdragen
Discussie
Wat vindt u van 'Allah is niet verplicht'?
Reacties
Leesclub
De NRC Handelsblad Leesclub: hét trefpunt voor liefhebbers van oude en nieuwe klassieken. Iedere maand een ander boek waarover door de lezers digitaal met de redactie van Boeken gediscussieerd kan worden, aan de hand van vier artikelen die door redacteuren en medewerkers in de krant en op nrcboeken.nl gepubliceerd worden. De boeken zijn in een speciale leesclubuitgave te koop bij NRC Handelsblad.


Anoniem (bezoeker)
FAFORO!
(lul van m´n vader)
André Oyen (bezoeker)
Het welzijn van het kind
Ahmadou Kourouma is een heel vakkungi schrijver die zijn lezers heel geraffineerd de couleur locale laat opsnuiven en ook voldoende achtergrondinformatie geeft voor hij de gruwelen als mitraillettekogels afvuurt.
Birahima is een kind van tien of twaalf. Het juiste getal kan hij zelf niet zeggen, want zijn moeder en zijn grootmoeder hadden daarover uiteenlopende meningen en hemzelf kan het uiteindelijk geen ene moer schelen.. Hij is vroegtijdig van school weggegaan omdat je daar volgens hem en zijn omgeving niets mee bereikt. Ze noemen hem ‘petit nègre’, niet alleen omdat hij klein en zwart is, maar wel omdat hij ‘krom’ Frans praat. Hij is Maliké en dat is het soort inheemse zwarte negers (zoals hij dat zelf noemt) waarvan er veel zijn in Ivoorkust, Guinée, Gambia, Sierra Leone en Senegal. Om zijn leven te vertellen gebruikt hij woordenboeken als Larousse, Petit Robert, Inventaire des particularités lexicales du français en Afrique en tenslotte Harrap’s dictionary, want hij wil tenslotte dat zijn verhaal zowel begrepen wordt door mensen die goed Frans spreken en ook door hen die, zoals hij, ‘petit nègre’ zijn. De volledige titel van zijn verhaal is Allah is niet verplicht rechtvaardig te zijn in alle dingen die hij hier op aarde doet. Dat is natuurlijk een mondvol en daarom heeft hij het ingekort, maar uiteindelijk is het wel de basis van zijn verhaal.
En dat verhaal is verre van prettig en begint als hij na de dood van zijn moeder op zoek gaat naar zijn tante die hem moet opvoeden. Die tante is op de vlucht voor haar gewelddadige echtgenoot. Hij reist in twijfelachtig gezelschap van Ivoorkust naar Liberia en Sierra Leone. Omdat hij voortdurend in stammenoorlogen terechtkomt kan hij slechts in leven blijven door kindsoldaat te worden. Euforisch door de hasj staan de kinderen met hun Kalashnikovs in de voorste linies van deze zinloze slachtpartijen en ratelen er lustig op los terwijl de doden als vliegen vallen. Er zijn zoveel redenen om te doden en de ene is al zinlozer dan de andere. Op internationaal vlak wordt er wel flink vergaderd, maar dat maakt niet dat de corruptie er minder om wordt en de rijke landen, die hun afschuw laten blijken door boycots te lanceren en militaire afgezanten te sturen worden er ook beslist niet armer door.
Ahmadou Kourouma is een gedreven verteller en door het jongetje als hoofdpersonage te laten fungeren krijg je een soort hiphopverhaal dat elke verbeelding tart. Allah is niet verplicht is een uitermate knap geschreven werk over huiveringwekkende toestanden dat ik toch sterk zou aanraden om te lezen, al was het maar om te beseffen dat we met zijn allen nogal lichtzinnig omspringen met termen als ‘het belang van het kind’ of ‘voor het welzijn van het kind’, en dergelijke.
H. Kimmerle (bezoeker)
Religie, staat en geweld
Ahmadou Kourouma geeft de lezers van zijn boek ‘Allah is niet verplicht’ een indruk van wat in de ziel van een kindsoldaat omgaat. Hij laat de hoofdpersoon, de kindsoldaat Birahima uit Ivoorkust, die in Liberia en Sierra Leone rondzwerft, zijn verhaal vertellen en geeft daarbij tegelijk zijn visie op de ‘stammenoorlogen’ in deze landen. Birahima is een straatkind, hij doet wat hij wil en hij heeft schijt aan iedereen. Ook al is dat niet op het eerste gezicht duidelijk, hij maakt in deze tijd wel een ontwikkeling door waardoor dit boek een ‘Bildungsroman’ genoemd kan worden. Dat heeft Michiel Leezenberg overtuigend uit de doeken gedaan.
Kindsoldaten zijn één van de meest wrede en gruwelijke verschijnselen in het postkoloniale Afrika. Weliswaar bestaan ze ook in andere delen van de wereld, maar toch vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara. Volgens het Kindsoldatenmagazine KON zijn er wereldwijd 250.000 kindsoldaten, waarvan 100.000 in Afrika. Het buitensporige geweld dat in de burgeroorlogen van de genoemde landen aan de orde is en dat voor een groot deel de kindsoldaten treft, is nauw verbonden met religie. Dat is het meest duidelijk bij de kolonel Daddy Good in Liberia, maar ook Prince Johnson in Sierra Leone ‘is een man van de kerk’. Deze religie is een mengvorm van christelijke denominaties, Islam en animisme. Zij verhindert niet, anderen geweld aan te doen of hen te doden, ‘als de stammenoorlog dat zo wil’.
De combinatie van religie en geweld is uiteraard geen specifiek Afrikaans verschijnsel. De meeste oorlogen in de hele wereld waren en zijn geloofsoorlogen. De vorm die dat in het postkoloniale Afrika aanneemt is daarom bijzonder afschrikwekkend, omdat daar geen functionerende staten zijn die de geweldpleging ook in tijden van oorlog op een bepaalde manier reguleren. En de ongeschreven wetten van de stammenoorlog laten blijkbaar ontzettend gruwelijke vormen van geweldpleging toe.
Ik hoop overigens dat de redactionele opmerking in de krant van 8 mei jl. gewoon een vergissing is, dat Korouma’s roman ‘het zevende en laatste boek’ is ‘dat in de NRC Leesclub wordt besproken’. De cassette AfriCanon omvat immers acht boeken. En de besprekingen van Doris Lessing’s ‘Het zingende gras’, die voor juni 2009 gepland zijn, zouden zeker door moeten gaan.
Nieuwe reactie inzenden