Nagieb Mahfoez: Kinderen van Gabalawi
Wat vindt u van de roman Kinderen van Gabalawi van Nagieb Mahfoez? Surf voor u uw reactie opschrijft naar de Mahfoez-pagina van The Ledge, een website vol auteurs- en romaninformatie.
Discussiebijdragen
Discussie
Wat vindt u van de roman Kinderen van Gabalawi van Nagieb Mahfoez?
Reacties
Leesclub
De NRC Handelsblad Leesclub: hét trefpunt voor liefhebbers van oude en nieuwe klassieken. Iedere maand een ander boek waarover door de lezers digitaal met de redactie van Boeken gediscussieerd kan worden, aan de hand van vier artikelen die door redacteuren en medewerkers in de krant en op nrcboeken.nl gepubliceerd worden. De boeken zijn in een speciale leesclubuitgave te koop bij NRC Handelsblad.


nico van der sijde (bezoeker)
Hij is zeker niet lelijk
Iris vindt het een mooie roman vanwege de beeldende beschrijvingen en de sfeervolle manier waarop het dagelijks Egyptisch leven ten tonele wordt gevoerd. Ik herken dat wel, en ik hou ook wel van de mengeling van realisme met legende/parabel/allegorie. Personages als Adham en Idries zijn wat schetsmatig, en dat stoort mij soms. We leren ook weinig over de motieven van de personages. Maar dat is wellicht een bewuste keuze van Mahfouz: een keuze voor de parabel boven de psychologische roman. Daardoor is Gabalawi ook interessant als symbool voor de onbereikbare en onkenbare oervader, als allegorische figuur voor de ongrijpbare oorsprong. Maar niet als herkenbaar personage. De roman lijkt mij ook seculier en religieus tegelijk: seculier omdat Koran-figuren worden 'vermenselijkt' en omdat er geen goddelijke verlossing bestaat, religieus vanwege de beelden en de mooi beschreven heimwee naar het verloren Paradijs. De roman is m.i. wel wat wisselvallig: passages over de paradijselijke tuin waarin Adham verwijlt vind ik prachtig, dialogen tussen hem en Idries vind ik weer behoorlijk banaal. Maar ik lees het dus vooral als parabel van het tevergeefs zoeken naar een hoogste oorsprong. De personages vinden nooit hun erfgoed, maar zijn evenmin in staat die zoektocht op te geven: hun kern ligt in het eindeloos zoeken. Geen onaardige gedachte: als parabel vind ik dit boek lang niet lelijk.
iris (bezoeker)
Gewoon een mooie roman
Het is alweer enige jaren geleden dat ik deze roman van Mahfouz gelezen heb en ik vond het een erg mooie roman. Dit werk van Mahfouz sprak mij aan vanwege zijn prachtige beeldende en uitgebreide beschrijvingen van de gebeurtenissen, de achtegrond, de straatjes, de mensen en het leven in de wijk.
Ik heb het dan ook gezelen zonder me bewust te zijn van alle achterliggende betekenissen. Ik heb me wel eens afgevraagd in het boek waar het nou echt over zou gaan maar ook zonder dat ik deze betekenis besefte vond ik het gewoon een mooie roman waarin ik helemaal verdiept kon raken. De schrijfwijze van Mahfouz maakt het dat ik me helemaal in "het leven in de wijk" kon inleven.... Dat is iets wat Mahfouz in al zijn boeken (naar mijn mening) heel goed afgaat....
nico van der sijde (bezoeker)
Maar is het nou ook een mooie roman?
Twee discussiebijdragen en een uitgebreide reactie hebben we nu. Al deze stukken gaan vooral in op de boodschap. Leezenberg laat ook nog een esthetisch oordeel doorschemeren (hij lijkt er weinig aan te vinden, en hij vindt Mahfouz jenneijk ook nogal gedateerd), de andere twee zijn neutraler. Maar ja, een roman moet het toch niet alleen van de boodschap (het wat) hebben, maar ook van stijl en compositie (het hoe). Daarom de vraag: is dit nou ook een mooie roman of niet? Heeft Mahfouz ons ook door zijn stijl nog iets 'te zeggen'?
Stacey Knecht (bezoeker)
Maar is het nou ook een mooie roman?
Beste Nico,
Wat vind je zelf?
groeten,
Stacey
Heinz Kimmerle (bezoeker)
Waar gaat het boek van Mahfoes over?
Waar gaat het boek van Mahfoes over?
In de eerste bespreking van het boek van Mahfoes: ‘Kinderen van Gabalawi’ stelde Richard van Leeuwen dat het over machtsmisbruik uit naam van de religie zou gaan. Dat betwist Michiel Leezenberg, die het een door en door seculiere roman vindt. Volgens hem gaat het over vergetelheid waardoor de mensheid wordt geplaagd. Want de inbreng van de religieuze vernieuwers wordt telkens weer vergeten. Met dit argument sluit Leezenberg zich echter weer bij een religieuze interpretatie van dit boek aan. Hij herkent in de figuren van Gabal, Rifa’a en Kalim de profeten Mozes, Jezus en Mohammed, wat ook Van Leeuwen al had gedaan.
Als ik het goed begrijp, gaat het inderdaad om een seculiere roman, waarin religie weliswaar in de marges een rol speelt. De mensen roepen bij bepaalde gelegenheden God aan of bidden voor elkaar. Mahfoez wil echter niet een religieuze, maar een morele boodschap overbrengen. Hij pleit voor gerechtigheid en vrede en voor een goed leven, dat door een rechtvaardige verdeling van de aanwezige rijkdom mogelijk wordt gemaakt.
In het erfgoed dat door de stamvader Gabalawi is gesticht, heersen gerechtigheid en vrede en heeft iedereen een goed leven. Gabalawi belichaamt gerechtigheid en vrede. Want hij alleen weet hoe deze morele waarden in praktijk moeten worden gebracht en hij is bij machte ervoor te zorgen dat niemand anders het op eigen wijze interpreteert. Hij is niet God, maar hij heeft bepaalde goddelijke eigenschappen.
Zijn zoon Idries komt tegen de stamvader in opstand en eist bepaalde rechten en bevoegheden voor zich op. Hij moet het erfgoed verlaten, blijft echter bij zijn standpunt, iets op te eisen wat de vader hem ontzegd heeft. Daarmee belichaamt hij het kwaad. Adham is de gehoorzame en goede zoon. Hij wordt echter ook uit het erfdgoed verdreven omdat hij, door zijn vrouw daartoe verleid, de kennis, die alleen Gabalawi toekomt, wil bemachtigen, de kennis van wat rechtvaardig, vreedzaam en goed is. Het erfgoed lijkt op het paradijs dat Adham, door Eva verleid, terwille van het streven naar een kennis die hem niet toekomt moest verlaten. Maar zoals gezegd, Gabalawi is niet God en heeft alleen bepaalde goddelijke eigenschappen. En het erfgoed is niet het paradijs, maar heeft bepaalde paradijselijke trekken.
Idries en Adham stichten buiten het erfgoed een ‘wijk’, dat aan de rijkdom van het erfgoed mag deelnemen. Door beide stichters zijn in de wijk kwade en goede krachten aan het werk. Het kwaad is op den duur oppermachtig. Want de verhoudingen zijn alles behalve rechtvaardig en vreedzaam. En het goede leven van de mensen in de wijk is ver te zoeken. De erfgenaam, de opzichter van het erfgoed, de leider van de gehele wijk en de leiders van de straten of ‘steegjes’, kort gezegd, de leden van het politieke apparaat, trekken de opbrengst van het erfgoed naar zich toe en eisen van de bewoners van de wijk bovendien nog protectiegelden.
Gabal, Rifa’a en Kasim treden als maatschappelijke hervormers op die, tegen de onrechtvaardige verhoudingen in, het goede, de gerechtigheid en vrede, willen herstellen. Gabal gebruikt list en geweld en lijkt in bepaalde opzichten op Mozes. Rifa’a werkt aan het herstel van het goede helemaal zonder geweld te gebruiken. Hij heeft de bekwaamheid, boze geesten uit te drijven die hij aanwendt om de mensen gelukkig te maken. Omdat veel mensen zijn aanhangers worden, wordt hij door het politieke establishment vermoord. Een zekere paralleliteit met Jezus is makkelijk herkenbaar. Maar meer ook niet. Hij ‘is’ evenmin Jezus als Gabal Mozes ‘is’. Dat zijn volgelingen niet trouw zijn aan zijn principes vertoont een zekere overeenkomst met het feit dat het christendom van de leer en de wijze van leven van Jezus op verlerlei manieren is afgeweken. Kasim is een soort synthese uit Gabal en Rifa’a. Hij gebruikt geweld om gerechtigheid en vrede te herstellen, maar alleen wanneer het niet anders kan. Op dit punt en ten opzichte van enkele andere aspecten – bijvoorbeeld dat hij met vier vrouwen trouwt – lijkt hij op Mohammed zonder dat hij Mohammed ‘is’. Hij strijdt overigens, als een onderdeel van zijn streven naar een meer volledige rechtvaardigheid, voor gelijke rechten van mannen en vrouwen, waardoor in het boek als geheel, anders dan Leezenberg beweert, een vrouwvriendelijke houding tot uitdrukking komt.
Van Leeuwen gaat uitgebreid in op Arafa, de vierde hervormer. Leezenberg heeft het niet over hem. Arafa wordt gekenmerkt door een onvoorwaardelijk streven naar kennis, vooral op medisch en technisch gebied, in het bijzonder op het gebied van wapentechniek. Hij wil wel de mensen van de wijk van hun leiders en uitbuiters bevrijden. Maar hij lijkt niet, zoals de drie hervormers voor hem, in bepaalde opzichten op een profeet. En zijn activiteiten hebben helemaal geen religieuze aspecten. Door in de geheime kamer in te breken waar Gabalawi de regels voor de verwezenlijking van rechtvaardigheid en vrede, de ‘tien voorwaarden’, bewaart, veroorzaakt hij indirect de dood van de stamvader. Dat is een duidelijke parallelie met de ‘dood van God’ in het tijdperk van wetenschap, techniek en zuiver rationeel denken. Arafa zelf wordt gedwongen, aan de sterkste van de machthebbers, de opzichter van het erfgoed, zijn kennis van wapentechniek beschikbaar te stellen en met hem van de rijkdom te genieten die eigenlijk aan de mensen van de wijk toebehoort. Net als de hervormers voor hem wordt hij vermoord, wanneer hij zich weer aan de kant van de bewoners en hun aanspraak op rechtvaardigheid schaart. Dat zijn kleinere broer Hannasj met veel van de kennis achter blijft, staat voor de zwakke hoop, dat wetenschap, techniek en zuiver rationeel denken ooit misschien de bevrijding van onderdrukking en uitbuiting en de verwezenlijking van gerechtigheid en vrede dichter bij zullen brengen.
Dat Mahfoes deze geschiedenis van de strijd om de hoogste morele principes in een wijk vlak bij Kaïro laat spelen, betekent niet dat hij de ‘wereldgeschiedenis tot een achterbuurt reduceert’, zoals Leezenberg stelt, maar dat zijn boek over universele waarden gaat die in deze wijk net zoals overal bevochten moeten worden. De drie monotheïstische religies, jodendom, christendom en islam, hebben in deze geschiedenis een duidelijke plaats, die echter aan de morele problematiek ondergeschikt blijft.
Nieuwe reactie inzenden