Tahar Ben Jelloun: Een verblindende afwezigheid van licht

<img src="http://www.nrcboeken.nl/files/images/leesclub_kaft/verblindende_afwezigheid.jpg" alt="verblindende_afwezigheid.jpg" title="verblindende_afwezigheid.jpg" width="190" height="300" class="imagefield imagefield-field_lc_image_kaft" />

Een verblindende afwezigheid van licht van Tahar Ben Jelloun, werd uit het Frans vertaald door Maria Noordman. Het boek verscheen in de ‘AfriCanon’ bij De Geus/NRC Handelsblad. Wat vindt u van het boek? Surf voor u uw reactie opschrijft naar de Ben Jelloun-pagina van The Ledge, een website vol auteurs- en romaninformatie.

Discussiebijdragen

Discussie

Wat vindt u van Tahar Ben Jellouns Een verblindende afwezigheid van licht?

Reacties

Tahar Ben Jelloun een verblindende afwezigheid van licht.

Reeds vele reacties voor mij hebben in alle toonaarden van afschuw en mede-lijden beschreven hoe het is om als mens 18 jaar verborgen gehouden te worden diep onder de aarde. Het feit dat dit ons verteld wordt en zich afspeeld in de huidige tijd, maakt het drama van de mensheid nog schrijnender.!
Tot nog toe zijn ons vaak deze hellevaarten verteld vanuit uit de verbeelding, maar wat hier gebeurde is van een hele andere orde.
Is dit misschien een verhaal, waar gebeurd, dat ons verteld wat een nieuwe vorm van inwijding kan zijn? Moeten wij als mensheid ons niet zien 'vrij' te maken van haat? Beproevingen om zo het diepste in ons zelf te leren kennen. Duidelijk is dat de hoofdpersoon dit ons wil laten zien.
De afwezigheid van licht wordt een waarachtig innerlijk licht! Het gesprek met het onzichtbare wordt 'belicht' in het duister.
Een boek om inderdaad niet snel te vergeten

Traumatische ervaring en kunst

In haar bijdrage aan de discussie over Ben Jellouns ‘Een verblindende afwezigheid van licht’ vergelijkt Yra van Dijk dit werk met andere ‘Literaire hellevaarten’. Het bijzondere van ‘Een seizoen in de moderne hel’ ligt er volgens haar daarin dat deze op feiten gebaseerd is. Dat maakt het lezen en al lezend genieten van het verhaal over de ‘moderne hel’ veel moeilijker dan bijvoorbeeld Dante’s hel in de ‘Divina comedia’ die puur in een fantasie-wereld gesitueerd is. Hier, waar het om een werkelijk gebeurd verhaal gaat, wordt iets beschreven wat zich eigenlijk niet onder woorden laat brengen, ten opzichte waarvan woorden niet voldoen. Dat is ook een punt wat Dik Kruis in de internet-discussie over dit boek aan de orde stelt. Volgens hem is het boek leesbaar ‘omdat het afschuwelijke zo mooi beschreven is’. Hij vraagt terecht: Hoe kan zo iets afschuwelijks beter mededeelbaar worden ‘dan door middel van een kunstuiting’. Hij bedoelt daarmee een aspect van kunst, dat door Van Dijk als de ‘poëticale functie’ van een verschrikkelijk verhaal wordt genoemd.
Beide deelnemers aan de discussie worstelen met een probleem dat in de huidige kunstfilosofie als de verhouding van trauma en kunst wordt besproken. De 18 jaar die Salim in de onderaardse gevangenis van Tazmamart moet zitten, zijn voor hem een uitermate traumatische ervaring. Wie zo’n ervaring heeft gehad, ziet er, net als Salim, van af, daarover te praten. Dat geldt vooral ook voor zijn naaste omgeving en dat zal lange tijd zo blijven. Tahar Ben Jelloun heeft van een kort bericht dat hij van Salim had vernomen een goed geschreven roman gemaakt, een kunstwerk van de eerste orde. Hij gebruikt juist vele woorden, beschrijft de uiterlijke en vooral ook de innerlijke belevenissen van Salim en de andere gedetineerden op een aansprekende en zelfs meeslepende manier en tot in de kleinste details. Hoe kan dat? Wat is hier gebeurd?
Na de tweede wereldoorlog kwam de wereld te weten welke gruwelijkheden in Auschwitz en andere concentratiekampen door de Duitse Nationaalsocialisten en hun helpers waren gepleegd. De filosoof Adorno schreef toen, dat ‘na Auschwitz’ geen poëzie meer mogelijk zou zijn. Hij had daarmee ongelijk. Want er zijn daarna niet alleen gedichten, ook in de Duitse taal, geschreven, Paul Celan heeft bovendien de holokaust zelf tot onderwerp van heel zijn poëtisch oeuvre gemaakt. Een enorme dichtheid en creativiteit van spreken was hiervoor nodig. Met zijn voorbarige stelling heeft Adorno echter wel het probleem duidelijk gemaakt, dat kunst na traumatische ervaringen van de genoemde orde niet zomaar voortgang vindt. De kunstenaars moeten in hun eigen medium het uiterste aan nieuwe vormgeving opbrengen om het onuitsprekelijke uitspreekbaar te maken. Dat hierbij om een paradoxale opgave gaat, is ook uit de titel van Ben Jellouns werk op te maken. Hij is daarin geslaagd, door in zijn roman de afschuwelijke, onmenselijke en mensonterende gebeurtenissen in de gevangenis van Tazmamart uitspreekbaar te maken.
In een bundel ‘Intercultural Aesthetics’ waarvan de editie door Antoon van den Braembussche, Nicole Note en mijzelf verzorgd is en die kort geleden in de uitgeverij Springer in Dordrecht verschenen is, staan onder andere een antal bijdragen over het onderwerp ‘kunst en trauma’. Daarin worden de specifieke vormgevingen aan de orde gesteld die bij de esthetische verwerking van genocides en de uitroeiing van hele volkeren nodig zijn. Een bijzonder duidelijk voorbeeld is de bijdrage van Pamela Johnston die laat zien hoe de kleine groepen Aboriginees die in Australië niet helemaal uitgeroeid zijn, daarop een antwoord geven in hun kunstuitingen en door hun hele leven tot een kunstuiting te maken.
Met de esthetische verwerking van een dermate diepgaande traumatische ervaring is echter het verhaal niet af. Door een gedicht, een roman te lezen of een kunstwerk te bekijken dat deze ervaring tot uitdrukking brengt, wordt een bewustzijn gecreëerd dat zo iets niet nog een keer mag gebeuren. Onder dit aspect wordt de wereld op deze manier een stuk menselijker gemaakt. Er kan echter ook een nasleep ontstaan van dit soort gebeurtenissen. Ze zijn in vergelijkbare situaties voor herhaling vatbaar. Na Auschwitz zijn bij voorbeeld in de genocide in Cambodja van 1975-1979 of in de wederzijdse pogingen tot uitroeiing tussen Hutu en Tutsi in Rwanda misschien even gruwelijke dingen voorgekomen. En Frantz Fanon interpreteert de talloze wreedheden en burgeroorlogen in Afrika na het bereiken van de politieke onafhankelijkheid als nog steeds voortdurende uitbarstingen van tegengeweld tegen het koloniale geweld dat de Afrikaanse mensen is aangedaan.
Daarmee wil ik zeggen: De esthetische uitdrukking van de trauma’s is belangrijk, maar is niet genoeg om tegen mogelijke gevolgen en herhalingen in te gaan. In de zin van Bert Brecht zou door dit soort kunst een V-effect (vervreemdingseffect) moeten ontstaan dat tot handelen leidt.

Heinz Kimmerle

Het vermogen geen haat te koesteren maakt vrij

Met een smak beland ik als lezer onder de grond. Ik ruik de natte aarde en in het donker klauw ik vol ongeloof voorovergebogen met de hoofdpersoon mee om de betonnen onderaardse bunker te verkennen.
De hele verdere psychologische roman probeer ik me te vereenzelvigen met de ik-figuur Salim wiens naam slechts zelden genoemd wordt. Ja, proberen, want in vele toonaarden en in prachtig proza parafraseert de sinds zijn gevangenneming leeftijdsloze soldaat die nauwelijks besefte aan een mislukte staatgreep deel te hebben genomen, de uitzichtloze situatie waarin hij geurende 18 jaar met anderen gevangen zit. Ik ben samen met Salim getuige van de (ver)stervenden en het wel en wee van deze “levende doden”.
Wat zich vervolgens afspeelt is zo onbegrijpelijk wreed dat ik mij voortdurend tijdens het lezen afvraag hoe dit mogelijk is, te meer daar de roman is gebaseerd op een “ware getuigenis”.

Exacte data spelen doorgaans geen rol van betekenis in romans.
Maar de mislukte staatsgreep tegen de koning vond werkelijk plaats op genoemd tijdstip.
Voor de eerste keer na lezing van een roman google ik op zoek naar de feiten achter het boek.
Is dat een aanbeveling voor een goede roman? Neen, het staat er los van.
Toch heeft dit beroep op waarheid mij afgeleid tijdens het lezen.
Anyway, het geeft een indicatie over de intensiteit waarmee het gelezene binnenkomt: het verhaal moet aan de wereld verteld worden.

De gevangenen houden elkaar in leven door “nodig” te zijn voor de ander.
Zo zal Abdelkader sterven als hij geen verhaal hoort en Salim als hij het niet vertelt.
Ik observeer de wreedheden, maar kan uiteindelijk samen met Salim moeilijk weerstand bieden tegen het verdriet als Ustad sterft. Hij die na 17 jaar trouwe dienst als “sprekende klok vraagt”: “Zit mijn gezicht nog op z’n plaats?”
Uiteindelijk overleven er 4 mensen van de 23 uit blok B.

Door Salims geestkracht kan hij uittreden uit zijn wegrottende lichaam, slaagt hij erin “niet te zijn”, of een imaginair uitstapje te maken naar de zwarte heilige steen (Kaaba). Hij keert terug naar zijn geloof en zweert alle heftige emoties af, waaronder de haat jegens zijn vader. De stilte vervangt het licht en hij - de asceet - de onaantastbare- biedt op deze manier weerstand aan zijn geestelijke aftakeling.
Deze onverzettelijkheid heeft Salim van zijn moeder, die nooit terugkwam op een genomen beslissing.
De roman is een aanklacht tegen naïviteit: deelnemen aan een actie die later een staatgreep blijkt te zijn, het 18 jaar lang door bewakers uitvoeren van bevelen zonder zich te verdiepen in wat ze aanrichten.
Tevens gloort er licht in “de verblindende afwezigheid van licht” door het vermogen van een mens “geen voeding te geven aan kwade gevoelens”, want “wraak ruikt naar de dood”. “Het merendeel van hen die gestorven zijn, is omgekomen door haat.”
Salim zegt zelf een beproeving als deze nodig te hebben gehad om zoiets eenvoudigs te begrijpen. De afwezigheid van haat maakt hem een vrij man.

mens in het onmenselijke

18 jaar in een onderaardse cel van 3 meter lang, anderhalve meter breed en 1,50-1,60 m hoog; dat gaat je bevattingsvermogen te boven.
Het boek roept tegenstrijdige gevoelens op. En getuigt de titel van het boek niet van soortgelijke ambivalentie? Kennen andere lezers ook niet de twijfel tussen geboeid blijven lezen en even het boek wegleggen?
Ik voel me een voyeur die toekijkt bij onmenselijk bestaan en lijden. Tegelijkertijd besef ik dat ik geniet – ten diepste toch de reden dat ik lees – omdat het afschuwelijke zo mooi beschreven is. Maar het kan toch niet dat zoiets verschrikkelijks gebruikt wordt om literatuur te maken, dat dat de inspiratiebron is voor kunst? Aan de andere kant zegt mijn verstand dat het verhaal moet worden vertelt en de wereld moet weten; hoe kan dat beter dan door middel van een kunstuiting? Misschien moet ik ook niet stil blijven staan bij het mensonterende en mensonwaardige. Juist het behoud van de menselijke geest en de menselijke waardigheid van de hoofdpersoon Salim is zijn overlevingsstrategie. Op de eerste pagina van het boek wordt bijna retorisch de vraag gesteld. ‘Maar wat zouden we met verstand moeten doen, in dat oord waar men ons had begraven,..’ Het antwoord volgt alle pagina’s daarna; mens blijven in het onmenselijke.

Paar vragen

Ik heb 'Een verblindende afwezigheid van licht' ademloos uitgelezen - behalve dan dat ik het een paar keer moest wegleggen omdat ik er te naar van werd - bij de schorpioenen en de kakkerlakken bijvoorbeeld. Echt een boek dat me bij de strot greep, zo te zeggen - prachtige literatuur.

Wel roept het boek twee vragen bij me op, waarvan ik hoop dat iemand met verstand van zaken ze kan beantwoorden:

* Als je 18 jaar in duisternis doorbrengt, kun je daarna nog wel zien? Ik meende uit boeken van Oliver Sacks begrepen te hebben dat je cognitieve functies verliest als je ze niet meer gebruikt. Hijzelf kon na langdurig verblijf in een ziekenhuiskamer bijvoorbeeld geen diepte meer zien op grotere afstand dan de muren van z'n kamer. Dus het zou mij niet verbazen dat je gezichtsvermogen sterk achteruit gaat van zo'n verblijf.

(Overigens: was het nou echt helemaal donker? Dat wordt mij niet duidelijk. Want hoe kunnen anders de bewakers iets zien, en hoe zien de gevangenen de vogel, en hoe kunnen ze een briefje schrijven?)

* Als de hoofdpersoon bij zijn bevrijding inderdaad lichamelijk gebroken maar geestelijk intact is (zoals hij zelf zegt, en wat in het stuk van afgelopen vrijdag in de krant ook stond), vanwaar dan die griezelige blik in zijn ogen - doosangst, verwildering, verlies van menselijkheid? Ik zou dat niet verwachten, de ogen opvattend als spiegels van de ziel. En juist die ziel was juist zo sterk gebleken. (Ter vergelijking: bij iemand als Nelson Mandela weerspiegelt zijn blik juist de menselijkheid, en dat was voor zover ik me kan herinneren meteen na zijn vrijlatig zo - ondanks wat hem is aangedaan.)

Louise

Tahar Ben Jelloun een verblindende afwezigheid van licht.

Halverwege het boek begon het mij steeds meer te boeien. De gedachtengang van de hoofdpersoon,de relatie met zijn vader wat eigenlijk géén relatie is. De persoonlijkheid van de hoofpersoon is een hele sterke persoonlijkheid. Zijn gedachtengang blijft positief om te overleven. Hij is beslist erg slim. De wreedheden met de schorpioenen, het ontbreken van normaal voedsel en het verhaal van de kakkerlakken blijven je bij.
En het einde, waarbij de hoofdpersoon weer aan het gewone leven moet wennen, wat eigenlijk onmogelijk blijkt.
Een boek om niet snel te vergeten.

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.