De beste Boekenweekgeschenken

Sinds de eerste Boekenweek in 1930 plaatsvond zijn er goede en slechte Boekenweekgeschenken verschenen. Wat is de top tien?

Door Arjen Fortuin

  1. Hugo Claus: De Zwaardvis (1989)
    Een beklemmende dag op het Vlaamse platteland, zwanger van onheil en onder de donkere wolken van de God van België. Een bijenkorf, vond Claus – deze boekenweek alweer een heel jaar dood –  zelf.
  2. Hella S.Haasse: Oeroeg (1948)
    Het anoniem gepubliceerde begin van een van de grootste Nederlandse schrijverscarrières.
  3. Maarten Biesheuvel: Een overtollig mens (1988)
    Om het pijnlijk beklemmende titelverhaal, waarin een archetypische Biesheuvelheld uiteindelijk alleen nog maar uit angst blijkt te bestaan.
  4. Arnon Grunberg: De heilige Antonio (1998)
    Scherpe novelle over New-Yorkse migranten die geen figurant willen zijn.
  5. Cees Nooteboom: Het volgende verhaal (1991)
    Aanvankelijk in Nederland nogal veronachtzaamd verhaal met sterk poëticale bodem. Zeer ten  onrechte, vindt ook Nooteboom zelf.
  6. Anton Koolhaas: Een schot in de lucht (1962)
    Vergeten geschenkboekje over bangelijke jachthond die op de vlucht slaat voor een losse flodder, door de meest geprezen auteur van de Boekenweek 2009.
  7. A.F.Th. van der Heijden: Weerborstels  (1992)
    Fraaie requiem voor verongelukte jongen: een verborgen hoogtepuntje in 'De tandeloze tijd'.
  8. Jacques Presser: De nacht der Girondijnen (1957)
    Klassieke Westerbork-novelle, fictie-pendant van Pressers historische studie Ondergang.
  9. Bernlef: De pianoman  (2008)
    Om de eerste veertig pagina’s.
  10. Harry Mulisch: Het theater, de brief en de waarheid (2000)
    Onschuldig ogende novelle die explosief werd door de scherpe reactie van cabaretier Freek de Jonge  die het boek tijdens het Boekenbal tot op de rand van verbranding bracht.

Vorige aflevering: de favoriete boekenwebsites van De papieren man