Boekenbal eert oude titanen

Welke adolescentenliteratuur staat bij de Nederlandse schrijvers op een voetstuk? Van Kloos tot Kuifje, van Bordewijk tot Blaman.
Jongens waren het, maar dat waren ze wel héél lang geleden. Zowel op de rode loper als bij het traditionele openingsprogramma van het Boekenbal 2010 werden opvallend oude generaties schrijvers geëerd. Adriaan van Dis, spreekstalmeester van het theaterprogramma in de grote zaal van de Amsterdamse Stadsschouwburg, zette achtereenvolgens F. Bordewijk, Victor van Vriesland en Joost van den Vondel in het zonnetje.

Van Dis citeerde gretig uit Karakter, misschien wel Bordewijks bekendste roman, om te laten zien hoe het boek nog altijd in staat is om bij een nieuwe generatie lezers daadkracht, ambitie en doorzettingsvermogen aan te wakkeren. Wie Karakter voorgedragen krijgt door de energieke Van Dis, kan dat alleen maar beamen.

Schrijfster en columniste Marjolijn Februari haalde Oscar Wilde aan om te illustreren wat lezen met een jong mens kan doen. “Volgens Wilde werd je neus groter van lezen. Dat komt omdat de inhoud van je hoofd groeit. U kunt straks op het Bal dan ook precies zien wie het meest en wie het minst gelezen heeft.”

Op de rode loper, een klein uurtje daarvoor, deden schrijvers graag uit de doeken wie de schrijvers en personages waren die hen in hun jeugd beïnvloedden. Frénk van der Linden, zowel journalist als schrijver, groeide op in een gezin waar nauwelijks gelezen werd en moest zich bluffend door letterengesprekken heen praten. “Ik weet nog dat de vader van een vriendje aan mij vroeg wie van de Grote Drie nu eigenlijk de grootste was: Mulisch, Reve of Hermans. Ik kende ze alledrie niet, had nog nooit van ze gehoord en riep maar één van de drie namen. De man keek me begripvol aan, maakte een betekenisvol geluid en zei: ‘interessante keuze’. Ik heb later in de bibliotheek op moeten zoeken wie ik nu precies tot grootste schrijver had uitgeroepen.”

Jan Siebelink noemt onmiddellijk Arthur van Schendels De Waterman als literair breekijzer. “En Anna Blamans Eenzaam avontuur. Hollands existentialisme, dat deed het goed bij mij.”

Frénk van der Linden komt eerdere uitspraken rectificeren. “Kuifje wilde ik nog zeggen! Dát was mijn held! Vooral omdat je hem in die strips nooit aan het werk zag. Kuifje was weliswaar journalist, maar je zag hem nooit in de weer met kopij. Een nobele reporter, Kuifje, maar werken deed hij eigenlijk niet. Dat sprak me aan.”

Ramsey Nasr pakte uit als afsluiter van het theaterprogramma. De lofzang op Tachtigers als Willem Kloos en J.H. Leopold, getiteld Radicaal intiem, was bevlogen, lyrisch en ook heel lang. Nasr, begeleid door een cellist, putte wederom voorbeeldig uit zijn voordrachtstalent, alhoewel hier en daar het publiek wat onrustig op de stoel begon te schuiven. 

Titanen werden dus volop geëerd, maar we moeten ze niet maken, benadrukte Midas Dekkers in zijn voordracht. “Er zijn twee redenen geen kinderen te nemen: Ponypark Slagharen en pretpark Hellendoorn. Wie geen kinderen neemt, hoeft dáár in ieder geval nooit naartoe.”