François HaverSchmidt’s demonen
François HaverSchmidt, die vooral onder zijn pseudoniem Piet Paaltjens als satirisch-romantisch dichter bekend werd, was predikant. Zijn eerste benoeming in 1859 was in het terpdorpje Foudgum, tussen Dokkum en Holwerd. Hij bracht er als jong predikant ruim drie jaren door die bepalend werden voor de rest van zijn leven. Overigens was het geen eenzame tijd, want in het nabije Dokkum had hij familie en vrienden van zijn eigen leeftijd. Ook zijn lievelingszuster Sytske kwam regelmatig over uit Leeuwarden om haar ongehuwde broer bij te staan in zijn pastorale taken.
In Foudgum heeft HaverSchmidt echter twee dingen gedaan die zijn leven voorgoed zouden veranderen: het voltooien van de dichtbundel Snikken en grimlachjes en het schrijven van het Oera Linda Boek, samen met zijn jeugd- en studievriend Eelco Verwijs. Over dit laatste boek, een beroemde en beruchte mystificatie over de vroegste Friese geschiedenis, geschreven in een verzonnen oud-Friese taal, had HaverSchmidt later grote wroeging. Want wat begon als een studentikoze grap eindigde in een drama.
De bijgaande foto, die onlangs opdook in de nalatenschap van HaverSchmidts kleindochter, is uit 1868 en toont HaverSchmidt met zijn 4-jarig dochtertje Margot. Het plaatje oogt niet vrolijk. Geen wonder, want HaverSchmidt’s anderhalf jaar oude zoontje Nico is kort daarvoor overleden. In 1865 en 1866 waren bovendien zijn geliefde schoonzuster Christine en zuster Sytske allebei op hartverscheurende wijze bezweken aan de cholera-epidemie die Nederland teisterde. Ook het Oera Linda Boek kwam in 1867 in de openbaarheid, wat voor HaverSchmidt tot jarenlange spanningen leidde. Hoewel al gauw werd aangetoond dat het een falsificatie was, waarbij ook naar HaverSchmidt werd gewezen, bleven enkelen ook vast in de echtheid geloven. De belangrijkste van hen was de classicus Jan Gerhardus Ottema (1804-1879), conrector van het gymnasium in Leeuwarden en voormalig leraar van HaverSchmidt, die zelfs een vertaling van het Oera Linda Boek verzorgde. Uiteindelijk ruïneerde het Oera Linda Boek de reputatie en het leven van Ottema, die in 1879 zelfmoord pleegde. Voor HaverSchmidt moeten deze jarenlange afgang en de uiteindelijke dood van Ottema een martelgang zijn geweest. De vraag is of zijn zelfgekozen ‘levenslang’ als dominee in het moeilijke Schiedam daarvoor een boetedoening is geweest, want hij was landelijk geliefd en had zonder moeite elders een mooie benoeming kunnen krijgen.
Ook deed HaverSchmidt verwoede pogingen om Piet Paaltjens van zich af te schudden, die immers uit dezelfde studentikoze overmoed was ontstaan. Piet Paaltjens werd achtereenvolgens verbannen naar Schiermonnikoog, veranderd in een gemoedelijke sigarenhandelaar en naar de slagvelden in Frankrijk gestuurd. Enkele maanden na Ottema’s dood droeg HaverSchmidt in Schiedam zelfs een verhaal voor waarin Piet Paaltjens een verbond heeft met de duivel. En in de afsluitende Oudejaarspreek van datzelfde jaar 1879 maakt hij zichzelf de ergste verwijten:
„En hoe zouden wij het gedragen hebben wanneer het ons van tevoren gezegd was dat die slag ons treffen zou? [...] Hoe brandt u de wonde van uw hart! [...] Een gevolg van onze misstappen is dat wij vanavond minder rustig en dankbaar op het oude jaar kunnen terugzien dan anders het geval zou zijn.”
De trouwe kerkgangers zullen wel gedacht hebben: wat bezielt de dominee vanavond toch? 1879 was toch helemaal niet zo’n slecht jaar? Maar zij wisten niet met welke demon HaverSchmidt, die in 1894 zelfmoord pleegde, de rest van zijn leven zou worstelen.
Lees verder
- 17-04-2009 nieuws: Onbekende foto’s van Piet Paaltjens ontdekt
