Heleen van Royen over literaire femmes fatales
Het was nog nooit zo vol in het Haagse Louis Couperus-Museum als afgelopen zondag bij de opening van de tentoonstelling ‘Drie fatale vrouwen: Anna, Emma en Eline’.
Trekpleister was niet de vitrine met het vergif waarmee de romanpersonages Emma Bovary, Anna Karenina en Eline Vere zelfmoord pleegden. De Couperusfans waren duidelijk gekomen voor romanschrijfster Heleen van Royen die de opening verrichtte.
Zij was daartoe uitgenodigd “in haar functie van eigentijdse femme fatale”, wat haar alle reden gaf de spot te drijven met het idee achter de tentoonstelling dat Eline Vere, Anna Karenina, Emma Bovary èn Heleen van Royen “fatale vrouwen” zijn. Van Royen wees erop dat Van Dale een femme fatale omschrijft als een vrouw die mannen in het ongeluk stort. “In dat geval dien ik hier niet te spreken, maar een aantal mannen in het ongeluk te storten. Mochten er vrijwilligers zijn, dan stel ik voor dat u zich in rotten van drie opstelt bij de vitrine met gif.”
Van Royen legde uit dat Emma, Anna en Eline (alle drie vrouwen die zich niet konden schikken in de hun opgelegde rol van gedienstige echtgenote) geen mannen in het ongeluk hadden gestort maar zichzelf. Overspel, promiscue gedrag of andere vormen van vrouwelijke zelfbeschikking leidden in de 19de-eeuwse mannenmaatschappij tot verstoting die vrouwen tot waanzin en zelfmoord dreef.
“Eline, Anna en Emma zijn geen fatale vrouwen, het zijn tragische heldinnen”, hield Van Royen de verzamelde Couperus-liefhebbers dan ook voor. Zij zijn in geen enkel opzicht te vergelijken met de geëmancipeerde heldinnen in haar eigen boeken. Lea uit De gelukkige huisvrouw, Diana uit Godin van de jacht, Julia uit De ontsnapping en Victoria uit De mannentester zijn eigengereide doorzetters, die de handdoek nimmer in de ring gooien, zich niet voor de trein werpen of zich vergrijpen aan gif. “Het zijn vrouwen”, aldus Van Royen, “die met het leven worstelen, dat hebben ze met Eline, Anna en Emma gemeen.”
Lea, Diana, Julia en Victoria zijn echter onafhankelijke wezens en dat hebben ze níet met de heldinnen van Flaubert, Tolstoj en Couperus gemeen. Toen de schrijfster, die er allerminst uitzag als een femme fatale, noch als een kwijnende Eline Vere ongegeneerd de grote schrijvers zelf terecht wees, ontstond enig beschaafd gemor onder de toehoorders. “Ik hecht er sterk eraan te vermelden mijn heldinnen géén zielige, zwakke, soms zelfs onnozele wezens zijn, zoals mijn mannelijke literaire voorgangers vrouwen zo graag omschrijven. Ik hecht er sterk aan te vermelden dat ze zich niet alleen laten leiden door hun grillige emotionele natuur en dat seksualiteit níet hun enge wapen is. Mijn heldinnen hebben meer in huis. Iets dat mannen ook schijnen te hebben. Het heet verstand.”
Voordat het publiek zich mocht gaan vergapen aan de gifkast en de pikante antieke dameslingerie concludeerde Van Royen dat de femme fatale niet bestaat, maar een stigmatiserend spookbeeld is. “Voor u staat geen femme fatale, maar een schrijver. Dat ik me beter dan mijn drie overleden collega’s kan inleven in de diepste zielenroerselen van vrouwen, komt omdat ik dichter bij de bron sta. Of het nu gaat om relaties, familie, het baren, aborteren of verlaten van de kinderen: ik bén de bron.”
Tentoonstelling Louis Couperusmuseum, Javastraat 17 Den Haag. Tot 28 mei 2010
