Le Clézio winnaar Nobelprijs voor de Literatuur 2008
De Nobelprijs voor de Literatuur is vandaag toegekend aan de Franse schrijver J.M.G. Le Clézio.
Meer dan 50 boeken heeft de auteur op zijn naam staan, romans, kinder- en jeugdboeken, gesprekken, portretten en korte verhalen. Vorige week verscheen zijn nieuwe roman Ritournelle de la faim. In de francofone wereld kent iedereen zijn naam, maar toch blijft J.G.M. Le Clézio een raadselachtig schrijver, niet in de laatste plaats vanwege zijn teruggetrokken en publiciteitsschuwe karakter.
Le Clézio (1940, Nice) is een fenomeen en zijn schrijverschap maar moeilijk te vangen: daarvan getuigen vele studies, proefschriften, speciale tijdschriftennummers en ook een biografie in de fameuze reeks Vérité et légendes. Reizen is voor hem een manier van leven. Zijn eerste grote reis maakte hij op zijn achtste jaar, op een Nederlands vrachtschip van de Holland Africa Line, van Nice naar Nigeria, om kennis te maken met zijn Engelse vader, die als arts in Nigeria werkte. Tijdens de overtocht bleef hij in zijn hut, maakte zijn eerste tekeningen en schreef zijn eerste verhalen. Zijn latere leven zou voor de ene helft bestaan uit het maken van wereldreizen en voor de andere helft uit schrijven. Le Clézio debuteerde in 1963 met Le Procès-verbal (1963) dat meteen een succes werd.
Le Clézio’s werk is vaak filosofisch (L'extase matérielle), soms essayistisch (Le rêve mexicain) en bovenal kosmopolitisch: `Before there was multiculturalism, there was the work of Jean-Marie Le Clézio', schreef The Washington Post al in 1994 over The Prospector (Le Chercheur d'or) en The Mexican dream (Le rêve mexicain), twee van de vele vertalingen die in de afgelopen decennia in de VS verschenen. Le Clézio's werk wordt er unaniem geprezen om zijn `documentary feel of history', om de manier waarop hij mythen uit het Europese koloniale verleden laat versmelten met `elementen uit Paul en Virginie (achttiende-eeuwse roman van Bernardin de Saint-Pierre – md), Indiana Jones en Robinson Crusoe'.
Le Clézio's werk is grensoverschrijdend, niet te vangen in welke literaire traditie dan ook: hij is een eenling, een auteur zonder duidelijke literaire evenknie, een bewonderaar van Jules Verne, John Updike en Jorge Luis Borges, maar ook van le comte de Lautréamont en Jean-Paul Sartre. Le Clézio schrijft over jonge mensen en hun dromen, over steden en onbewoonde eilanden, over de zee en de woestijn. De schrijver, die zichzelf veel meer ziet als nomade dan als wereldreiziger, zoekt naar de samenhang tussen het intellect en het fysieke, naar een filosofisch evenwicht tussen natuur en cultuur. Zijn spirituele zoektocht voert langs oude mythen, vergeten sagen en vervlogen beschavingen. Hij trok, soms jarenlang, mee met indianenvolken of woestijnbewoners, wier cultuur hij bestudeerde en wier oerteksten hij vertaalde.
Le Clézio's vroege werk (La fièvre, L'extase matérielle, La guerre) getuigt van de angst van de enkeling in een gewelddadige wereld, maar ook van protest tegen de agressie van de moderne maatschappij: het individu versus de massa, schoonheid versus geweld. Le Clézio kiest altijd de kant van de verdrukten in de maatschappij, van diegenen die niets bezitten, geen papieren hebben, geen huis en geen werk. Van zijn vader erfde hij een afkeer van verspilling en het verwerpen van alles wat met het grote geld te maken had.
Het verklaart mede Le Clézio's fascinatie voor oude culturen als die van berbervolken of midden-Amerikaanse indianenstammen. Na zijn debuutroman vervulde Le Clézio zijn vervangende dienstplicht in Thailand. Door zijn openlijke kritiek op de kinderprostitutie moest hij het land verlaten en werd hij naar een volgende post gestuurd: Mexico. Hij verdiepte zich in de indiaanse cultuur en sloot zich voor enkele jaren aan bij de Emberas en de Waunanas in Panama.
Le Clézio's taalgebruik is, nog steeds, vloeiend en beeldend, uitermate poëtisch, op het zangerige af. Maar schijn bedriegt: Le Clézio is geen dromer, geen naïeve écolo (radicale milieu-activist). Het is een zelfbewuste schrijver die in dagblad Le Monde het Japanse Mitsubishi opriep af te zien van het bouwen van een dam in Mexico, die het voortbestaan van de walvis daar zou bedreigen. In andere artikelen beschuldigde hij offshore industrieën ervan schaamteloos te profiteren van lage lonen in arme landen en ook uitte hij verschillende malen zijn afschuw over illegale extra lozingen na het vergaan van de tanker Erika, waardoor de Bretonse kust nog ernstiger werd vervuild.
Het was Bretagne dat één van Le Clézio's voorouders, een reder, aan het eind van de achttiende eeuw verliet om zijn geluk te beproeven op het Ile de France, een eiland in de Indische Oceaan, dat later door de Engelsen werd omgedoopt tot Ile Maurice (Mauritius). Le Clézio's grootvader, een magistraat uit de machtig geworden Mauritiaanse familie, verliet op zijn beurt vrouw en kinderen om een droom na te jagen: hij ging op zoek naar een legendarische schat op het nabij gelegen eiland Rodrigues. In Le chercheur d'or (1985) volgt Le Clézio zijn grootvader op het het schateiland. Voyage à Rodrigues (1986) verhaalt van Le Clézio's eigen reis naar dit eiland.
Vasthouden wat verdwijnt, toegankelijk maken wat eeuwigheidswaarde heeft – dat is wat Le Clézio moet hebben bewogen om, samen met de dichter Jean Grosjean, te starten met de Gallimard-reeks A l'aube des peuples, een `littérature des origines', met oude, oorspronkelijk orale teksten uit de meest uiteenlopende culturen: Tahitiaanse mythen, legenden uit de beschaving van de Cashinahua indianen, gezangen van het Aino-volk in Japan, een geschiedenis van Armenië, maar ook mémoires van een Syrische tolk van Napoleon.
Zeven jaar geleden sprak ik Le Clézio in Parijs, hij was op doortocht, kwam uit Oezbekistan en onderweg naar Mexico, het woestijnzand zat nog in zijn schoenen. Hij citeerde versregels van de Perzische dichter Rumi: `Wat is meer waard, het bevel voeren over tienduizend man of vrij zijn in een vruchtdragende eenzaamheid?’ ‘Het is beter vrij te zijn in eenzaamheid’, luidde zijn antwoord, dan machtig in gevangenschap. Ik ben gericht op mensen die zo'n soort eenzaamheid hebben verkozen, niet op diegenen die heersen, handelen en zich bezig houden met hun imago.''
Klik hier voor meer informatie over de schrijver en hieronder voor recensies van de boeken van Jean-Marie Gustave Le Clézio en het interview dat Margot Dijkgraaf met hem had in 2001.
Lees verder
- 02-03-2001 interview: Iedereen heeft een denkbeeldige familie
- 01-08-2003 recensie: Nooit aarden in hier en nu
- 03-10-1997 recensie: Ontsnappen aan de donkere zak
- 10-11-1995 recensie: Onrustig, maar vol verwachting
- 10-10-2008 nieuws: Le Clézio: 'We moeten romans blijven lezen'
- 09-10-2008 nieuws: ‘Poëtische en sensuele’ Le Clézio ook veel in vertaling beschikbaar
- Clezio, J.m.g. Le
