Poëzie uit de speaker, verstopt in treurwilg
Op kunst- en poëziefestival Watou is de kunst moeilijk te doorgronden, en klinkt de poëzie overal
Dinsdag 20 juli 2010 door Kester Freriks
Installatie ‘Cask’: in elk van de huisjes is een solotentoonstelling te zien.
Foto Koen de Waal
Op het Kunstenfestival Watou 2010 moet de bezoeker zelf een eenheid vinden in een genereus aanbod van poëzie en kunst. De stem van Hugo Claus klinkt op uit het gras.
Op het erf van een boerenhof staat een glanzende Jaguar Sovereign, kogelgrijs van kleur. De verleiding is groot het portier te openen. Maar de wagen is dichtgelast, de flanken ononderbroken. Van kostbaar gebruiksvoorwerp is de Jaguar door kunstenaar Frederik Van Simaey tot kunstwerk getransformeerd, toepasselijk Close genoemd. Het lijkt of hij voor eeuwig tot stilstand is gekomen in het dorp Watou in de zuidwesthoek van Vlaanderen. Het jaarlijkse evenement Kunstenfestival Watou. Tussen Taal en Beeld heeft als ondertitel Verzamelde verhalen #2. Na het vertrek van oprichter Gwy Mandelinck in 2009 nam intendant Jan Moeyaert de leiding over. Het verschil tussen Mandelincks Poëziezomers en Verzamelde verhalen is groot. Was Mandelinck een solist die met thema’s zoals Een lege plek om te blijven een dwingende samenhang tussen poëzie en beeldende kunst creëerde, nu is Watou verdeeld onder een commissie van curatoren. Hierdoor is de eenheid weg. De trouwe bezoeker mist de obsessieve kwaliteiten van Mandelinck. Gelukkig is poëzie overal te vinden in het dorp; aangebracht op trottoirtegels en op borden langs de route, de ‘Totempalen’. Zomaar opeens staan daar regels van Gerrit Kouwenaar: „De tijd staat open, het hijgt aan weerszijden/ of avond en donker elkander omarmen, het slaapt/ dat het kraakt in de stokoude boomgaard.”
De Jaguar staat bij het Blauhuys, een van de mooiste locaties van Watou. Schrijver Oscar van den Boogaard is een van de curatoren. Hij eert Hugo Claus, wiens gedreven stem opklinkt uit het hoge gras onder een treurwilg waarin luidsprekers zijn verborgen. Claus leest het gedicht Nu nog: „Nu nog de strepen schrammen vlekken tatoeëringen,/ allemaal kwetsuren van liefde onder haar lichte jurk.” Aan de buitenkant zijn de schuren voorzien van hardroze trappen die naar kijkgaten leiden. In een van de stallen is een blind horloge te bewonderen, ook ontworpen door Van Simaey. It's about time heet het. De wijzerplaat is angstwekkend leeg en wit.
In het weiland staan kunstkabinetten opgesteld, de Strandcabines van Sofie Van der Linden. Binnenin heeft een keur aan kunstenaars een gedicht gecombineerd met een kunstwerk. Het geladen, expressionistische doek Erszebet van Robbe Vervaeke laat een grote, rauwe hand zien die de voet van een wijnglas omklemt. De helwitte strandhuisjes zelf zijn gestileerde objecten. Ze wekken verwondering: hier in een golvend groen landschap lijken ze misplaatst, alsof ze van een strand zijn aangespoeld.
Al heeft Watou 2010 geen vastomlijnd thema, toch lijken vervreemding en optische verrassingen een constante in de keuze van de beeldende kunsten. Twee beelden van Wim Delvoye bij de kerk dwingen tot lang kijken. Tegen de buitenmuur staat Twisted Jesus, een langgerekt kruisbeeld waarin kruis en gekruisigde om hun eigen as draaien. De soepele vorm staat in dramatisch contrast tot de smartelijke betekenis van het beeld. Binnen, op een wit altaar, ligt Double Helix Crossed Crucifix, een juweel bestaande uit kleine, bronzen kruisbeelden omgesmeed tot een sierlijke doornenkroon. Delvoye geeft aan het eeuwenoude christelijke symbool lenige, zelfs verleidelijke vormen.
In het aangrenzende klooster hangt een grimmig portret van een bruid door de Tsjechische Jitka Mikulicova. De bruidsjurk tegen de donkere achtergrond is een starre vorm, waar je naar believen in en uit kunt stappen. Net of het huwelijk een illusieloze verbintenis is. De schoonheid van het verval is te beleven in een nieuwe locatie, het voormalige volkscafé de Rode Hoed aan de Markt. Alles is hier kapot, behalve die ene installatie met lichtstralen en textiel van Sarah Westphal. The Appearing toont een bloemetjesgordijn dat tegen de muur hangt. Toch valt er daglicht doorheen. Het is een verrassende, verstilde trompe-l’oeil. Heel anders dan de explosieve muurschilderingen die Rinus Van de Velde maakt in de verduisterde kelder van een bierbrouwerij om de hoek, geïnspireerd door de Russische dichter Vladimir Majakovski. Van de Velde presenteert de dichter als een stripheld in dynamische, beklemmende tekeningen. Daar hoort poëzie bij, zoals van Majakovski zelf: „Gereed óf tot de dood, óf eeuwige levensloop/ staan daar mijn verzen stram, met lood geladen.”
Voor de poëzie van Watou 2010 is geput uit de voorbije eeuw, met enkele uitschieters naar nu. De beeldende kunst daarentegen is zeer actueel, gemaakt door jonge kunstenaars. Een mooie gelegenheid de nieuwste ontwikkelingen te volgen, maar het vereist ook bereidwilligheid van de bezoeker, want de curatoren hebben gekozen voor complex, moeilijk te doorgronden werk. De Amerikaan David Adamo speelt een volmaakt spel met optische illusie. In het Rusthuis staan hakbijlen opgesteld waarvan de houten stelen geschild zijn, zo dun als lucifershoutjes. Ze zouden breken bij aanraking. Bijlen die dienen om een boom te kappen zijn zelf gekapt. Hij noemt dit werk, en ook een ijle harp bestaande uit dunne draden Untitled (music for strings).
Het meest toegankelijk zijn documentaires van de dichters Lucebert en Rutger Kopland, vertoond in een oude boerenschuur aan de Belgisch-Franse grens. Op de jazzklanken van Lester Young tekent Lucebert een van zijn grillige fantasieën en Kopland denkt hardop na over de dood: „Doodgaan, dat is jezelf verlaten en weten dat je nooit terug kan.” De stal heet Grensland en Koplands woorden passen hier perfect.
Programma Watou
Kunstenfestival Watou 2010 toont in boerenschuren, een kerk, volkscafé en een voormalig klooster beeldende kunst en poëzie. Intendant Jan Moeyaert nodige vier curatoren uit. Er is werk te zien van meer dan vijftig beeldend kunstenaars. De keuze van de poëzie, van Rainer Maria Rilke tot Willem van Toorn, is gemaakt door Willy Tibergien van het Poëziecentrum Gent. Er vinden tal van evenementen plaats, onder meer performances, een poetry-slam en theatervoorstellingen. Voor kinderen is er een educatief programma.
