Literaire sellerchicks leggen de ontwrichting van de samenleving bloot

Wie klaagt over ‘bestsellers-chicks’, zoals Gerrit Komrij doet, miskent dat zij belangrijke kwesties aansnijden, aldus Stine Jensen.

Meer dan 170.000 exemplaren zijn er inmiddels van over de toonbank gegaan. Ook ik heb de bestseller van Maria Mosterd, Echte mannen eten geen kaas, verslonden. Het gaat over een meisje dat het slachtoffer is van een loverboy, en dat is heel erg. Maar door de wellust van het proza vergat ik hoe erg het allemaal was.

„De jongen ging achter me staan en begon tegen me aan te schuren. Ik voelde dat hij een stijve had. Jayson zat onderuitgezakt op de bank te kijken hoe wij aan het schuren waren. De jongen ging met zijn handen onder mijn truitje en deed dat uit. Jayson kwam naar voren en deed mijn broek los…” Et cetera.

In plaats van bezorgdheid voelde ik opwinding – straks komt er nog een derde Antilliaan bij die zijn hand in haar… en… ja hoor… ja! daar is hij al! – al begreep ik dat dit uiteraard niet helemaal de bedoeling kon zijn van het boek.

Met deze bestseller is iets merkwaardigs aan de hand, ja, misschien zelfs iets mis. Nu is er gedurende de afgelopen boekenweek heel wat afgeklaagd over de ‘bestselleritis’ in Nederland. Gerrit Komrij haalde in een uitzending van Pauw & Witteman uit naar de megasellers van de ‘chicks zonder kloten’: „Literatuur wil toch iets anders dan die zorgjes en die dingen over zwangerschap en plastische chirurgie. Literatuur betekent hoe je in de wereld staat, je reflectie, je perspectief op de wereld, je begeleiden bij hele ernstige vraagstukken”, mopperde Komrij, terwijl achter hem omslagen van de sellerchicks werden geprojecteerd van onder anderen Saskia Noort en Maria Mosterd. Paul Witteman sprak met gevoel voor beeldspraak van een ‘literatuur die op de rug ligt’. De bestseller is, met andere woorden, een publieke vrouw: koop mij, gebruik mij, en wissel mij daarna in voor een ander. De uitgever als haar loverboy, de lezer als hoerenloper.

Het is begrijpelijk dat brompotten die ooit de literaire elite vertegenwoordigden zich enigszins bedreigd voelen door het succes van – met name – vrouwen. Maar als Komrij de moeite zou nemen om de vier grote klappers van het moment te lezen – Maria Mosterds Echte Mannen eten geen kaas (ca. 170.000 exemplaren) en het boek van haar moeder Lucy Mosterd, Ik stond laatst voor een poppenkraam (ca. 20.000), Herman Kochs Het diner (ca. 150.000) en Saskia Noorts De verbouwing (ca. 200.000) – zou hij kunnen constateren dat ze in ieder geval ruimschoots voldoen aan zijn criterium: ze begeleiden ons bij tamelijk ernstige vraagstukken.

Misschien denkt Komrij dat Saskia Noorts boek over plastische chirurgie gaat, omdat op het omslag een vrouw staat met een verband om haar ogen en neus. Maar onderhuids speelt een ander thema: een zoon die ontspoort doordat de ouders een slecht functionerend huwelijk hebben. Daarover gaan trouwens ook al die andere boeken: Maria Mosterd beschrijft hoe zij als 12-jarig meisje in handen valt van een loverboy, en haar moeder Lucy vraagt zich af waarom ze dat niet zag aankomen. Het diner gaat over ouders die erachter komen dat hun kind iemand vermoord heeft. De bestsellerlijsten zijn volkomen in de greep van kinderen die ontsporen en ook van ouders die over alles controle willen hebben, maar te druk zijn met hun carrière, geld, huis of echtgenoot om oog te hebben voor het kind. Het onschuldige kind staat symbool voor de huidige ontwrichting van de maatschappij waarvan men dacht dat deze maakbaar was, en entameert de morele paniek die de lezer voelt.

Welke literatuur heeft Komrij voor ogen als hij het heeft over reflectie op ‘ernstige vraagstukken’? Ik denk dat hij bijvoorbeeld doelt op masturberende jongens in bed met hun teddybeer (Gerard Reve), op mannen die er last van hebben dat niemand met ze wil neuken en maar door blijven drinken (Geerten Meijsing), en op oude mannen die kampen met lustgevoelens voor jonge meisjes (Nabokov). Ik chargeer een beetje om aan te geven dat de ernst van het vraagstuk een vreemd en nogal relatief criterium is voor literatuur, al was het maar omdat ik denk dat je ook prachtige literatuur kunt schrijven over plastische chirurgie (Erzählungen van Kafka) en zwangerschap (L’innocente van D’Annunzio).

Hoogleraar Nederlandse letterkunde en letterkundig provocateur Thomas Vaessens betoogt in zijn nieuwe boek De revanche van de roman juist dat hij toe wil naar literatuur die zich midden in de openbare ruimte bevindt, waarin stijl niet het allerbelangrijkste is, maar ethiek. De roep om straatrumoer is niet nieuw en vind ik meestal wel sympathiek. Vaessens doet zijn oproep echter in een tijd waarin hij op zijn wenken wordt bediend. De bestsellers pakken immers met verve de straathandschoen op en schrijven te midden van een financiële crisis volop over de problemen van de maakbare en koopbare samenleving en over degenen die zich onttrekken aan maakbaarheid: kinderen.

Terug naar Komrij: hij heeft niet helemaal ongelijk als hij zegt dat er iets mis is met de huidige bestsellers. Maar met de ernst van de thematiek of met het feit dat vrouwen – of Herman Koch – ze schrijven, heeft dat niets te maken. Het gaat erom hoe ze ons begeleiden bij die vraagstukken. Het verlangen van Vaessens naar ‘ethiek’ boven ‘stijl’ is dan ook te simpel. Lectuur of literatuur, ik denk dat juist het straatrumoer verfijning en complexiteit behoeft om ons werkelijk tot de reflectie aan te kunnen zetten waar Komrij het over heeft. Door ons bijvoorbeeld ethisch uit te dagen; het mag, om met straatbeeldspraak te spreken, meer schuren wat mij betreft. Zo spreekt er een wel heel eenzijdig en wat saai beeld van de sekseverhoudingen uit de hedendaagse bestsellers. De vrouwen vertegenwoordigen het goede en de mannen het kwaad. Dat de kinderen ontsporen, ligt niet aan de moeders, maar aan disfunctionele vaders die te oud zijn en op zoek naar bevestiging (De verbouwing), behept met een genetisch defect waardoor ze agressie niet onder controle hebben (Het diner), afwezig en overspelig (Echte mannen eten geen kaas). Ook de kinder- versus volwassenenwereld is simpel. Er bestaan onschuldige meisje die in handen kunnen vallen van boze rotjongens die loverboys heten en dat is de schuld van de ouders.

Dan de stijl: die is wel degelijk minstens zo belangrijk als de ethiek en kan er niet los van worden gezien – daarvoor moet ik even terug naar de schurende loverboys. Echte mannen eten geen kaas werd voor mij – al lezende – wel degelijk steeds meer een ethische uitdaging van de eigen moraal, omdat het proza vaak zo pornografisch is. Bij Mosterd hangen ethiek en stijl op een perverse manier samen – geoorloofde wellust en morele afkeur gaan hand in hand en zijn mijns inziens ook de voornaamste verklaring voor het succes van Echte mannen eten geen kaas. Als dat geen ernstig vraagstuk is!

Maar dat merk je pas als je verder leest dan de kaft. Zou Gerrit Komrij ook eens moeten doen.

Bekijk de uitzending van Pauw & Witteman van 9 maart, waarin Gerrit Komrij spreekt over vrouwenliteratuur, op pauwenwitteman.nl. Vanaf minuut 27:00.