‘Geluk is de grootste uitdaging’
AKO-prijs-nominé Dimitri Verhulst wil de mensen een geweten kietelen
„Ik ben een geëngageerd schrijver, ja,” zegt Dimitri Verhulst. „Als ik zin heb.” De Vlaamse veelschrijver, AKO-genomineerd voor ‘De helaasheid der dingen’, heeft alweer een nieuw boek uit.
Dimitri Verhulst: Mevrouw Verona daalt de heuvel af. Contact, 112 blz. € 14,90.Dimitri Verhulst: De helaasheid der dingen. Contact, 208 blz. € 18,90
Het contrast mag er wezen. Ergens verstopt in een gebouw op een industrieterrein in Amsterdam-West zit een man in een studio. Aan de muur hangen foto’s van muzikanten, in een hoek wacht een drumstel op een volgende klus. In die omgeving, waar alles modern en artificieel is, leest de man voor over een dorp waaruit zoveel mensen zijn weggetrokken dat er geen winkel meer is en de kantine van de allang gesloten bioscoop fungeert als café. Hij leest: ‘Iedereen zou zich herinneren dat het plaatsvond in het jaar dat er een koe burgemeester van Oucwègne werd. Een koe, jawel, om preciezer te zijn: een Blonde d’Aquitaine, bij boeren bekend als een uitstekend vleesras.’
Het voorrecht, of de verplichting, om zijn nieuwe roman een paar weken voor verschijning integraal op cd voor te lezen is een van de gevolgen van het succes dat Dimitri Verhulst (Aalst, 1972) dit voorjaar boekte met De helaasheid der dingen. Die ruige, bij vlagen melancholische en deels autobiografische roman over een jongen die opgroeit in een Vlaamse voorstad tussen zijn vader en veeldrinkende ooms, betekende zijn doorbraak in Vlaanderen.
Een terechte doorbraak, want in De helaasheid der dingen kwam samen wat Verhulst in zijn eerdere boeken al maakte tot een groot en eigenzinnig talent. Hij gooit zijn lezers de ellende van het bestaan en de slechtheid van de mens graag hard in het gezicht, maar – en dat is het knappe – zonder cynisch te worden. Ergens op de achtergrond voel je steeds het mededogen waarmee hij schrijft. Het ‘straatrumoer’ waar in Nederland met regelmaat naar wordt verlangd, klinkt in Verhulsts werk altijd onnadrukkelijk mee. Net als vaak de tegenstelling tussen het chique volk in de stad en de mensen die door de stedelingen met misprijzen worden bekeken: de achtergestelden in de voorsteden en op het platteland.
Meer dan een andere hedendaagse schrijver zou hij kunnen doorgaan voor de 21ste-eeuwse opvolger van de legendarische Louis Paul Boon: Verhulst maakte enige jaren geleden ook een moderne versie van Boons collaboratie-reportage Hij was een zwarte – beiden delen ook journalistieke roots. Verhulst zegt het niet zoveel: „De zonen en dochters van Boon, da’s inmiddels een erg grote familie.”
Van het ongepolijste kroegimago dat hij dankzij De helaasheid der dingen in Vlaanderen heeft gekregen, is weinig merken in de Amsterdamse studio. Dimitri Verhulst drinkt nog veel zwarte koffie, maar roken doet hij niet meer. En hij leest zijn teksten met zachte, ingetogen stem, alsof hij ze zou willen zingen. Maar wat hij leest is dan ook niet De helaasheid der dingen. Want er is alweer een nieuwe Verhulst. Op de dag dat bekend wordt of De helaasheid der dingen behalve lovende kritieken en 14 drukken ook een AKO-nominatie waard is, verschijnt Mevrouw Verona daalt de heuvel af, zijn achtste boek in zeven jaar.
En het is een heel ander boek geworden: de wrang-komische verhalen over een Ronde van Frankrijk voor veeldrinkers, kinderen in de kroeg of verwaarloosde huishoudens uit De helaasheid der dingen zijn in Mevrouw Verona vervangen door een bijna idyllisch dorpsverhaal over een weduwe, die twintig jaar na de dood van haar man weer uit haar huis komt. Ze is decennia lang een prachtige en onbereikbare vrouw gebleven, naar wie alle mannen in het dorp smachtten, maar de liefde voor haar overleden man blijkt sterker dan het verlangen naar gezelschap – blijkt sterker dan wat dan ook.
„Ik wilde niet nog een keer hetzelfde doen”, zegt Dimitri Verhulst een uurtje na zijn voorleessessie in het centrum van Amsterdam. „Mijn ambitie was om een stationsroman te schrijven. In de literatuur wordt heel cynisch gedaan over de liefde. Eigenlijk zijn de opvattingen heel kleinburgerlijk: geluk ziet er overal hetzelfde uit, ongeluk is een thema dat je kunt waarderen. Kennelijk bestaat er een taboe. Geluk is een van de weinige grote uitdagingen die er nog liggen in de literatuur.” En, grinnikend: „Ik ben ongelooflijk tevreden met mijn stationsroman. Het gekke is dat ik ook vind dat dit mijn beste boek is.”
Verhulsts woordkeus verraadt soms de herkomt van de ruige taal in veel van zijn boeken, maar hij formuleert rustig en met zorg. Zoals hij dat ook doet in Mevrouw Verona, zijn kalmste boek tot nu toe. „Ik heb de indruk dat ik heel volwassen geworden ben. Vroeger had ik schrik om drie pagina’s lang geen grap te vertellen. Nu ben ik niet meer bang om de lezer kwijt te spelen. En het is natuurlijk plezant om een boek te hebben dat gans anders is dan het vorige. Al die zieltjes die ik gewonnen heb ben ik zo weer kwijt.”
Die nieuwe zieltjes, dat zijn er nogal wat. In Vlaanderen geldt Verhulst als de man die Dan Brown van de eerste plaats van de bestsellerlijsten heeft gestoten. Tot zijn eigen ongenoegen. „Dat is echt het belachelijkste dat over mij is gezegd,” zegt hij fel. „Men denkt er niet aan dat ik mij weleens kunnen schamen voor die vaststelling, gatverdemme! De modale lezer weet niets van wat ik heb geschreven, maar onthoudt wel dat ik meer heb verkocht dan Dan Brown.”
Het succes van De helaasheid der dingen kwam als een verrassing, zegt Verhulst. Hij had juist genoeg van het schrijven voor een klein publiek: „Ik had gezegd dat ik voortaan in het Frans zou schrijven. Want het lukte toch niet om de Nederlandstalige lezers te interesseren. Die lezen liever hun Nicci French, schrijvers die elk jaar hetzelfde kakken. Het was een stukje frustratie mijnerzijds”
Maar om na zijn doorbraak over te stappen op een andere taal, dat ‘kon hij niet maken’, zegt Verhulst. Wel is aan Mevrouw Verona te zien dat hij het in het Frans had willen schrijven, zegt de auteur: „Aan de aandacht voor het detail, het soigneren van het detail.” Hij wilde helemaal in de taal verdwijnen. „Ik probeerde aan de tekst de eisen te stellen die ik aan een gedicht stel: cadans, ritme, melodie. Tijdens het werken heb ik me opgedragen om een week aan een pagina te werken. Ook als ik klaar was, weigerde ik verder te schrijven. Als ik het nu voorlees, valt me ook niets meer op. Ik ken het bijna helemaal van buiten.” Uiteindelijk deed hij een jaar over de honderd pagina’s van Mevrouw Verona daalt de heuvel af. „Ik heb wel vaker gezegd: ik zal weleens een dik boek schrijven als ik weinig tijd heb.”
Verhulsts boeken zijn zelden dik, maar zijn productiviteit is indrukwekkend. „Ik heb veel te veel te schrijven,” zegt hij. „Ik heb het tegendeel van een witer’s block. Ik heb weleens gehoord over een wetenschapper die zowel links- als rechtshandig was en met twee handen tegelijk op een schoolbord kon schrijven. Dat lijkt me geweldig, tegelijkertijd aan twee boeken kunnen schrijven.”
Behalve over de liefde, gaat Mevrouw Verona over de leegloop van het platteland, van kleine dorpen zoals het Waalse dorp waarin hij zelf woont. Dorpen waar een koe burgemeester kan worden zonder dat er een haan naar kraait. Verhulst: „Ik weet dat het in de kunsten niet zo populair is, maar ik houd van het dorpsleven. Op het platteland is de kwaliteit van de roddels veel beter. Ik hoor graag verhalen vertellen en dat gebeurt in de stad bijna niet; daar wordt vooral gekwekt en geschreeuwd, er wordt nooit een verhaal opgebouwd. In het café heb ik zelf ook leren vertellen.”
Veel gemakkelijker dan de meeste van hun Nederlandse vakgenoten verbinden Vlaamse schrijvers zich met maatschappelijke kwesties, zoals de afgelopen weken de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen. „Ik ben een geëngageerd schrijver, ja,” zegt Verhulst. Om er na een korte pauze aan toe te voegen: „Als ik zin heb. Als men mij vraagt om voor de verkiezingen iets te doen voor verdraagzaamheid – verschrikkelijk woord is dat trouwens – dan doe ik dat. Al heb ik schrik om te erg geprofileerd te worden.”
Dat engagement komt ook in zijn werk naar voren. Bijvoorbeeld in Problemski Hotel, zijn gefictionaliseerde reportage uit een asielzoekerscentrum. Dat boek viel op door de niets ontziende blik waarmee Verhulst niet alleen het systeem bezag, maar ook de asielzoekers in het centrum. Het leverde hem veel lof op. „Daarbij moet je wel zeggen dat ik het relatief gemakkelijk had. Ik geniet het voordeel dat heel veel sukkelaars dat soort boeken vóór mij hebben geschreven. In die zin dat het gaat om een menselijk, sociaal- geëngageerd thema. Dus je denkt: ik zal wel weer bij het handje genomen worden en aan het eind van het verhaal gaan we negertjes aaien. Daar heb ik van kunnen profiteren, door iets anders te doen. Ik kwam in dat centrum binnen met de gedachte dat het belangrijk was om te weten wat er omgaat in een asielzoeker. Vervolgens was ik zo eerlijk om te vertellen dat er binnen racisme is en dat mij dat choqueert. De engerds zitten overal, ook daar.”
Eenmaal probeerde Verhulst werkelijk maatschappelijke invloed te hebben door zijn werk: De verveling van de keeper, een roman waarin hij de draak steekt met Vlaams nationalisme door een Vlaams nationaal voetbalelftal wereldkampioen te laten worden. „Dat boek was een aanval op extreem rechts, op een gekke manier. Het was een schijnbeweging. Ik wilde de sympathisanten van extreem rechts bereiken met een boek over voetbal. Op de achterflap staat helemaal niet waarover het gaat of wie ik ben. Het moest gewoon een boek over voetbal lijken. Zelf vind ik het overigens een zeer mislukt boek, dat een beetje is blijven steken in zijn bedoelingen.”
„Ook De helaasheid der dingen is uiteindelijk een geëngageerde roman. Het vertelt een verhaal uit de jaren tachtig dat mijn persoonlijke verhaal is,maar dat nog steeds actueel is. Als ik uit Gent naar huis ga, dan kijk ik die groezelige cafeetjes binnen en dan zie je kinderen slapend op het biljart liggen terwijl hun vader nog zit te zuipen. Dat gebeurt nog steeds. Iemand moet dat opschrijven. Al verandert er niets.” Wat echter opvalt is dat Verhulst zich in zijn roman verre houdt van een moreel oordeel. Sterker: hij meet de trots van de outcasts én die van hun slapende kinderen breed uit. „Dat komt omdat ik het opgestoken vingertje haat. Louis Paul Boon wilde de mensen een geweten schoppen, maar wie laat zich nou vrijwillig schoppen? Je kunt beter proberen de mensen een geweten te kietelen.”
Zijn volgende boek moet een inktzwarte roman worden. Verhulst: „Ik heb nu iets heel vrolijks gedaan. Hierna moet iets afschuwelijk deprimerends komen. Beide perspectieven maken deel uit van mijn persoonlijkheid, beide vind je terug in mijn romans. Ik kan sociaal zijn, maar ik kan ook intens schijten op de mens.”
[streamer:
In Vlaanderen is hij de man die Dan Brown van de top verstootte
]
Acht maal Verhulst in zeven jaar
De kamer hiernaast (1999); debuutbundel met verhalen over zijn jeugd, over Bacon en over een man die afwacht terwijl zijn vrouw en zijn beste vriend in een naburige kamer de liefde bedrijven
Niets, niemand en redelijk stil (2000); roman over een man die wacht op een vrouw
Liefde, tenzij anders vermeld (2001); dichtbundel, genomineerd voor de Buddingh’ Prijs
De verveling van de keeper (2002); bizarre vertelling over de beste keeper aller tijden, wereldkampioen in 2034
Problemski Hotel (2003); indrukwekkende gefictionaliseerde reportage uit een asielzoekerscentrum
Dinsdagland. Schetsen van België (2004); opstellen, jeugdherinneringen en andere stukken – wat betekent het om Belg te zijn?
De helaasheid der dingen (2006); autobiografische roman over een jeugd in Reetveerdegem in een gezin zonder moeder
Mevrouw Verona daalt de heuvel af (2006); dorpsroman over een liefde die nooit eindigt.
Acht maal Verhulst in zeven jaar
De kamer hiernaast (1999); debuutbundel met verhalen over zijn jeugd, over Bacon en over een man die afwacht terwijl zijn vrouw en zijn beste vriend in een naburige kamer de liefde bedrijven
Niets, niemand en redelijk stil (2000); roman over een man die wacht op een vrouw
Liefde, tenzij anders vermeld (2001); dichtbundel, genomineerd voor de Buddingh’ Prijs
De verveling van de keeper (2002); bizarre vertelling over de beste keeper aller tijden, wereldkampioen in 2034
Problemski Hotel (2003); indrukwekkende gefictionaliseerde reportage uit een asielzoekerscentrum
Dinsdagland. Schetsen van België (2004); opstellen, jeugdherinneringen en andere stukken – wat betekent het om Belg te zijn?
De helaasheid der dingen (2006); autobiografische roman over een jeugd in Reetveerdegem in een gezin zonder moeder
Mevrouw Verona daalt de heuvel af (2006); dorpsroman over een liefde die nooit eindigt.
Lees verder
- 02-10-2008 recensie: Fanfare van rammelende magen
- Verhulst, Dimitri
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
