‘Al mijn zkv’s zijn inwisselbaar’
A.L. Snijders over het succes van zijn inmiddels gebundelde ‘Zeer Korte Verhalen’
Zijn raadselachtige Zeer Korte Verhalen maakten A.L. Snijders de afgelopen jaren tot een cultauteur. Voor alles en iedereen heeft hij begrip. Zelfs voor Harry Mulisch.
A.L. Snijders: Bordeaux met ijs. AFDH, 420 blz. € 37,50
A.L. Snijders: Heimelijke vreugde 2. Thomas Rap, 288 blz. € 19.90
Wat hetzelfde is, zijn de talloze terzijdes, omwegen en onverwachte wendingen. Maar verder bestaat er een wereld van verschil tussen een gesprek met A.L. Snijders en een Zeer Kort Verhaal (zkv) van zijn hand. Hoe zuinig en overdacht Snijders in zijn zkv’s met de taal omspringt, zo breed waaiert hij uit als hij praat. Eerst lijkt hij de vraag van de interviewer bondig te gaan beantwoorden („Mijn antwoord is nee”), maar dan volgen al snel anekdotes over zijn overleden vriend Jan Vrijman, zijn hond Tientje, de sportwagen van Harry Mulisch, de kunst van het lassen, de spierbundels aan wie hij op de politieschool van Lochem Nederlands gaf en een vrouw die weigerde uit bed te komen omdat ze geen make-up droeg.
Snijders, van wie deze week de ‘volledige’ zkv’s verschijnen onder de titel Bordeaux met ijs, ontvangt zijn gasten op Wolkersiaanse wijze. Hij serveert zelfgebakken appeltaart en brood, maar de meester op de korte baan gunt zichzelf nauwelijks tijd om te kauwen, want hup: daar schiet hem alweer een smakelijk verhaal te binnen. „Help me herinneren dat ik je straks nog een verhaal vertel over Raster!”
A.L. Snijders (1937) is schrijver. Een geprezen schrijver, die sinds Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk (2006) snel de cultstatus bereikte. Hij verscheen in radioprogramma’s van de VPRO, publiceerde in literaire tijdschriften als Raster en De Tweede Ronde en mocht afgelopen zomer zes weken een zkv schrijven voor De Volkskrant. Ze wisten hem te vinden ineens, alhoewel ‘ze’ nog steeds een selecte groep vormen, aldus Snijders. „Ik krijg erkenning en dat is mooi, maar ook na Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk is tijdens lezingen nog steeds de meest gehoorde opmerking: ‘Wat leuk wat u schrijft, maar ik had nog nooit van u gehoord.’”
Snijders werkte jaren als leraar Nederlands, onder meer op een politieschool in Lochem, de plaats waar hij nog steeds woont. Naast zijn leraarschap schreef Snijders in de jaren negentig columns voor onder meer de Drentse Courant en de Deventer Courant. In 2002, na zijn pensionering, ontwikkelde hij het zogenaamde zkv: korte, columnachtige stukjes, gekenmerkt door puntig taalgebruik, een vaak erudiete toon en diverse onderwerpkeuzes.
Snijders schreef de stukjes in eerste instantie voor zijn eigen plezier. Na het aanleggen van een internetverbinding in zijn boerderij was Snijders echter ook in staat zijn stukjes af en toe eens op te sturen naar liefhebbers. Die groep dijde uit en ook Paul Abels van uitgeverij AFDH belandde op Snijders’ mailinglist. Het leidde tot de bundel Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk.
Toen de bundel aansloeg, diepte uitgeverij Thomas Rap oude krantencolumns en brieven van Snijders op uit de archieven en gaf die uit in twee bundels, getiteld Heimelijke vreugde. Fijn, maar het draait om de zkv’s, vindt Snijders zelf. „Toen ik die oude stukken vlak voor publicatie teruglas schrok ik af en toe wel van het niveau.”
„Een belangrijk deel bestaat uit begeleidende brieven die ik schreef met het idee dat ze nooit zouden worden uitgegeven. Nu dat wel gebeurt houd ik m’n hart vast. Maar er zijn ook lezers die de Heimelijke vreugdes prefereren boven de zkv’s. Die houden van dat felle, dat polemische dat er af en toe uit spreekt. Andere lezers, en ik ben geneigd het met hen eens te zijn, vinden dat er veel meer schuilt in de zkv’s. Dat er iets bijzonders met ze aan de hand is.”
Het bijzondere van de zkv’s schuilt er deels in dat alle overbodige ballast is weggehaald. Er staat geen woord te veel, alles doet ertoe. Snijders mijdt het gebruik van voegwoorden, hinkelt in een stukje van amper een half A4’tje van onderwerp naar onderwerp en citeert hele lappen tekst van andere (vaak aanbeden) schrijvers. En zo ontstaan miniaturen van raadselachtige aard, omdat het voor de lezer gissen blijft waarom die woorden er nou eigenlijk staan.
Snijders zei het al eerder in vraaggesprekken: hij zet de dingen ‘koud tegen elkaar’ en ‘houdt met het schrijven van zkv’s op als hij er geen zin meer in heeft’. Zelf heeft hij wel degelijk theorieën over wat er in een zkv ontstaat, maar sluitend zijn ze geen van alle. Hij haalt Jacq. Vogelaar aan, die in Raster het lezen van zkv’s definieerde als ‘een aaneenrijgen van kralen waarbij op een gegeven moment de keten minstens zo belangrijk wordt als de schakels: op deze of gene wijze aaneengeschakeld ontstaat er een ander vlechtwerk van verhalen’. Snijders: „De zkv’s zijn inwisselbaar. Het maakt niet uit in welke volgorde je ze leest.”
Hij lijkt wel wat in Vogelaars opinie te zien. Dat tekent hem, omdat Snijders de twijfel tot kunst heeft verheven. „De ene dag beweer ik iets in een zkv en de volgende dag kan ik het volstrekt tegenovergestelde bepleiten. Parallel aan de denkwijze die er voor zorgt dat ik iets beweer loopt een schaduwspoor waar een andere gedachte op wordt vervoerd. Maar dat maakt allemaal deel uit van de ironie, las ik gister in de krant.”
Trek dit besef van Snijders door en het is niet verwonderlijk dat ook kritiek de schrijver nauwelijks raakt. „Ik ben gelukkig met de ontvangst van mijn werk in de pers, bijna iedereen is lovend. Maar als er kritiek van iemand is, die bijvoorbeeld van mening is dat die Snijders een grote lul is, dan kan ik dat volstrekt begrijpen en zelfs begrip voor zo iemand opbrengen. Alle dingen die naar voor me zijn, kan ik begrijpen. Dat maakt het allemaal een stuk minder aangrijpend.”
En zo kan Snijders zelfs sympathie opbrengen voor Harry Mulisch, in de zkv’s toch vaak neergezet als het zwarte schaap van literair Nederland. In een zkv van 11 april 2006, vlak na het overlijden van Gerard Reve schrijft Snijders: ‘Ter ere van de dood lees ik Nader tot U. […] Al bij het eerste verhaal, ‘De Landkruiser’, word ik bevangen door een groot en echt medelijden. Wat moet dat een verschrikkelijk moment geweest zijn voor Harry Mulisch – een klein talent dat zich al in zijn jeugd had voorgenomen de grootste van alles en allen te worden –, toen hij merkte dat hij in dezelfde taal, tijd en cultuur leefde als Gerard vh Reve. Ik voel welgemeende deernis.’
Maar na een plagende opmerking dat Snijders met zijn succes het risico loopt naast Mulisch te belanden bij een mediaoptreden, valt Snijders voor het eerst even stil. „Zelfs over hem heb ik mijn mening bijgesteld. Mijn vrouw liep in Zutphen met twee zware tassen over de markt toen Harry daar ineens was. Hij zei: ‘Zal ik mijn auto even halen en je met die tassen naar je huis brengen?’ Dat is toch niet het gedrag van een zich boven alles en iedereen verheven voelende letterenprins.”
De lezer zoekt het maar uit met de zkv’s, dat is de conclusie na een lang gesprek met Snijders over zijn schrijven. Liever draait hij de rol om en beoordeelt hij de beoordelaar. „Jacq. Vogelaar van Raster en Peter Verstegen van De Tweede Ronde wilden zkv’s van me voor hun blad. Ik zei: ik ga ze jullie gewoon opsturen en dan zoeken jullie er maar een paar uit. Als ik dan zie welke ze uitkiezen kan ik precies zien wat hun literaire voorkeur is. Dat vind ik heel grappig. Ik heb ook helemaal geen zin om een pikorde in mijn eigen werk aan te brengen. Zo is Bordeaux met ijs ook geen selectie, maar alles wat ik in die twee jaar aan zkv’s heb geschreven.”
De dag na het interview is er e-mail van Snijders: een zkv over het interview in Lochem. Hij is er goed over te spreken.
Zou hij het menen?
‘Vuilnisvat’, een Zeer Kort Verhaal van A.l. Snijders
Wat wij cultuur/beschaving noemen is in werkelijkheid een vuilnisvat. Roger Scruton en Ad Verbrugge proberen er nog iets van te maken, maar ze weten zich geen raad met de ondefinieerbare inhoud van het vuilnisvat. Ik wel. Toen ik nog op school zat (als leerling) hoorde ik op een verjaarsvisite in Bloemendaal een vrouw met onderkinnen zeggen: ‘Groot denkende mensen praten over ideeën, gemiddeld denkende mensen praten over gebeurtenissen, klein denkende mensen praten over personen.’
Ik dacht ‘Nee, mevrouw, zo makkelijk is het niet’, maar ik durfde het haar niet te zeggen, want ik was opgevoed met het idee dat kinderen op hun beurt moesten wachten. De bewuste vrouw is dood en ikzelf ook bijna, jammer dat ik zolang gewacht heb.
Lees verder
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
