Alles krijgt zijn keerzijde
‘Het mooiste aan haar moeder was de A15.’ Dat is vreemd gezegd, maar het klinkt ook grappig en intrigerend. Het is een overpeinzing die de hoofdpersoon van De kleine miezerige god, de nieuwe roman van Esther Gerritsen, in de mond krijgt gelegd als ze weer eens van Rotterdam naar Nijmegen rijdt, naar haar moeder in het verpleeghuis. Zolang ze onderweg is, kan ze over haar mijmeren en zelfs van haar houden.
De werkelijkheid is minder fraai: dementerende dame, te midden van andere verwarde oudjes, die maar wat voor zich uit zitten te staren, te grijnzen of te dommelen. Moeder herkent haar dochter inmiddels niet meer. Dominique is een vreemde voor haar geworden, een van de velen. Ze doet nu altijd tegen haar zoals ze gewend is te doen tegen vreemden: beleefd vriendelijk. ‘Het was een langverwachte en terechte promotie’, staat er dan. ‘Mamma luistert.’ Blijkbaar was dat vroeger niet het geval. En nu is het te laat, want mamma luistert wel, maar begrijpt er niets van, zodat er geen gesprek meer mogelijk is.
Toch wil Dominique niet erkennen dat ze haar voorgoed kwijt is. ‘Ze probeerde haar moeders blik te vangen, wat lastig was, want haar moeder werd tegenwoordig afgeleid door alles: een vouw in het tafellaken, de schaduw van een stoelpoot, het servet op haar schoot’. Elders heet het, met de moed der wanhoop: ‘Zo gemakkelijk zou ze zich haar moeder niet laten ontnemen.’
Dit tragische gegeven vormt een van de bouwstenen van de roman, die het, zoals alle boeken van Gerritsen, moet hebben van het intermenselijk verkeer: relaties, verstandhoudingen, vriendschappen, die van alle kanten bekeken en gedetermineerd worden. Het is een onuitputtelijk thema dat zij tot dusver met veel dramatisch en trouwens ook veel komisch vernuft heeft weten uit te werken. In haar vorige romans, Normale dagen (2005) en Tussen Een Persoon (2002) liet ze jonge vrouwen nadenken over de stroeve verhouding met respectievelijk grootouders en een geliefde. In De kleine miezerige god bezint een dramatherapeute zich op de moeizame betrekkingen die zij onderhoudt met uiteenlopende mensen. Met haar neurotische patiënten boekt zij voorzichtige succesjes door hen andere rollen te laten spelen dan ze gewend zijn. Zelf blijft ze nogal vastzitten in het verhaal dat ze van haar leven heeft gemaakt. Een leven met ogenschijnlijk weinig perspectief: depressieve aanleg, drankzucht, smetvrees en controledwang en een onfortuinlijke jeugd die wordt samengevat in twee laconieke zinnetjes: ‘Vader botkanker, moeder alzheimer. De oude teckel, vrachtwagen.’ Zij is een willige prooi voor een oude, heerszuchtige buurvrouw, die haar gebruikt om haar gal te kunnen spuwen over haar aftakelende hond, haar ondankbare dochter, haar weggelopen man.
Geen wonder dat Dominique haar toevlucht neemt tot een supervisor, een ooggetuige, een instantie die ze ‘god’ noemt en met ‘jij’ aanspreekt, al zegt hij eigenlijk niets terug. Ze maakt hem deelgenoot van haar pogingen om contact te maken: met haar enge buurvrouw, haar demente moeder, haar overleden vader, haar lelijke, onaangepaste minnaar van wie ze onbedoeld zwanger raakt. Maar als die zwangerschap op niets uitloopt, tot beider verdriet, dan wordt ze boos op die ‘kleine, miezerige god’ die het niet nodig heeft gevonden om haar voor te bereiden op een kind met noodlottige gebreken, op een ‘kermiskind’.
Veel kommer en kwel, zo lijkt het. Maar dat is het wonderbaarlijke van deze eigenaardige roman met zijn onthechte formuleringen: alles heeft hier zijn keerzijde. De episodes met de buurvrouw zijn beklemmend, maar ook op het hilarische af. De liefdesverhouding met de onbehouwen Kris lijkt vooral een platte aangelegenheid, maar gaandeweg sluipt de ontroering erin. En ook de scènes rondom het dode kind, Bertje genaamd, en zijn urn, zijn zeker niet alleen smartelijk. De goede verstaander ziet er ook hoop in, op betere tijden.
Het enige dat men Gerritsen eventueel zou kunnen verwijten is dat zij haar personages wat al te expliciete namen gaf. Dominique, ‘de heer toebehorend’, met haar neiging zich over de medemens te ontfermen, en Kris, afkorting van Christus – dat klinkt wel erg stichtelijk voor een liefdespaar. Maar ze was wel weer zo verstandig om het eind van de roman zorgvuldig open te houden. Zodoende zullen wij nooit zeker weten of de veelgeplaagde dramatherapeute toch nog iets mag verwachten van haar miezerige god.
Lees verder
Besproken boek
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
