Amerika had er geen zin in
Generaal Wesley Clark over de zege in Bosnië en Kosovo
Generaal Wesley Clark bracht het Westen de overwinning in Kosovo. Maar hij was blijkens zijn memoires meer bezig aan de onderhandelingstafel dan op het slagveld. De volgende Amerikaanse oorlog zal er anders uitzien.
Wesley K. Clark: Waging modern war. Bosnia, Kosovo and the future of combat. Public Affairs, 480 blz. ƒ87,–
De Kosovo-oorlog, de eerste die de Navo als bondgenootschap ooit voerde, voorspelt op het eerste gezicht niet veel goeds voor de nieuwe oorlog, die de Amerikanen voorbereiden – die tegen terreur.
De vergelijking gaat mank natuurlijk: toen, komt uit de memoires van de Amerikaanse opperbevelhebber in de Kosovo-oorlog, Wesley Clark, naar voren, hadden de Amerikanen er niet of nauwelijks zin in. De Amerikaanse president Clinton hield zich er zoveel mogelijk buiten. De minister van defensie, William Cohen, werkte Clark zoveel mogelijk tegen, vooral wanneer de Navo-opperbevelhebber in Europa die Clark was, vroeg om meer middelen, Apache-helikopters en grondtroepen.
De Kosovo-oorlog, betoogt Clark in Waging Modern War, was vanuit het gezichtspunt van Washington vooral een aardigheidje van het ministerie van buitenlandse zaken, in het bijzonder minister Madeleine Albright. De militaire chefs van staven zagen er weinig in – hoogstens een moeras waarin Amerika verzeild kon raken, en moeilijk weer uit komen.
En ook van de Europeanen in de Navo had Clark, die het begrijpelijk als zijn opdracht zag de oorlog in Kosovo ook te winnen, weinig praktische steun te verwachten. Wanneer zijn eigen Amerikaanse militaire en burgerlijke superieuren hem al niet in de weg liepen of klein hielden, dan waren er nog wel de Europese regeringen om op bomardementspauzes aan te dringen, bepaalde gebieden van Servië van bombardementen uit te willen sluiten, of op hervatting van de onderhandelingen aan te dringen.
Verdiensten
Het was, maakt Clark in zijn memoires overduidelijk, zoniet een onmogelijke, dan toch wel een hoogst gecompliceerde opdracht. Maar hij heeft het karwei geklaard, meent hij zelf. Al kun je natuurlijk ook goed zeggen dat Miloševic nog vele maanden de Navo-bombardementen had kunnen uitzitten als de Russen niet tenslotte mede druk hadden uitgeoefend voor een Servische terugtrekking uit Kosovo.
In ieder geval werd Clark, de bevelhebber van een gewonnen oorlog, luttele maanden daarna door zijn Amerikaanse bazen ontslagen. Wranger is het haast niet te bedenken. Oorlog gewonnen, en toch niemand blij. Toen een jaar later Miloševic door een interne opstand in Servië alsnog het veld moest ruimen, en zijn republiek daarmee ophield een destructieve storende factor op de Balkan te zijn, was er ook nauwelijks iemand meer die zich Clarks verdiensten herinnerde. De zegevierende generaal is thans niet meer dan een verdienstelijk commentator voor strategische aangelegenheden in CNN's praatprogramma Larry King Live.
Waging Modern War is geen smakelijk geschreven boek. Er is enig uithoudingsvermogen voor nodig om Clarks minutieuze beschrijving van contacten en vergaderingen te blijven volgen. Misschien om geen lucht te geven aan zijn gevoelens van wrok, houdt Clark het allemaal betrekkelijk zakelijk, en daarmee een beetje droog. Toch druipt van de pagina's af, dat de opperbevelhebber van de Navo in de jaren 1997-2000 aan het Kosovo-avontuur een weinig hoge dunk heeft overgehouden van de structuren waarin hij als militair zijn werk gedaan heeft.
Clark schildert zichzelf als exponent van een generatie Amerikaanse militairen, die aan de Vietnam-oorlog de overtuiging heeft overgehouden dat je met alle middelen voor de overwinning `moet gaan', of het anders laten. De werkelijkheid rondom Kosovo was een geheel andere: omdat de Amerikaanse legerleiding er weinig zin in had, moesten de risico's voor Amerikaanse militairen zoveel mogelijk worden beperkt en was elke toespeling op de inzet van grondtroepen voor gevechtshandelingen uit den boze.
Daarmee moest Clark dus leven, ook al wilde hij dat niet. Dat zijn Amerikaanse bazen echter ook niet bereid bleken de voor zoveel geld ontwikkelde Apache-helikopters in te zetten voor acties tegen de ingegraven Servische troepen (die rustig afwachtten of de bombardementen overgingen en inmiddels politietroepen hielpen honderdduizenden mensen in Kosovo de provincie uit te jagen), dat dreef hem af en toe tot verontwaardiging.
Maar ook van de Europeanen was in dat opzicht weinig steun te verwachten. Weliswaar had Clark – door zijn Amerikaanse superieuren goeddeels in de steek gelaten – een uitstekende persoonlijke betrekking met Javier Solana, de uit Spanje afkomstige secretaris-generaal van de Navo. Maar voor een escalatie van middelen aan de kant van de Navo kon deze niet zorgen. De gedachte aan all out war, was aan de Europese kant nog minder populair dan aan de Amerikaanse.
De Europeanen hebben immers bij het begrip `oorlog', anders dan de Amerikanen met hun Vietnam-ervaringen, eerder de Tweede Wereldoorlog in gedachten – een huiveringwekkend precedent dat uitnodigt tot gematigdheid. En bovendien was de Navo-doctrine ten tijde van de Koude Oorlog, waarvoor de Navo tenslotte was opgericht, er immers ook geen van onbekommerde escalatie, maar van gecontroleerde escalatie.
Geruststelling
Als gevolg daarvan werden in alle openlijkheid, vanaf het begin van de oorlog in Kosovo – die trouwens officieel niet zo mocht heten – duidelijke signalen naar de vijand afgegeven dat het allemaal heel beperkt zou blijven – waarmee Miloševic onbedoeld redenen van geruststelling werden aangereikt. Solana sprak aan het begin van de operatie van een zaak die `niet maanden, maar dagen' zou duren. En dat er, tegen Clarks inzichten in, nooit of te nimmer sprake zou zijn van de inzet van grondtroepen, was iedereen – inclusief Miloševic – ook wel duidelijk.
Zelfs de oorlogsdoeleinden waren aanvankelijk onduidelijk en het onderwerp van veel intern debat in Navo-kringen. Ging het erom Miloševic alsnog tot inkeer, of een uittocht van de Servische troepen uit Kosovo te bewegen? Of moest hij volop op de knieën? In deze lacune werd echter door de Servische leider zelf voorzien – een van zijn grote fouten die tenslotte tot zijn politieke nederlaag zouden leiden. Toen eenmaal honderdduizenden Kosovaren op de vlucht sloegen, verkreeg de Navo vanzelf een duidelijk verifieerbare doelstelling: het scheppen van omstandigheden waaronder de Albanezen naar huis en haard konden terugkeren.
Clark, in plaats van het hoofd van een geoliede machine die de leek zich voorstelt bij een opperbevelhebber, was een functionaris die voortdurend aan het onderhandelen was: met zijn eigen regering, met zijn eigen Amerikaanse legerleiding, en met de regeringen van negentien andere Navo-landen die allemaal hun eigen voorkeuren en vrezen hadden in de militaire campagne, die zoals bekend 78 dagen duurde.
Geen wonder misschien, dat de opperbevelhebber aan het einde van de rit de aanbevelingen van sommige regeringen en krachten in de wind sloeg om nu ook nog eens met de Russen te gaan onderhandelen, toen deze onverhoeds het vliegveld van de Kosovaarse hoofdstad Priština hadden bezet en een eigen bezettingszone in Kosovo wilden. Hij beval Britse troepen de Russen daar ijlings te verwijderen, hetgeen een Britse generaal ter plaatse van de hand wees met de opmerking: `Ik begin voor u geen Derde Wereldoorlog'.
Voor Clark geen eerbewijzen, geen tickertape-parade op Manhattan, zoals voor de helden van de Golfoorlog, generaal Schwarzkopf en generaal Powell, thans minister van buitenlandse zaken. Clark heeft zelfs nooit – niet voor en niet tijdens de oorlog – president Clinton of de chefs van staven in Washington mogen briefen over de strategische opties op de Balkan – iets dat hij misschien nog wel erger heeft gevonden dan zijn latere ontslag.
Het lijkt dus, dit slagveld overziende, wel zeker dat de volgende oorlog van de Verenigde Staten meer op de Golfoorlog zal lijken, dan op die in Kosovo. Alles wijst daarop: de nadrukkelijke verzekering van Amerikaanse militairen nu, dat men niet opziet tegen slachtoffers en de opbouw van een brede internationale alliantie rond het basisstreven van de komende oorlog (wat die ook in concreto zal inhouden).
Zompig gedoe
Of de Amerikaanse legerleiding even enthousiast is voor de nieuwe oorlog als de politieke top van Bush junior en Powell doet vermoeden, is natuurlijk nog moeilijk te zeggen. Maar zo'n afkeer als van de Kosovo-operatie, is nauwelijks denkbaar. En bovendien prefereert die legerleiding, zoals Clarks boek laat zien, mooie globale doeleinden als de uitroeiïng van het terrorisme verre boven zompig gedoe in een Balkanlandje waarvan men in Washington nog maar nauwelijks gehoord heeft, en dat sowieso meer het probleem van de Europeanen lijkt.
De ervaringen in Kosovo zouden bovendien kunnen doen vermoeden, dat voor de Navo in die nieuwe oorlog nog maar een beperkte rol is weggelegd, de plechtige afkondiging in Navo-verband, dat de terreuraanval op de VS een aanval op allen is, ten spijt. De Nederlandse politici die de afgelopen weken zo zenuwachtig in de weer zijn geweest zeker te stellen dat Nederland niet militair zal worden meegesleept in militaire avonturen die weinig stroken met de Hollandse afkeer van wapengekletter en onbesuisde veldtochten, lijken dus rustig te kunnen gaan slapen.
Lees verder
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
