‘Armoede kruipt onder je huid’
Suzanna Jansen over vijf generaties sappelen in Nederland
Het Lezersfeest grossiert niet alleen in ‘grote’ namen, zoals Arthur Japin, die in het Bibliotheektheater de theaterversie van zijn Boekenweekgeschenk De grote wereld presenteert en wiens werkkamer hiernaast te zien is. Op de 3de verdieping van de Bibliotheek treden vijf jonge schrijvers op die eerder in Boeken stonden: Suzanna Jansen, Vincent Overeem, Robert Vuijsje en Elvin Post.
Suzanna Jansen : Het pauperparadijs. Een familiegeschiedenis. Balans, 255 blz. € 17,95.
Het huis van Suzanna Jansen (1964) staat in de Jordaan, op een steenworp afstand van de plek waar haar overgrootmoeder en grootmoeder hebben gewoond. De Jordaan is nu een chique buurt – designwinkels, traiteurs, geslaagde, welvarende mensen. In Het Pauperparadijs, Jansens beschrijving van ruim twee eeuwen armoede in Nederland aan de hand van de geschiedenis van haar voorouders, valt te lezen hoe de Jordaan er nog maar een paar generaties geleden uitzag. Verkrot, vol kelderwoningen die hele gezinnen herbergden ‘met hun voeten in het regenwater en hun hoofd gebogen om niet tegen de balken te stoten’.
Haar dochter weet niet wat armoede is, zegt Suzanna Jansen aan haar keukentafel, en zelf weet ze het ook nauwelijks. Dat komt doordat haar grootmoeder het lef had haar moeder naar de mulo te sturen en doordat in de jaren na de oorlog de sociale mobiliteit toenam; het werd mogelijk van een dubbeltje een kwartje te worden. Maar armoede wis je zo snel niet uit: „Ik heb me lang uitgebreid verontschuldigd als het ging over de aankoop van dit huis. Het voelde alsof ik me moest verantwoorden, omdat ik ben opgevoed met het idee dat sommige dingen, zoals huizen kopen, alleen voor rijken waren en niet voor ons.”
De Napoleontische tijd is slechts vijf generaties terug, blijkt uit dit boek, dat van 1785 tot het heden loopt. Al lezend komt een verdwenen Nederland dichtbij, een rigide standenmaatschappij waarin dubbeltjes juist nóóit kwartjes werden. Het gaat over levens getekend door een lange rij hongerige, vroeg stervende kinderen, en door gebrek aan alles. Uit de Amsterdamse archieven diepte Jansen rapporten op uit 1898 over haar overgrootmoeder, die met vijf kleine kinderen, de jongste, Harm, nog geen twee, in acute nood achterbleef nadat haar man was vertrokken. Na inspectie door het Burgerlijk Armenbestuur, waaruit blijkt dat Helena geen klaploopster is, krijgt ze vier gulden, genoeg om het een paar weken uit te zingen. ‘Na 7 december moest de situatie opnieuw worden bezien. Maar dat bleek niet nodig. Op 8 december ging Harm dood. Toen hoefde er niemand meer thuis te blijven om op hem te passen.’
Jansen windt zich op als ze over de vernederingen, het onrecht en de radeloosheid schrijft die met armoede gepaard gaan. Ze windt zich ook op als ze erover praat. „Ik heb me vaak wild geërgerd aan mensen die zeggen dat Nederland een egalitaire samenleving is. De kloof tussen arm en rijk is nog altijd heel diep; afkomst blijft belangrijk. Mijn oudere zussen kregen ondanks hun hoge cijfers het schooladvies ‘mavo’. Pas bij mij, hun jongste kind, hebben mijn ouders het schooladvies genegeerd, ik mocht naar het vwo. Vorig jaar las ik nog over een Turkse jongen met een foutloze Citotoets. En wat denk je dat zijn leraar zegt in dat krantenartikel? ‘Het gymnasium is te hoog gegrepen.’”
Rode draad in het boek zijn de ‘bedelaarskolonies’ te Veenhuizen, het ‘pauperparadijs’ waar sinds 1818 arme stedelingen werden ‘heropgevoed’ met militaire tucht en noeste landarbeid. De bedelaarskoloniën waren de ‘totaaloplossing’ van de verlichte legerofficier en politicus Johannes van den Bosch voor het nijpende armoedeprobleem in het ontwrichte Nederland van na Napoleon. De paupers konden in de frisse buitenlucht een deugdelijk bestaan opbouwen. Maar ze moesten wel strikt doen wat hun werd voorgeschreven. Onder het motto deugdzaamheid verdween zo de grens tussen sociaal experiment en gevangenis. Tussen 1840 en 1858 verbleef bijna 2 procent van de toenmalige bevolking in drie ‘vrije-’ en twee ‘dwangkoloniën’ in het barre Drenthe. Onder hen drie generaties voorouders van Suzanna Jansen.
Jansen : „Johannes van den Bosch was heel revolutionair. Voordat hij zich om armoede bekommerde, gold het als ‘uit den duivel’ er iets aan te willen doen. De standen kwamen van God, daar moest je niet aan tornen. Van den Bosch’ gedachtegang was op zichzelf loffelijk: de omstandigheden waren verkeerd en daar moest je dus iets aan veranderen. Maar de uitvoering liet te wensen over.”
Natuurlijk is het begrijpelijk, zegt Suzanna Jansen, dat de bovenlaag de onderlaag in het gareel wil krijgen. „Dat is niet alleen menslievend, maar ook prettiger voor de samenleving als geheel. Maar het is niet zo eenvoudig. Het vereist een bepaald niveau van welvaart, goede huisvesting en onderwijs met treetjes, zodat mensen de sociale ladder kunnen beklimmen. En geduld, geduld om op de volgende generaties te wachten.”
De schrijfster stuitte op haar verhaal op klassieke wijze, namelijk bij het opruimen van de zolder. Daar vond ze een bidprentje, waarop stond dat haar overgrootmoeder in 1856 was geboren in Norg, ‘bij Assen’. Over haar ging het verhaal dat ze als protestantse verliefd was geworden op een katholiek. Jansen: „Ze zou zijn verstoten, onterfd, en zo aan de bedelstaf geraakt. Ik vroeg haar geboorteakte op. Er stond: ‘Geboren in het Derde Gesticht Veenhuizen’. ‘Norg, bij Assen’ bleek een rookgordijn.”
Niet alleen armoede, ook de schaamte ervoor blijkt van generatie op generatie te worden doorgegeven. „Schaamte versterkt mede de hardnekkigheid van armoede. Armoede kruipt zo als het ware onder je huid.”
Tot en met de drukproeven heeft ze passages over zichzelf geschrapt. „Maar om het te kunnen vertellen, moest het verhaal wel via mij gaan. Het werd moeilijker naarmate ik dichterbij kwam, bij de levens van mijn moeder en grootmoeder. Ik was de baas van het boek, maar er moesten dingen in die voor hen pijnlijk en privé zijn.”
„Ik heb niks verzonnen”, zegt Jansen. „Met de gegevens die ik per persoon had verzameld, ben ik naar alle plekken gegaan. Daar heb ik geprobeerd me in te beelden hoe het was in die tijd, zoals een acteur dat zou doen. Het klinkt misschien dramatisch, maar ik heb het gevóéld.’’
Elvin Post, Vincent Overeem en Gerbrand Bakker
Geboren Verliezers (Anthos, 296 blz. € 19,95) is een harder en completer boek dan Elvin Posts eerdere twee romans, waarvan de eerste werd bekroond met de Gouden Strop en de tweede genomineerd. [...] De beste Nederlandstalige thrillerschrijver heeft nu ook zijn derde roman in de Verenigde Staten gesitueerd. Zijn personages leiden afgeleide levens. Om hun bestaan te duiden en beslissingen te kunnen nemen, zoeken ze steevast voorbeelden in de recente filmgeschiedenis, met Bruce Willis als opperwezen. Wellicht verloopt het schrijfproces voor thrillerrecensent Post – wiens illustere collega’s vrijwel allemaal Amerikaans zijn – daar min of meer parallel aan. Dat is mooi , maar het zou wel interessant zijn als hij zich eens op de Nederlandse lowlives richtte.’ (Gert Jan de Vries, Boeken, 11.01.08)
Vincent Overeem neemt je in de loop van Misfit (De Bezige Bij, 254 blz. € 17,90) – een verhaal over een jongen in moeilijkheden – steeds steviger in de houdgreep, tot je Misfit amper nog los kunt laten. Dat betekent overigens niet dat er helemaal niets op de roman aan te merken valt: Overeem schuwt het effectbejag niet en zet naderend onheil soms erg stevig aan. Ook is de plot in het tweede deel van de roman wel erg uitgesponnen en is het einde niet het sterkste deel van Misfit. Dat slot is een beetje sentimenteel, maar – eerlijk is eerlijk – ik heb het ademloos gelezen. De verhalen in zijn debuut Novembermeisjes waren veelbelovend in hun sfeertekeningen en beheerste plots, met Misfit heeft Overeem de belofte van die debuutbundel méér dan ingelost.’ (Arjen Fortuin, Boeken, 20.06.08)
‘Het is niet moeilijk om te zien waarom Gerbrand Bakkers Boven is het stil (Cossee, 264 blz. € 18,90) zo’n groot succes is geworden; het boek werd bekroond met het Gouden Ezelsoor. In een literair landschap vol straatrumoer en grootstedelijkheid, hunkeren heel wat lezers naar de schijnbare rust en de overzichtelijkheid van het plattelandsleven. Noem het escapisme, noem het nostalgie naar het Nederland van ooit, maar de romans die dat bieden – denk aan Siebelinks Knielen op een bed violen of Wieringa’s Joe Speedboot – beheersen de literaire bestsellerlijsten. Boven is het stil, dat ook nog eens op een Avonden-achtige manier la tendre guerre tussen een zoon en zijn oude vader tekent, is bepaald niet de slechtste titel om aan dat rijtje toe te voegen. Pieter Steinz, Boeken, 29.07.06)
Lees verder
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.

