De esthetiek van de wraak; Anderhalve eeuw Monte-Cristo van Alexandre Dumas

De Franse romanticus Alexandre Dumas was een veelschrijver; tijdens zijn leven publiceerde hij meer dan 600 romans, waarvan 'De drie musketiers' en 'De Graaf van Monte-Cristo' de bekendste zijn. Van de opbrengsten van deze boeken liet hij bij Parijs een mini-kasteel in Eftelingstijl bouwen. “Dat gaat honderdduizenden francs kosten!” riep de architect. “Ik mag het hopen,” sprak Dumas.François Taillandier: Mémoires de Monte-Cristo. Editions de Fallois, 396 blz. Prijs ƒ 55,90. Dumas' Graaf van Monte-Cristo is ooit integraal in het Nederlands uitgegeven bij Minerva, Amsterdam (zes delen, zonder jaartal, zonder naam van de vertaler), maar niet meer leverbaar; er is een Franse Pléiade-editie (prijs ƒ115,-) en een veel goedkopere uitgave in Livre de Poche. Het Château de Monte-Cristo in Port-Marly (Avenue Kennedy 1) is geopend van 1 april tot 1 november, di t/m zo 10-18u. Inl. 0044 1 30616135.

Een eenzame tuinman harkt de bladeren van de oprijlaan en stopt ze in een vuilniszak. Het landschapspark ligt er verlaten en herfstig bij. Af en toe is achter de bomen een langsrijdende auto te horen, maar verder klinkt alleen het geluid van stromend water. Het zijn de watervalletjes in de rotstuin die je doorwandelt op weg naar het vierkante, geel-witte kasteeltje in de verte: het Château de Monte-Cristo, de pas gerestaureerde lusthof van Frankrijks populairste auteur uit de romantiek, Alexandre Dumas.

“Bouwt u mij een renaissancekasteel,” moet Dumas tegen de architect gezegd hebben. Het was 1846 en de schrijver en theaterdirecteur was schatrijk geworden door het succes van zijn recente romans De drie musketiers en De Graaf van Monte-Cristo. In Port-Marly, een klein dorpje aan de Seine ten westen van Parijs, moest zijn droomkasteel verrijzen. Met zijn architect besprak hij de mogelijkheden, onder het motto 'geld speelt geen rol': - “Ik wil een Engels park, met daarin ook nog een gotisch paviljoen, omringd door water... er is een bron, dus maakt u ook maar wat watervallen.” - “Maar mijnheer Dumas, de bodem is van klei. Uw gebouwen zullen wegglijden.” - “Mijnheer Durand, u graaft tot aan de tufsteen, en u metselt twee etages grotten en gewelven.” - “Dat gaat honderdduizenden francs kosten!” - “Ik mag het hopen.”

Het is er allemaal gekomen: het mini-kasteel in neo-renaissancestijl, opgedoft met gestucte ornamenten en smeedwerk in de vorm van de initialen van de schrijver; het park met de hoge eiken en beuken, die het door Dumas geprezen uitzicht op de Seine benemen; en niet te vergeten het Eftelingachtige gebouwtje (ooit voorzien van ophaalbrug) waarin de kasteelheer zich terugtrok om te schrijven terwijl een onafgebroken stroom genode en ongenode gasten in Monte-Cristo rustig doorging met eten, drinken en feesten.

'Le Château d'If' heet Dumas' neo-gotische schrijfhuisje, naar het ondoordringbare staatsfort voor de kust van Marseille waarin de hoofdpersoon van De Graaf van Monte-Cristo veertien jaar lang onschuldig gevangen zit. Van binnen is het jammer genoeg niet te bezichtigen; de recente restauratie is aan de drie op elkaar gestapelde kamertjes voorbij gegaan. Maar het exterieur spreekt boekdelen. Letterlijk, want de muren zijn ingelegd met op stenen gebeeldhouwde titels uit Dumas' oeuvre; en ook figuurlijk: hier immers werkte een schrijver van historische romans, een romanticus die de geschiedenis met veel flair naar zijn eigen hand zette.

Isabelle Adjani Bijna honderdvijfentwintig jaar na zijn dood is Alexandre Dumas (1802-1870) nog steeds een van de meest levende Franse schrijvers uit de negentiende eeuw. Een literair vernieuwer was hij niet; zijn melodramatische plots doen soms gedateerd aan en als stilist is hij duidelijk de mindere van Stendhal, Flaubert of zelfs zijn eigen zoon (de auteur van La dame aux camélias). Maar zijn historische toneelstukken, en vooral zijn romans over het glorieuze Franse verleden, worden nog veel gelezen en vormen een onuitputtelijke bron voor moderne schrijvers, filmers en theatermakers. Wie nu naar Frankrijk gaat, kan in de bioscoop gaan kijken naar een verfilming van Dumas' kostuumdrama over La reine Margot en een Musketiers-bewerking met Isabelle Adjani in de hoofdrol; wie de boekhandel binnenloopt, stuit niet alleen op een pas uitgekomen literaire thriller over een teruggevonden manuscript van De drie musketiers, maar ook op de geslaagde vervolgroman Mémoires de Monte-Cristo van François Taillandier.

Dumas-père was een veelschrijver - en dat mag een understatement genoemd worden. Zijn verzameld werk beslaat ongeveer 600 titels, terwijl sommige van zijn boeken meer dan duizend bladzijden tellen (“Ik heb ze geen van alle gelezen,” zei hij ooit; “anders had ik de tijd niet gehad om ze te schrijven”). Zijn tempo was legendarisch; soms schreef hij tussen het feesten door drie dagen achter elkaar en dan had hij een roman af; zonder interpunctie, want die liet hij over aan zijn uitgevers. Over een toneelstuk deed hij langer, want daar moest hij naar eigen zeggen meer bij nadenken. Wat hem niet belette om binnen vijf dagen een vervangend toneelstuk te schrijven toen de Parijse censuur vlak voor de première de uitvoering van De jeugd van Lodewijk XIV (1853) verbood; het nieuwe stuk ging over de jeugd van Lodewijk XV, opdat de decors en kostuums zo min mogelijk aangepast hoefden te worden.

Geholpen door historische adviseurs (en naar verluidt bij tijd en wijle een nègre) praktiseerde Dumas het onbekommerde schrijven - de droom van iedereen die wel eens lijdt aan moeizaam vloeiende inspiratie of writer's block. Dat niet iedere roman ook een meesterwerk was, kon Dumas weinig schelen; zolang het publiek maar enthousiast was en de tijdschriften kocht waarin zijn romans-feuilletons gepubliceerd werden. Dat hij anderhalve eeuw later in de eerste plaats herinnerd wordt om de Musketiers-boeken en De Graaf van Monte-Cristo, zou hem zelfs tevreden gestemd hebben; per slot van rekening waren dat de romans die hem het meeste geld hadden opgeleverd.

Blauwe bandjes De drie musketiers en het vervolg daarop, Twintig jaar later, zijn geslaagde avonturenromans, vol actie en romantiek - samen met de 'blauwe bandjes' van Jules Verne de ideale vulling van de jongensboekenkast. Maar wie ze vroeger niet gelezen heeft, zal er op latere leeftijd weinig plezier aan beleven. De plots blijven sterk en verrassend, maar de hoofdpersonen zijn stripfiguren en hun avonturen beklijven niet.

Hoe anders is dat met De Graaf van Monte-Cristo, waarvan de eerste delen precies 150 jaar geleden werden gepubliceerd. Ik ken geen ander boek dat zich zo in het geheugen grift als Dumas' verhaal van de onschuldig veroordeelde zeeman die na lang lijden wraak neemt op de mannen die hem in het verderf stortten. En ik ken weinig andere boeken met zoveel tot de verbeelding sprekende personages: de stoer-naïeve Edmond Dantès die, eenmaal ontsnapt uit het Château d'If, verandert in de waardig verbitterde 'Graaf van Monte-Cristo'; zijn buurman in het cachot, de oude Abbé Faria, die hem alles leert wat hij weet en uiteindelijk de vindplaats van een immense schat op het eiland Monte-Cristo influistert; zijn vijanden Danglars, Fernand en Villefort, die na 23 jaar alleen maar gewetenlozer blijken te zijn geworden; en de tragische Mercédès, die meemaakt hoe Edmond op hun verlovingsfeest wordt weggevoerd, en na jaren van trouw uiteindelijk toestemt in een vreugdeloos huwelijk - met de huichelachtige schurk Fernand.

Geen roman zo romantisch als De Graaf van Monte-Cristo. Dumas' stijl mag dan ouderwets gedragen zijn, ze leidt niet af van het panorama dat Dumas in de beste negentiende-eeuwse traditie schildert. Er wordt gezucht, gehuild en gezwolgen in woede en machteloosheid - door de hoofdpersonen, en ook door de lezer: 'Er bestaat geen geluk en geen ongeluk op deze wereld; er bestaat slechts de vergelijking van den eenen toestand met den anderen...' Maar Monte-Cristo is meer dan een hoogtepunt uit de Romantiek. Wie de roman op veertienjarige leeftijd leest, zoals Stephen Dedalus in Joyce's A Portrait of the Artist as a Young Man zal vooral getroffen worden door dramatische passages als Dantès' ontsnapping in de lijkezak van zijn dode buurman, of de eerste ontmoeting van de Graaf en Mercédès na 23 jaar (“is het waar, dat u zooveel gezien, zooveel gereisd, zooveel geleden heeft?”). Wie tien jaar later (opnieuw) naar Monte-Cristo grijpt, leest bovendien een zedenroman vol maatschappijkritiek die Balzac naar de kroon steekt.

De Marseillaan Edmond Dantès belandt in 1815 in de gevangenis, vals beschuldigd van bonapartisme in de chaotische dagen die voorafgaan aan de terugkeer van Napoleon van Elba. Zijn lang voorbereide wraak voert hij uit in 1838, in het Parijs van de burgerkoning Louis-Philippe. Monte-Cristo beschrijft de maatschappij van de restauratie, en geeft in de karaktertekeningen van de nouveau riche Danglars, de arrivist Fernand de Morcerf, en de corrupte magistraat Villefort een weinig vleiend beeld van post-napoleontisch Frankrijk. Als we Dumas mogen geloven, was het Parijs van zijn tijd een slangenkuil van machtswellustelingen en hypocriete intriganten. En in deze samenleving zonder hogere normen neemt de Graaf van Monte-Cristo de plaats in van de almachtige, wrekende God die uit het niets opduikt en recht doet aan allen.

De Graaf van Monte-Cristo, twaalfhonderd pagina's dik en sinds vele jaren niet meer integraal in het Nederlands uitgegeven, is een verhaal over wraak; misschien wel het mooiste verhaal over wraak sinds Hamlet, en vóór Moby Dick. Volgens François Taillandier, die in zijn laatste roman met succes op Dumas' chef d'oeuvre voortborduurt, is het bovenal een verhaal over de esthetiek van de wraak. Dantès wil zo stijlvol mogelijk wraak nemen; hij wil zijn vijanden niet alleen straffen voor wat zij hem hebben aangedaan, maar ook voor het kwaad dat zij anderen hebben berokkend. Dat de straf zich ook nog eens moet voltrekken voor het oog van de wereld is een extra complicerende factor. Geen wonder dus dat de voorbereidingen voor de drievoudige wraak zo lang in beslag nemen.

In zijn Mémoires de Monte-Cristo vult Taillandier de leemtes in het verhaal van Edmond Dantès, en geeft hij antwoord op de vragen die rijzen bij het lezen van Dumas' roman. Wat doet de Graaf in de negen jaar tussen zijn ontsnapping en zijn wraak? Hij reist de Middellandse Zee rond en vlecht als een mafiabaas een netwerk van contacten die hem later van pas zullen komen. Waarom spaart hij na zijn gruwelijke afrekening met Fernand en Villefort op het laatste moment de ergste van zijn vijanden, Danglars? Hij is de wraak moe. Waarom trouwt hij nadat hij recht heeft gedaan niet met Mercédès? Hij weet dat alleen in romans de liefde bestand is tegen veertien jaar Château d'If. En hoe vergaat het hem als zijn missie voltooid is? Hij zet zich in voor iedere vrijheidsstrijd in Europa en Azië, en sterft in een onduidelijke schermutseling in de ook in 1858 roerige Kaukasus.

De onpeilbare Graaf van Monte-Cristo, die zich zelfs bij de alwetende verteller Alexandre Dumas beweegt in een wolk van mysterie, is een van de eeuwige figuren uit de wereldliteratuur. Door hem zijn leven grotendeels in zijn eigen woorden te laten vertellen, ontneemt Taillandier hem zijn mythische karakter. Maar hij voegt ook iets aan Dumas' schepping toe. In De Graaf van Monte-Cristo heersen plot en dialoog, in de Mémoires de Monte-Cristo het literaire beeld en de bespiegeling. Taillandiers Graaf is een man van vlees en bloed, een round character. Anders dan bij Dumas krijgt de lezer inzicht in de psychologie van de gevangene en de wreker. Monte-Cristo beseft dat revanche het enige is dat zijn verwoeste leven nog zin geeft: 'Paradoxalement mes liens avec l'humanité s'appelaient Danglars, Morcerf, Villefort'. Misschien is dat ook de eigenlijke reden dat hij zo lang wacht met zijn wraak. Daarna, zo weet hij, zal hij met zijn ziel onder zijn arm lopen.

Hassan II 'Ik had niets om na te jagen behalve het verleden,' laat François Taillandier de Graaf van Monte-Cristo zeggen in zijn Mémoires. Het zou het devies kunnen zijn van Alexandre Dumas - een toepasselijker devies in elk geval dan het enigszins bête J'aime-qui-m'aime dat nu de façade van zijn kasteeltje siert. Met zijn romans liet Dumas de glorie herleven van de door koningen en kardinaals gedomineerde Franse geschiedenis. Met de bouw van zijn lusthof probeerde hij hetzelfde.

Het boek van Taillandier en de 150ste verjaardag van de Graaf van Monte-Cristo hebben niet gezorgd voor een toeloop op het met zorg gerestaureerde en opnieuw opengestelde Château de Monte-Cristo. Op eendoordeweekse herfstdag zijn er twee bezoekers. En in het overzichtelijke kasteeltje (twaalf kamers, waaronder één in Moorse stijl die met financiële hulp van de Dumas-bewonderaar Hassan II van Marokko gerestaureerd werd) is zelfs geen suppoost te bekennen.

Lopend door de lege, stille zaaltjes kun je je moeilijk voorstellen hoe druk het Château in de tijd van Dumas geweest moet zijn; na de opening gold het zelfs even als het centrum van de Parijse beau-monde. Alleen het op een standaard gezette kookboek van de hand van Dumas (zijn laatste boek) herinnert aan de zwelgpartijen en drinkgelagen die avond aan avond plaats hadden. Ook van de rest van Dumas' leven en werk zijn hier weinig souvenirs. Wie die wil zien, moet misschien naar het Dumas-museum in Villers-Cotterêts, waar de schrijver geboren werd als zoon van een herbergiersdochter en een in ongenade gevallen generaal van Napoleon.

De beheerders van het Château de Monte-Cristo hebben hun best gedaan. Met veel moeite hebben ze een handvol voorwerpen verzameld die iets met Dumas te maken hebben: neo-classicistische meubelen, de schrijftafel van zijn zoon, een na de dood van de schrijver gemaakte buste waarop zijn negroïde trekken - zijn grootmoeder was een Jamaicaanse slavin - goed uitkomen. Maar één ding maakte een getrouwe reconstructie van Dumas' kasteeltje ondoenlijk: Dumas heeft er eigenlijk maar even gewoond. Een paar maanden nadat Monte-Cristo met 600 gasten en een vijftien-gangendiner was ingewijd, ging Dumas failliet (niet voor de laatste keer overigens). Het kasteel werd begin 1848 openbaar verkocht, het meubilair volgde een half jaar later. Nadat het kasteeltje meer dan honderd jaar door anderen bewoond is, lijkt de geest van Dumas alleen nog aanwezig in het nostalgische zeventiende-eeuwse exterieur en in de neo-gotiek van het Château d'If.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.