De fatale logica van de uitsluiting

Subtiele roman van Alvaro Pombo

Zo'n jaar of twintig geleden stond een wereld zonder mannen in sommige radicaal-feministische kringen bijna automatisch gelijk aan een bestaan in harmonie en gelukzaligheid. Die overtuiging sproot meer voort uit hooggestemde illusies over het vrouwelijke wezen dan uit de ervaringen van gemeenschappen waarin zo'n manloze wereld al sinds lang werkelijkheid was, meisjeskostscholen en nonnenkloosters, want die was notoir verre van idyllisch.

Alvaro Pombo: Onder vrouwen. Uit het Spaans vertaald door Elly Bovée. Menken Kasander & Wigman Uitgevers, 261 blz. ƒ39,50

In de roman Onder vrouwen van de Spaanse schrijver Alvaro Pombo gaat het om zo'n vrouwengemeenschap waarin mannen als betekenisloze wezens gelden die je liever kwijt dan rijk bent. Niet dat Pombo in dit boek de huidige tijd opzoekt of zich in een feministische discussie mengt. Zoals in de meeste van zijn romans speelt het verhaal zich af in de jaren veertig en vijftig, de periode na de Spaanse Burgeroorlog waarin de tijd lijkt te zijn stilgezet en de herstelde vooroorlogse verhoudingen een valse eeuwigheidswaarde hebben gekregen. In die onwerkelijke verstarring van een wereld die zichzelf eigenlijk al heeft overleefd, beginnen de persoonlijke verhoudingen gemakkelijk te broeien en wordt de bourgeoisie, waarin Pombo's boeken meestal zijn gesitueerd, een soort hogedrukketel voor de chemie van het menselijk gedrag.

Zo is het ook in dit boek. Vier vrouwen spelen er de hoofdrol in: de naamloze bakvis en opgroeiende jonge vrouw die als vertelster optreedt, haar jongere zusje Violeta, hun moeder en haar excentrieke zus Lucía. In de marge van dat kleine groepje lopen ook nog een jonger broertje en een Duits-IJslandse minnaar van tante Lucía rond, maar zij zijn te onbetekenend om de illusie van een manloos bestaan te verstoren. Als een mini-samenleving bewoont dit familiegroepje een tweetal villa's op een schiereiland aan de Spaanse noordkust (het decor van veel van Pombo's romans), met een zekere nuffigheid afgekeerd van de omgeving waarmee het verkeer door het 'standsverschil' toch al niet erg soepel verloopt.

De hechtheid waarin deze vier vrouwen zich in hun exclusieve verbondenheid koesteren gaat in de loop van deze subtiele en schitterend geschreven roman steeds meer teloor. Achter de façade van wederzijdse genegenheid wordt gaandeweg een agressie zichtbaar die zich niet uit in openlijk geweld — het mannelijk attribuut — maar in een indirecte en achterbakse wreedheid waarin vooral tante Lucía uitblinkt, maar waarin — conform het vrouwelijk stereotype — tot op zekere hoogte alle vier de vrouwen delen. Gelijk opgaand wordt ook de blije uitstoting van alles wat mannelijk is door hen gaandeweg opgegegeven. Tante Lucía was met haar goedmoedige lobbes van een minnaar sowieso al enigszins verdacht, maar ook het zusje Violeta vertoont een ontluikende belangstelling voor de muziekleraar die haar pianoles komt geven. Die afvalligheid wordt nog overtroffen door de moeder van beide zusjes, wanneer deze zich na meer dan tien jaar verzoent met haar man, die na een lange periode van verwijdering opnieuw is opgedoken.

De enige die het ideaal van een exclusief vrouwelijk bestaan onverminderd hooghoudt en voor wie al deze ontwikkelingen even zovele vormen van verraad zijn, is de vertelster zelf, die tenslotte haar toevlucht zoekt in de verbitterde eenzaamheid van haar eigen gelijk. Zij was waarschijnlijk ook de enige die echt in dat ideaal geloofde en daardoor tot een onbuigzaamheid in staat was die haar vader haar met harde woorden verwijt. Hij maakt haar onomwonden duidelijk hoezeer haar steilheid wortelt in de angst voor het andere dat het mannelijk geslacht is, en hoezeer haar karakter door die angst wordt vergiftigd. In zekere zin geldt dat voor de sfeer in het vrouwenreservaat als geheel: het geheime centrum ervan is datgene wat daaraan zo ostentatief ontbreekt en dat misschien juist daarom wordt gehaat en tegelijk in het geheim begeerd.

Het knappe van Pombo's roman is dat deze de fatale logica van het exclusieve beschrijft vanuit de persoon die daarin tot in het laatst volhardt, zonder dat deze daardoor afstotend wordt. De verwarring, verontwaardiging en daaropvolgende verstrakking van de vertelster begrijpen we maar al te goed, en we hebben zelfs met haar te doen wanneer haar exclusivisme zich tegen het einde van het boek op een wel erg ironische manier tegen haarzelf keert. Overtuigd van de superioriteit van het samenleven onder gelijken, blijkt zij tenslotte zelf, als onwettig kind van haar moeder, min of meer een buitenstaandster.

De waarheid van haar afkomst wordt haar door haar tante Lucía met ongekend heftige boosaardigheid ingewreven en vanaf dat moment valt haar hele wereld uiteen. Zelfs een bezoek aan haar biologische vader in Madrid, door Pombo met onderkoelde en daardoor des te schurender wrangheid beschreven, brengt de brokstukken niet meer bijeen. Wie in de wereld te veel eenheid en gelijkheid wil, ziet deze vanzelf versplinteren.

Die boodschap blijft in Pombo's roman voortdurend omhuld. Ze wordt door de opbouw van het boek krachtig gesuggereerd, maar slechts zelden — en dan nog fragmentarisch — uitgesproken. Hoe indringend en behartenswaardig die waarheid ook is, van enig 'symbolisme' is in dit boek niets te merken. Dat was in de vroegere romans van Pombo, zoals De held van de mansardes van Mansard waarmee hij in 1983 zijn naam als schrijver vestigde, nog anders, hoe knap symboliek en psychologie ook daar al dooreen waren gevlochten.

In Onder vrouwen heeft het psychologisch realisme de overhand gekregen en een absoluut meesterschap bereikt. Elke kunstmatigheid is uit de dialogen geweken. De empathie waarmee Pombo zijn rigide hoofdpersoon van binnenuit beschrijft en tegelijk op afstand houdt, is van begin tot eind verbluffend. Door haar verblinding heen tekent hij niet alleen scherp haar tragische en tegelijk enigszins ridicule lot, maar laat hij — misschien nog een groter wonder — ook de andere personen in het drama uitgroeien tot volwaardige persoonlijkheden met een eigen innerlijk, zelfs wanneer ze (zoals haar vader of tante Lucía) met haar op gespannen voet staan.

Met Onder vrouwen heeft Pombo als schrijver zijn (voorlopig) hoogtepunt bereikt en een volmaakt evenwicht gevonden tussen een realistisch plot en de betekenis van dat plot als geheel. Als het boek een allegorie is, dan is het dat niet meer — zoals in veel van zijn vroegere romans — in de onderdelen van het verhaal, maar in het verhaal als zodanig. Daarmee gaf Pombo zichzelf tegelijk een veel grotere psychologische speelruimte en de vrijheid die hij nodig had om zijn karakters levensechter dan ooit te maken.

Het heeft er alle schijn van dat hij die laatste zelf heeft willen oefenen in de karakterschetsen die hij voorafgaand aan Onder vrouwen schreef: de hilarische farce Televerdriet van Celia Cecilia Villalobo en de, in 1997 vertaalde, ontroerende roman van jeugdliefde en -vriendschap Verschijning van het Ewigweibliche. In Onder vrouwen wordt de oogst daarvan ten volle binnengehaald. Na zo'n tien romans (voorafgegaan door enkele dichtbundels) valt de vooraanstaande plaats van Pombo als een van de allerbeste Spaanse schrijvers van dit moment niet meer te loochenen. Dat zijn roem buiten Spanje tot nu toe in de slagschaduw is gebleven van andere, niet per se betere auteurs (Camilo José Cela, Javier Marías of Eduardo Mendoza) is een van de onrechtvaardige wispelturigheden van het literaire noodlot.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.