De hele levensloop van de lage landen

Eigenlijk zou Nederland. De vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu als ondertitel 'Een biografie' krijgen, maar uiteindelijk is de uitgever toch maar van dat idee afgestapt. Het boek van Han van der Horst, een historicus die eerder De lage hemel. Nederland en de Nederlanders verklaard publiceerde, heeft niettemin nog steeds veel weg van een klassieke biografie, al mist de biografie van een land de natuurlijke grenzen van geboorte en dood, waardoor Van der Horst zelf heeft moeten bepalen waar en wanneer zijn 'Nederland' begint en ophoudt.

Han van der Horst: Nederland. De vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu.Prometheus, 623 blz, ƒ52,75

Fysiek gezien is dat bij de in 1939 getrokken grenzen van de huidige natie. Het gaat er de auteur naar eigen zeggen om wat het huidige grondegebied van het koninkrijk 'gezien heeft'. Immers: 'De grond waarop wij staan is zwaar van geschiedenis.' Die geschiedenis laat hij aanvangen bij een kampvuur dat 250.000jaar geleden werd gestookt in wat nu Zuid-Limburg is. Hij sluit af met een 'open einde' in de herfst van 1999 en een cultuurkritische diagnose van een Nederland dat op zoek is naar een nieuwe missie.

Biografen hebben doorgaans ook meer problemen met het begin van hun verhaal dan met het einde. Het overzicht van voorouders, voormalige woonadressen, scholen en buurjongetjes, dat nu eenmaal in een goede biografie hoort te staan, is meestal saai. Vandaar dat biografen regelmatig een karakteriserend moment uit later tijd naar voren halen om de lezer wat vlotter bij het verhaal te betrekken en te voorkomen dat hij gapend afhaakt bij de zoveelste oudoom of verhuizing naar een nieuw adres.

Misschien had Han van der Horst dat ook moeten doen, want de eerste honderd bladzijden van zijn boek lijden eronder dat het verhaal eigenlijk nog niet begonnen is. Consciëntieus vertelt hij na wat er bekend is van de Romeinse tijd en Middeleeuwen in de Nederlanden, maar echt opwindend wil dat maar niet worden. Het kan ook moeilijk anders: de bronnen zijn te fragmentarisch om er een vlot verhaal van te maken. Van der Horst probeert met frivoliteiten als 'een weigerachtige ridder had voor hij het wist een excommunicatie aan zijn maliënkolder hangen' wat lucht in zijn materie te blazen, maar geslaagd zijn die pogingen zelden. Bovendien zijn de herhaalde verzekeringen dat de aard van het bestaan in het verre verleden voor de moderne mens moeilijk voorstelbaar is, nogal obligaat, zelfs voor een boek dat zich eerder op geïnteresseerde leken dan op historici richt.

Maar zoals in een biografie de verlossing meestal nabij is als het onderwerp zijn eerste woordjes begint te brabbelen, zo blijkt Nederland tegen het einde van de Middeleeuwen toch méér dan een mistig moerasgebied waar zwaarbewapende ridders in de modder wegzakten. De grens ligt bij het aantreden van de Bourgondische hertog Filips de Goede, die Van der Horst tot een aanstekelijk enthousiasme aanzet. Filips wordt geportretteerd als een extravagante vorst met de mystieke uitstraling die een heerser nodig heeft; hij genoot van uiterlijk vertoon en mooie vrouwen, maar ook van een goed boek. 'Hij hield van spannende ridderverhalen, liefst met meer dan een toefje romantiek erin. Het metrum en het rijm van de oude heldendichten hinderden hem en daarom liet hij ze door hofschrijvers in proza omwerken', schrijft Van der Horst.

Hoewel de auteur ook in het vervolg van het boek graag en veel gebruik maakt van dergelijke anekdotes, verzuimt hij niet Filips' politieke betekenis te onderstrepen: zo delegeerde hij veel verantwoordelijkheden aan lagere edelen en liet die bovendien bijeenroepen in een Staten-Generaal.

Vanaf dat moment begint het verhaal van Van der Horst beter te lopen. Nu zijn 'vaderlandse' geschiedenis eenmaal een zelfstandige loop heeft genomen kost het hem geen moeite meer er aardig en vooral efficiënt over te vertellen: hij bewaart een redelijk evenwicht tussen politieke, economische en sociale factoren en stipt af en toe een grote lijn aan, zoals het decentrale bestuur en de hoge belastingen, factoren die overigens niet los van elkaar stonden.

Voorbeelden en uitweidingen worden zorgvuldig gekozen, zoals in het hoofdstuk over de achttiende eeuw, dat begint met een uiteenzetting over de paalworm, het mosselachtige diertje dat zich in het Caraïbisch gebied in de Nederlandse schepen vastbeet, naar de Noordzee werd vervoerd, waar het beestje – verlost van zijn natuurlijke subtropische vijanden – een plaag werd. De houten palen waarmee de dijken waren verstevigd werden door de paalwormen weggevroten, wat overstromingen en een 'paalwormenpsychose' veroorzaakte. Zoals ook – legt Van der Horst uit – de macht van de Republiek bij het begin van de achttiende eeuw geleidelijk uitgehold raakte: er waren zo weinig investeringsmogelijkheden dat kapitaalkrachtige burgers hun geld liever in het buitenland belegden.

Via verschillende ijkpunten (Willem de Zwijger, het 'rampjaar' 1672, de Bataafse Republiek, de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden, Thorbeckes grondwet van 1848, het palingoproer, de Duitse bezetting, de onafhankelijkheid van Indonesië, het eerste 'paarse' kabinet) wordt de lezer zo tot de Troonrede van 1999 geleid. Zo is de 'biografie' van Nederland niet het vormexperiment geworden dat die concept-titel leek te beloven, maar een nieuwe versie van een genre dat de laatste decennia in onbruik is geraakt: de door een schoolmeester vertelde levensloop van een volk, en dan ook nog het volk waartoe de lezers zelf behoren. Daarbij hoort ook dat Van der Horst nauwelijks citeert: alleen uit cruciale teksten als het Wilhelmus, het Plakkaat van Verlating en het pamflet Oranje Boven worden enkele passages aangehaald.

Vervelender is dat er in het boek geen ruimte is opgenomen voor verwijzingen naar andere literatuur. Ook is het jammer dat er geen plaats meer was voor kaartjes – laat staan andere illustraties, zodat er veel wordt gevraagd van het voorstellingsvermogen van de lezer. Wel heeft Nederland een handig overzicht van belangrijke jaartallen en een register.

In de vorm mag Nederland dan wat ouderwets zijn, de inhoud van het verhaal is zonder meer bij de tijd: niet alleen de politieke en patriottistische verhalen die de kern van de 'vaderlandse' geschiedenis vormden, staan beschreven, maar ook de vruchten van het onderzoek dat op economisch, sociaal en cultureel terrein is gedaan, hebben een plaats gekregen. Bovendien behandelt Van der Horst onderwerpen die vroeger om uiteenlopende redenen werden verzwegen of verdedigd, zoals de grootscheepse vervolging van homoseksuelen in de jaren veertig van de achttiende eeuw of de sigaar die H. Colijn opstak toen zijn manschappen in Atjeh een groep vrouwen en kinderen fusilleerden.

Nederland komt waarschijnlijk precies op tijd. De laatste jaren is er steeds meer belangstelling voor 'ouderwetse' feitengestuurde geschiedenis. Tot nu toe leidde die alleen tot een grote stroom aan boekjes waarin de zaken in hooguit honderd bladzijden op een rij werden gezet. Het boek van Van der Horst is een stuk vollediger: alle kardinale feiten staan erin. Al leest het een stuk aangenamer als je de eerste hoofdstukken vlot doorbladert.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.