De lotgevallen van bouwer Bredero
Bredero staat synoniem met een van de geruchtmakende faillissementen uit de jaren tachtig. Was de raad van bestuur vooral bezig met het ,,veiligstellen van eigen belang'', zoals de voormalige hoofdboekhouder in het boek Bredero's Bouwbedrijf beweert?
W.M.J. Bekkers, A.P.W Esmeijer, D.W. Aertsen en K. Oskam (red.): Bredero's Bouwbedrijf. Familiebedrijf – mondiaal bouwconcern – ontvlechting, uitg. Dutch University Press, ISBN 90 3619 312 5, €24,50.
Bij elke nieuwjaarsbijeenkomst werd bij het heffen van de champagneglazen dezelfde grap gemaakt. ,,Jongens, de eerste vijf miljoen die we komend jaar verdienen zijn voor Duitsland.'' Bij het Utrechtse bouwbedrijf Bredero hadden ze gevoel voor humor. Vanaf eind jaren zeventig was er ook reden voor cynisme.
De zwartgallige grappenmakers doelden op de financiële positie van het multinationale bouwconglomeraat begin jaren tachtig. Een ambitieus vastgoedproject in Hannover had zich ontpopt tot een bonkend hoofdpijndossier. Een te goedkoop en te langdurige huurcontract – tot 2005 – maakte dit kantorencomplex zwaar verlieslijdend. Elk jaar moest het bedrijf er vijf miljoen gulden op toeleggen.
De Verenigde Bedrijven Bredero NV (VBB) beleefde een van die grote, roemruchte faillissementen uit de jaren tachtig. Net als andere beursgenoteerde bouwbedrijven die meer deden dan alleen huisjes bouwen: Nederhorst, Ogem, Van der Vliet-Wernink. De oprichting, opkomst, internationale expansie en ondergang van het Utrechtse bouwconcern is te boek gesteld door twee historici en een jurist. De laatste, Willem Bekkers, deed als een van de drie curatoren zelf het licht uit op het Utrechtse hoofdkantoor. Als bestuurslid van de BV Vereffenaar VBB is Bekkers achttien jaar na dato nog altijd bezig met de afwikkeling van het faillissement. ,,Maar het einde is in zicht'', zegt hij nu. Willem Bekkers (1944) is advocaat van het Utrechtse kantoor Wijn & Stael, dat de uitgave van dit boek initieerde. Het is het vijfde deel in de reeks `Recht te Utrecht', waarmee Wijn & Stael Advocaten `naast het dagelijkse advocatenwerk' een bijdrage wil leveren aan `maatschappelijk discussie'.
Behalve met de oorspronkelijke hoofdactiviteit bouw was de `VBB' actief als projectontwikkelaar en fabriceerde het bouwmaterialen – zo was het de grootste producent van dakpannen. Ook legde Bredero pijpleidingen op de bodems van de wereldzeeën. Het bedrijf had activiteiten en deelnemingen over de hele wereld: in de Verenigde Staten, in Groot-Brittannië, in Algerije, in Nieuw-Guinea, in Irak en in Iran. In Nederland was het concern beroemd om de bouw van kerncentrale Borssele, van Betondorp in Amsterdam en van winkelcentrum Hoog Catharijne. Internationaal bouwde Bredero zijn paradepaard in Australië: het Opera House in Sydney.
De ontwikkeling als multinationaal bouwbedrijf en – misschien maar goed ook – de ondergang heeft de oprichtersfamilie niet meer meegemaakt. Adriaan Bredero, zoon van de oprichter en de grote man van de jaren twintig en dertig, overleed in 1947. Onder zijn leiding had het bedrijf de oorlog overleefd, maar was het wel in zwaar weer terecht gekomen. Onder druk van de Herstelbank, de maatschappij die in het kader van de Marshallhulp het Nederlandse bedrijfsleven financiële steun verleende, was Bredero in juli 1947 opgestapt als directeur. Hij werd president-commissaris. Het gedwongen vertrek greep hem aan, maar erger nog hakte het plan erin van zijn opvolger als president, oud-verzetsstrijder Jan de Vries, die de naam van het bedrijf wilde wijzigen. Na een commissarissenvergadering op 2 december 1947 waar de naamswijziging werd besproken keerde hij volgens zijn vrouw ,,ontzet'' thuis. Hij overleed diezelfde nacht, op 58-jarige leeftijd.
Geen van zijn kinderen stapte in het bedrijf. In 1960 kwam er definitief een einde aan Bredero als familiebedrijf; het ging dat jaar naar de beurs. Drie jaar later volgde de vastgoedtak Breevast. In de periode 1961-1970 waren er meerdere emissies, vooral om de buitenlandse expansie te financieren. Volgens curator Bekkers had de familie ten tijde van het faillissement in 1987 ,,al lang geen aandelen meer''.
Op het hoogtepunt van Bredero's roemruchte geschiedenis, begin jaren tachtig, stonden er bijna zesduizend mensen op de loonlijst, en had het concern een – toen nog winstgevende – omzet van ruim twee miljard gulden. Daarna ging het mis. Het was bankier Jan Kalff van de ABN-bank, de latere bestuursvoorzitter van de gecombineerde ABN Amro, die in maart 1987 de molensteen in Hannover in de gaten kreeg. Dat was weliswaar ontwikkeld door het verzelfstandigde Breevast, maar als grootaandeelhouder had ook Bredero er last van. Breevast had in oktober 1986 uitstel van betaling gekregen, Bredero had op zijn belang in Breevast flink moeten afboeken. Het boekjaar 1986 werd afgesloten met een verlies van boven de 100 miljoen gulden. Bankier Kalff besloot de kredietkraan dicht te draaien, waarna Bredero zelf ook richting afgrond ging. Via surseance en opsplitsing ging het bedrijf in september 1987 failliet.
Curator Bekkers beschrijft de gebeurtenissen in de laatste maanden van 1986 en in 1987 in detail. De ,,bijzondere aandacht'' van de afdeling Bijzondere Kredieten van huisbankier ABN noemt hij ,,een schrikbeeld'' voor elke ondernemer. Hij beschrijft hoe een team consultants van McKinsey een ,,uitvaartconstructie'' bedacht waarbij de gezonde onderdelen van Bredero apart werden gezet en aldus gered.
Het aardigste onderdeel van het boek Bredero's Bouwbedrijf zijn de persoonlijke nabeschouwingen van twee nauw betrokkenen: oud-directievoorzitter Ad Feddes en voormalig hoofd van de boekhouding Piet Baas. Hun relazen geven een indruk van de spanning die bij Bredero heerste tussen personeel en directie. Baas verwijt de raad van bestuur vooral te zijn bezig geweest met het ,,veiligstellen van eigen belang'', getuige enkele riante afvloeiingsregelingen (en zelfs één geheime) voor voortijdig afgetreden functionarissen. Feddes beweert dat hij sinds zijn gedwongen pensionering op 1 januari 1987 ,,machteloos'' heeft moeten toezien hoe de onttakeling van Bredero zich voltrok. Als weerwoord op de beschuldigingen van Baas wijst Feddes op een onderzoek van de Amsterdamse Ondernemingskamer, die tot de conclusie kwam dat er ,,geen gevallen naar voren zijn gekomen waarin bestuurders hun persoonlijke belangen hebben laten prevaleren [..]''.
Baas besluit met een observatie van oud-minister Max Rood die bemiddelde in een conflict tussen de Centrale Ondernemingsraad (COR) en de directie, over het ontslag van een ,,militante maar capabele'' COR-voorzitter. De directie had hiertegen geen bezwaar gemaakt. ,,Een verstandig bestuur doet zoiets niet'', had Rood hierover gezegd. De roerige slotepisode van Bredero overpeinzend denkt boekhouder Baas dat ,,dit voor veel meer besluiten van bestuursleden [...] heeft gegolden''.
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
