De ondraaglijke schoonheid van een koeiestaart; Torgny Lindgren over het leven in Noord-Zweden
Torgny Lindgren: De schoonheid van Merab. Vert. Rita Törnqvist-Verschuur. Uitg. De Bezige Bij, 153 blz. Prijs ƒ29,50
Er zijn schrijvers die men zuinige schrijvers noemt. Daarmee kan bedoeld worden dat ze weinig schrijven. Daarmee kan ook bedoeld worden dat ze weinig woorden gebruiken voor wat ze te zeggen hebben. De Zweed Torgny Lindgren is een zuinige schrijver van de tweede soort. Hij schreef in zevenentwintig jaar twaalf romans en verhalenbundels, dus hij is niet heel zuinig met boeken. Zijn prachtige roman Batsheba, die vorig jaar in het Nederlands vertaald werd is niet dun, 273 bladzijden. Hij lijkt dus ook niet zuinig met woorden. Toch is hij dat.
Zuinigheid klinkt misschien een beetje ongunstig. Lindgren is op een gunstige manier zuinig. Hij is een schrijver die zijn personages geregeld laat praten, want ze hechten aan woorden, maar vertellers zijn het niet. Vooral de Zweedse boeren in zijn onlangs vertaalde verhalenbundel De schoonheid van Merab zijn zwijgzame types. Maar ook Koning David of Batsheba waren geen redeneerders, hoeveel ze ook spraken over heiligheid en God en uitverkiezing. Het is stil in de boeken van Lindgren.
Hoe krijgt hij het zo stil. Misschien komt het doordat hij alles beschrijft of het vanzelf spreekt. Mensen zeggen vaak "ja' in zijn boeken. “Ja. Zo is het.” En daar laat Lindgren dan vaak een witregel op volgen. Dat is niet een erg lawaaiige manier van schrijven. Protest maakt lawaai, Lindgren protesteert niet. Hij bevestigt de wereld en wat erin is. Zijn verhalen lijken oefeningen in berusting. Geen slaafse berusting, maar het vermogen om het leven te aanvaarden, hoezeer het ook verwondert, hoe onbegrijpelijk het ook is. Dat is een mooie houding, vooral als die zonder enige prekerigheid uitgedrukt wordt.
Sommige schrijvers slepen je mee. Dat is prettig. Andere verblinden je met hun briljantie, weer anderen bewonder je en er zijn heel sommige van wie je elke zin wel uit je hoofd zou willen leren. Zo een is Lindgren. Niet omdat het zulke spectaculaire zinnen zijn, maar omdat ze precies goed zijn, ook in hun opeenvolging. Dan wordt een gesprek over koeien, zoals Konrad en Gabriel Israelsson met elkaar voeren, een aangrijpend hoogtepunt in een toch al mooie verhalenbundel.
Spook
Gabriel is een dorre middelbare man, Konrad zijn kwaadaardige overleden vader. (Ja, vader spookt. Toch is het geen spookverhaal en lijkt het zelfs niet bovennatuurlijk.) Gabriel heeft de mooiste koeien in de wijde omtrek. Hij leeft met zijn koeien, hij praat tegen ze, soms vertelt hij ze over zijn leven en het kan gebeuren dat de tranen hem daarbij over de wangen stromen. Hij houdt van zijn koeien, en bovenal van Merab, de mooiste van allemaal. Koeien, vindt hij, zijn het leven zelf. Het spook van zijn vader slaat de koeien, zo verschrikkelijk hard dat ze nauwelijks meer kunnen lopen.
Gabriël praat dus met het spook van zijn vader. Over waarom hij zijn beesten slaat. Over hoe zijn vader de koeien eenvoudigweg niet kan aanzien omdat ze zo mooi en welgeschapen zijn. Hun gesprek gaat zo:
“Ja, zei Gabriel. Wie bij machte is een koe te aanschouwen, die hoeft in deze wereld niets anders te zien.
Hij hoeft geen dorst meer in zijn ogen te voelen.
Ja, zei Konrad. Het is ongerijmd dat levende wezens zo volmaakt kunnen zijn. Het is ondraaglijk.
Hun haar is als zijde, zei Gabriel. Als ik wist hoe zijde eruit zag.
En hun uiers zijn als vrouwenborsten maar machtiger en ze raken nooit uitgeput.
En hun kop zit zo vol met gedachten dat hij bij elke stap omlaag zakt.
En hun staart, die vliegt als een vlinder, zo'n sieraad hebben de mensen niet.
Ja, zei Konrad. De staart is geloof ik het allerergst.''
Het zou een belachelijke conversatie kunnen zijn, maar ze is niet belachelijk. Ze is niet belachelijk omdat ze in volle ernst gevoerd wordt, omdat het verhaal begon met de mededeling: “Je moet weten dat het al het geschapene ondoorgrondelijk is.” Lindgren heeft het altijd over elementaire dingen, over dingen waarover je bijna niet anders dan in zware en plechtstatige woorden kunt spreken, maar hij is nooit zwaar en plechtstatig. “De staart is geloof ik het allerergst.” Dat moet je maar op durven schrijven.
Het is het titelverhaal van de bundel, dat over de koeien, en het lijkt me helemaal tjokvol betekenis en bovendien typerend voor alles wat Lindgren schrijft. Maar wat is er in aan de hand? Waarom komt een dode vader de koeien slaan die het leven zelf zijn? Wat moeten we met een zoon die eruit ziet "als een hekpaal en een gedroogde vis' en die tot overstromens toe van zijn koeien houdt?
Het gaat Lindgren niet om die man, of om zijn verhouding tot zijn vader. Het gaat hem nooit om individuele psychologie. Dat blijkt bijvoorbeeld al uit de krankzinnige hoeveelheid namen die in zijn bundel voorkomen, allemaal Noordzweedse plattelanders die allemaal Lundmark en Lundström en Stenlund en Grundström heten en die zich wel van elkaar onderscheiden maar ook weer niet enorm. Ze doen allemaal hetzelfde: houthakken, putten graven, koeien hoeden en slachten, een hek timmeren, een schoorsteen metselen, houtskool branden. Ze proberen hun lot naar vermogen te dragen.
Dat probeert ook Gabriel Israelsson en zijn verhaal maakt duidelijk dat twee dingen belangrijk zijn om het bestaan te kunnen aanvaarden. Het ene is wat Gabriel tegen zijn meppende vader zegt: “Het leven mag je niet kastijden. Dat mag je niet slaan met sparretakken. Je moet het liefhebben.” Het andere is dat je de macht van de woorden kent. En dat je de juiste woorden vindt.
Verzadigd
In deze verhalen, maar ook in Bathseba wordt een enorme kracht toegeschreven aan woorden. Daarom mag bijvoorbeeld God niet bij zijn ware naam genoemd worden. Daarom houdt Samuel Burvall altijd zijn handen in de buurt van zijn oren zodat hij ze er snel tegenaan kan drukken als iemand dreigt het woord "tering' uit te spreken. Want van het woord kun je het krijgen. De predikant die bij Isabella Stenlund in bed kruipt moet getroost worden omdat de woorden zo verschrikkelijk in hem te keer gaan. En de woorden die een arme man uitspreekt “Nu hou ik het niet meer uit. Nu geef ik het op.” slingeren zijn hele gezin uit elkaar. Het is met woorden zoals in de aangehaalde uitspraak van Salomo: “Van de vrucht van iemands mond wordt zijn binnenste verzadigd; hij verzadigt zich van de opbrengst van zijn lippen. Dood en leven zijn in de macht der tong.”
Lindgren weet heus wel dat een woord alleen maar een woord is, en dat tering geen woord is maar een ziekte. Toch moet een schrijver die zijn personages met zoveel ontzag over woorden laat spreken en denken, zelf ook iets van dat ontzag voelen. Hij weet wat een woord kan zijn, als het een goed woord is. Hij weet dat woorden troosten en vernietigen, dat ze de wereld kunnen veranderen, haar draaglijk of ondraaglijk kunnen maken. Hij weet dat hij voorzichtig met ze moet zijn en goed moet nadenken.
Hoe belangrijk de woorden ook zijn, ze zijn toch uiteindelijk het leven zelf niet. Er gebeuren nu eenmaal dingen die niet in woorden te vatten zijn, die niet met woorden ongedaan gemaakt kunnen worden. Gabriel Israelsson zoekt naar het ene woord dat het spook van zijn vader kan verdrijven, maar hij vraagt zich af of er wel zo'n woord bestaat. Ook als het spook opgelost is weet hij niet of een woord dat veroorzaakt heeft en welk dan en ook niet of het spook niet terug zal komen. Het blijft zoeken en proberen met woorden. Ook met Het Woord trouwens - soms slaat men elkaar met bijbelteksten om de oren en treffen ze geen enkel doel, soms vallen de woorden opeens in iemands hart. Je kunt er niet van op aan.
Proberen het ondoorgrondelijke leven lief te hebben en te aanvaarden. Daar de woorden voor vinden. Daarover gaat De schoonheid van Merab denk ik. Het zijn verhalen over de liefde, verhalen tegen de dood - maar dat klinkt zo erg en zo groot. Lindgren pakt het vrolijker aan. Hij laat de mensen uit armoede hun enige en innig geliefde paard slachten en pekelen en dan schrijft hij: “Het was niet zo'n gemakkelijke zaak Gloria op te eten en tegelijk om haar te rouwen.” Meer zegt hij er niet over. Een schrijver van weinig woorden.
Lees verder
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
