De vleugels zelf vergeten

Novelle van Marcel Möring

Modelvliegen begint met een zin die Marcel Möring in de herfst van 1998 `uit het niets' zag opduiken, aldus zijn nawoord, toen hij werkte aan een grote roman waar hij nu nog aan werkt. Het was een zin die hem bleef bezighouden, ja, die vroeg om een vervolg. `Toen hij zijn oude baan in een opwelling van plotselinge trots had opgezegd en nog geen nieuwe had, besloot mijn vader modelvliegtuigen te bouwen.'

Marcel Möring: Modelvliegen. Meulenhoff, 109 blz. ƒ27,50

Waar wil zo'n zin heen?

In elk geval naar een verklaring voor die carrière-switch, zou je zo zeggen, en die volgt dan ook. De zoon die hier het woord neemt, hoorde in de dagen dat zijn vader zonder werk zat van de onderbuurman, winkelier in poppen en modelvliegtuigen, dat de kinderen van tegenwoordig te beroerd waren om een modelvliegtuig zelf in elkaar te zetten. Ze verwachtten dat zo'n ding al af was, de blagen, ze konden niks meer zelf. Maar dan kun je toch iemand inhuren om zo'n ding in elkaar te zetten, zei de zoon toen. Mensen willen er best voor betalen als een ander dat vakkundig doet.

Waarna de blikken in de richting gingen van zijn vader.

Klinkt dat realistisch? Mwah. Maar literatuur hoeft dat ook niet te zijn, in elk geval niet in het werk van Möring, en daar valt dus best een mouw aan te passen. Als verteller neemt de zoon een kalme en beschouwelijke toon aan die heel realistisch lijkt, maar die bij nader inzien ook iets van de onverstoorbaarheid heeft van een sprookje of een volksverhaal. Een poppendokter als onderbuurman? Ach, wie heeft zoiets nou niet. Een vader die modelvliegtuigen in elkaar lijmt? Alsof er geen gekkere beroepen zijn.

Zo wordt de lezer rijp gemaakt voor de meer magische realiteit van de literatuur, als de vertellende zoon vervolgens afdaalt in het leven van zijn vader. Geboren rond 1925, in een welgestelde joodse fabrikantenfamilie. Technisch aangelegd en, let op, lid van een zweefvliegclub, wat hem het leven redt wanneer hij in de meidagen van 1940 opstijgt en naar Engeland weet te ontkomen. In de oorlog opgeleid tot gevechtspiloot, daarna werkzaam als piloot van post- en sproeivliegtuigjes, tot hij in een weiland neerstort en wordt opgelapt door een verpleegster die ten slotte ook zijn vrouw wordt.

Zweefvlucht

Die modelvliegtuigen, is de implicatie hier, zijn niet de eerste vliegtuigen waarmee de vader in de weer is. Zijn leven is er vol van. Hij heeft er zijn overleving aan te danken, door die vlucht voor de oorlog, en zijn littekens, door de crash na de oorlog, en zijn vrouw, en dus ook die vertellende zoon. Alles.

Het is door het vliegen dat hij een bestaan heeft weten op te bouwen – een bestaan boven een afgrond, want de rest van zijn familie is in '45 niet meer uit de kampen teruggekeerd. Hij leeft in een soort zweefvlucht boven de verwoesting van zijn wereld en moet zien dat hij in de lucht blijft.

Daarmee voert die op het oog wat vergezochte eerste zin zowaar toch naar het hart van Mörings werk, dat al sinds zijn debuut Mendels erfenis gevormd wordt door ontwortelde, vaak naoorlogs joodse, personages. Mensen die beseffen dat ze een voorbije geschiedenis vertegenwoordigen – verstekelingen in het heden, buiten de orde, opgesloten in hun eigen dromen en gedachten. Hun isolement is onherroepelijk, ze kunnen enkel hopen dat daar in hun wereld een soort vrijplaats voor te vinden is.

Modelvliegen heeft nog geen twintig pagina's nodig, het eerste hoofdstuk, om dat welbekende uitgangspunt weer terug te vinden en een echte Möring te worden. Maar dan volgen nog drie hoofdstukken, zo'n tachtig bladzijden, die daar op een verwarrende manier mee op de loop gaan. Hoofdstuk twee brengt een oude vriend van de vader op bezoek, een oorlogskameraad die tegenwoordig culinair journalist is en goedkeurend naar de zoon kijkt, want die blijkt een fanatieke kok. Ze gaan die avond zelfs getweeën naar een restaurant, waar ze `gebakken karton in een saus van eierdozen' krijgen voorgezet en brutaalweg kookles aan de koks gaan geven.

Hoofdstuk drie maakt daarna weer een nieuwe zijsprong, maanden later, als de zoon met zijn moeder gaat logeren in haar ouderlijk huis, een landgoed bij een duindorp. Ze praten over vroeger, lopen door de duinen, schuilen in een bunker, en intussen rijst de vraag waar dit Modelvliegen in godesnaam naar toe zou kunnen willen. Losjes volgt de ene scène op de andere, maar in geen velden of wegen een rond verhaal te zien.

Dan, kort voor het einde van dat derde hoofdstuk, komen alle draden samen en is er toch een ontknoping. Of tenminste een suggestie daarvan, een suggestie wat er in de oorlog nu precies gebeurd is met de vader, de moeder en de vriend. Je wordt gedwongen al die schijnbaar losse scènes die voorafgingen opnieuw aan je voorbij te laten gaan om te begrijpen wat je eigenlijk gelezen hebt, en dan wordt duidelijk dat Möring in dit boekje een ambitie legt die tot de hoogste van de hele literatuur behoort: een verhaal te schrijven dat niet op maar tussen de regels staat en dus pas in je hoofd gestalte krijgt.

Waarmee we aan de hamvraag zijn. Lukt dat? Ja, in zoverre dat je bij het reconstrueren van dit oorlogsdrama steeds weer nieuwe sporen vindt, steeds nieuwe raadsels die om een verklaring vragen. Möring heeft als een goed schaker vijf zetten vooruit gedacht en zorgt dat je de stelling nooit volledig overziet. Maar nee, in zoverre dat je het resultaat van al dat speurwerk gek genoeg totaal niet als een oorlogsdrama ondergaat, met alle pijn van dien, maar inderdaad als een spel schaak, een prettig leeg soort puzzel.

Er mist hier iets, met andere woorden, en het vierde hoofdstuk geeft per ongeluk een hint wat dat zou kunnen zijn. Het is ineens een jaar of dertig later en de zoon is, tegen de verwachting in, geen kok geworden maar beheerder van de speelgoedwinkel van de onderbuurman. Hij krijgt kinderen over de vloer uit Suriname en Marokko en Turkije, want die wonen tegenwoordig in de buurt, en ook zijn vrouw is Turks van afkomst. Heel zijn wereld wordt bepaald door mensen die net als zijn vader zijn ontworteld, levend in verdwenen en verdwijnende tradities.

Ontsnapping

Voor zo'n gehoor vertelt hij op een dag het sprookje van `de man die kan vliegen'. Een beeldhouwer, die op een eiland met zijn zoon een beeld schept van de mooiste vrouw ter wereld. Dit in opdracht van de koning, die de vrouw tot leven wil wekken om met haar te trouwen, waarna hij de makers zal vermoorden, en de beeldhouwer verzint daarom een vluchtweg. Als de koning het voltooide beeld tot leven roept, blijken er vleugels aan te zitten en verdwijnt het in de lucht – met medeneming van de beide makers.

Wat dat sprookje moet betekenen vertelt de zoon niet (`Sprookjes zijn er niet om vragen te beantwoorden'), maar duidelijk is wel dat het een lofzang is op de ontsnapping aan de wereld. Op de vlucht van de verbeelding, in de letterlijke zin van het woord, en dan met name voor de joodse, Turkse, Marokkaanse en andere buitenbeentjes van de maatschappij. Leef je in een isolement? Doe er je voordeel mee! Pas je toch al niet in de wereld? Stap eruit!

Möring geeft daarmee een nogal plotse nieuwe draai aan het probleem waarmee zijn personages altijd worstelen. Hij noemt het niet meer een probleem, hij noemt het nu een oplossing, en de novelle als geheel pleit daar welsprekend voor. Zowel de vader als de zoon leeft met redelijk succes in zijn verbeelding, de scènes zijn geschreven met verbeelding, de ontknoping doet ten slotte een beroep op de verbeelding van de lezer. Alles in Modelvliegen laat zien wat een verrukking vliegen en vluchten is.

Gevolg alleen is dat de tekst zich als het ware afsluit voor de dingen waar voor wordt gevlucht – voor oorlog, dood, verlies en pijn. Het is er allemaal wel, maar veilig weggeborgen in de kunstigheid van de intrige, in de schilderachtigheid van poppenwinkels, landhuizen en duinen. Het verdwijnt achter de horizon van de verbeelding en het resultaat is daardoor aangenaam maar spanningloos, verfijnd maar vlak, en bovenal: blind voor het gevaar van die verbeelding zelf, die zich zo zonnig van de wereld losmaakt. Möring lijkt al schrijvend zelf te zijn vergeten dat hij het verhaaltje van de vliegende beeldhouwer te danken heeft aan dat van Daedalus en Icarus, die met hun zelfgemaakte vleugels ook al van een eiland opstegen om te ontsnappen aan een koning. Een briljante vlucht – tot het moment dat een van hen te hoog vloog, neerstortte, dood was.

En zo begonnen wij modelvliegtuigen te

bouwen. [...] We leefden in een bel waar alles rustig, beschut en vriendelijk was. De thee stond op het lichtje, geluiden waaiden door de open balkondeuren naar binnen. Een keer bukte ik mij om een gevallen onderdeel op te rapen en zag ik dat mijn moeder haar been over dat van mijn vader had geslagen. Zijn hand lag hoog op haar dij. Haar schoen lag op de grond en met haar bekouste voet streelde ze zijn kuit.

Ik herinner mij die tijd met dezelfde intense levendigheid als mijn vader zijn periode als sproeivlieger.

Uit Marcel Möring: Modelvliegen

En zo begonnen wij modelvliegtuigen tebouwen. [...] We leefden in een bel waar alles rustig, beschut en vriendelijk was. De thee stond op het lichtje, geluiden waaiden door de open balkondeuren naar binnen. Een keer bukte ik mij om een gevallen onderdeel op te rapen en zag ik dat mijn moeder haar been over dat van mijn vader had geslagen. Zijn hand lag hoog op haar dij. Haar schoen lag op de grond en met haar bekouste voet streelde ze zijn kuit.Ik herinner mij die tijd met dezelfde intense levendigheid als mijn vader zijn periode als sproeivlieger.Uit Marcel Möring: Modelvliegen

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.