De ziener en de arme Wilhelm
Loepzuivere Vestdijk-pastiche van Kees ’t Hart over de Kaiser in ballingschap
Gelezen wordt hij nauwelijks meer, en al helemaal niet door 45-minners. Maar als fenomeen is Simon Vestdijk (1898-1971) niet uit de Nederlandse literatuur weg te branden – vooral dankzij een generatie romanciers die zijn 52 romans nog met de paplepel ingegoten heeft gekregen. Joost Zwagerman liet zich voor zijn bestseller Vals licht inspireren door De dokter en het lichte meisje. Rond de millenniumwisseling waren er drie boeken waarmee Bas van Putten probeerde de Victor Slingeland-trilogie te evenaren. En nu is er De keizer en de astroloog, een loepzuivere Vestdijk-pastiche van Kees ’t Hart waarin een jonge arts (en schrijver-in-ontwikkeling) met de naam Simon een hoofdrol speelt.
Plaats van handeling is Doorn, het provinciedorp waar Vestdijk de laatste dertig jaar van zijn leven woonde maar dat in de jaren twintig een nog veel beroemdere inwoner had: de voormalige Duitse keizer Wilhelm II, die na de Eerste Wereldoorlog in Nederland asiel had gekregen. In Huis Doorn wachtte de gevluchte vorst vergeefs op de dag dat zijn volk hem zou terugroepen en verdreef hij zijn verveling met het voeren van een hofhouding en het hakken van hout. Een symbolische handeling, volgens de hoofdpersoon van ’t Harts roman: ‘Bomen omhakken die op oude vijanden leken of op spoken uit het verleden die iemand voort konden jagen tot er geen houden meer aan was.’
De dertigjarige Simon, psychiater in opleiding, komt aan het hof als kenner van de astrologie – een pseudowetenschap die door de Kaiser hoog wordt aangeslagen – maar vooral als assistent van zijn hoogleraar Godefroy, die met extreme experimenten de getroebleerde geest van Wilhelm tot rust probeert te laten komen. Want de ex-keizer is verknipt, zowel door zijn val als door zijn afschuwelijke jeugd, die geregeerd werd door het trauma – een mismaakt armpje – dat hij opliep bij zijn geboorte. Ook Simon is trouwens niet helemaal normaal: hij lijdt aan vlagen van schijnbaar goddelijk inzicht waarin hij alles over iedereen denkt te weten, hallucinaties die hij ‘godjeswanen’ noemt. Tegelijkertijd weet hij dat hij niet meer is dan ‘een armzalige ziener, een soort profeet die het leven van anderen meende te doorzien, of wilde doorzien, en die zichzelf wijsmaakte dat de inzichten niet in hem ontstonden maar buiten hem om, terwijl hij wist dat dit niet mogelijk kon zijn.’
De parallel tussen Simon en Wilhelm wordt door ’t Hart versterkt doordat ze aan het eind van de roman op min of meer hetzelfde moment ‘genezen’ worden: de keizer zogenaamd door de behandeling van Godefroy, en Simon door het inzicht dat hij niet in de wieg is gelegd voor psychiater en ‘dat hij zijn godjeswanen in dienst zou moeten stellen van iets anders, iets groots en ontzagwekkends, iets wat hij al jarenlang voor zich uit geschoven had. […] Hij wist ineens wat hem te doen stond. […] Romans schrijven, niet één maar vele. Onophoudelijk schrijven, om de opgelopen achterstand in te halen, om alles eindelijk op een kaart te kunnen zetten. Bestonden romans niet uit magische en rituele herbelevingen van levensangst?’
De laatste, sublieme bladzijden van De keizer en de astroloog beschrijven dus de wording van een schrijver – niet toevallig de schrijver die Kees ’t Hart zo dierbaar is. Maar gezegd moet worden dat de weg naar Simons ‘epiphany’ (zoals Vestdijks voorbeeld Joyce dit soort momenten van verlichting noemde) nogal lang is. In elk geval voor de lezer, die er dan al vele bladzijden met weinig opwindende hofperikelen, astrologische uitweidingen en uitgewalste couleur locale op heeft zitten. ’t Harts intelligente en fantasierijke conjunctie van de supersterren S. Vestdijk en Wilhelm II was een flinke novelle waard geweest, maar zeker geen roman van driehonderd pagina’s, hoezeer het verhaal ook wordt verlucht met verrassende bespiegelingen en geestige scènes. Zo had ik niet graag de scène gemist waarin de keizer Simon voor de tweede keer ontmoet en het ijs breekt met de even vriendelijke als wereldvreemde woorden ‘Wollen Sie mit mir sägen?’
Als benadering van een Vestdijk-roman is De keizer en de astroloog nog wel het meest geslaagd. Alles klopt, van de weerbarstige stijl en de beklemmende en schrale sfeer van de jaren twintig tot de seksuele perversies van de personages en de bijrol voor een Duits dienstmeisje. Als extraatje verwerkte ’t Hart er ook nog verwijzingen in naar onder meer De koperen tuin, Terug tot Ina Damman en Mijnheer Visser’s hellevaart. Vestdijk-minnaars zullen er van smullen. Maar Kees ’t Hart-fans zullen blijer worden van herlezing van De revue (1999) of Ter navolging (2004).
Lees verder
- Hart, Kees 't
In 1999 ontworstelde Kees 't Hart (geen familie van Maarten) zich aan de relatieve anonimiteit met ...
Besproken boek
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
