Dr Jekyll in de Watergraafsmeer

Herman Koch schreef een copieus zevengangenboek over verdorven ouders

Opnieuw betoont Herman Koch zich een satiricus van de beau monde en zet hij de lezer op het verkeerde been. Maar nu is zijn hoofdpersoon echter dan ooit.
Herman Koch: Het diner. Anthos, 302 blz. € 19,95

Je komt ze in de letteren niet zo vaak meer tegen, de eenheden van plaats, tijd en handeling waar literatuurdocenten zo dol op zijn. De ‘Aristotelische’ eenheden waren de basis-ingrediënten van het classicistische toneel en bleken ook in de roman te kunnen werken als smaakmaker. Schrijvers als Melville (The Confidence Man), Duras (Moderato cantabile) en Arion (Dubbelspel) hebben er mooie dingen mee gedaan. En zo ook Herman Koch in Het diner, een roman over een allesbepalend etentje waarvan de strakke vorm slechts een van de vele kwaliteiten is.

Koch is zich van het toneelachtige van zijn nieuwe roman goed bewust. Hij verdeelt het verhaal in zeven gangen – vijf bedrijven met een proloog en een epiloog, zou je kunnen zeggen – en becommentarieert bij monde van zijn ik-figuur Paul een veelzeggende gebeurtenis aan het begin van de avond met de volgende woorden: ‘En toch was er iets gebeurd dat mij de hoop deed behouden op een explosie later op die avond. Het was als met het pistool in het toneelstuk: wanneer er in het eerste bedrijf een pistool wordt getoond, kun je er donder op zeggen dat er in het laatste bedrijf mee zal worden geschoten. Dat is de wet van het drama.’

Het mag duidelijk zijn: Het diner is een plot-driven boek, zoals ook eerdere romans als Red ons, Maria Montanelli (1989), Odessa Star (2003) en Denken aan Bruce Kennedy (2007) dat waren. Beter dus om alleen het hoognodige van het verhaal prijs te geven – vergezeld van de aantekening dat Koch zijn plot op een superieure manier opbouwt. In het openingsdeel ‘Aperitief’ stelt Paul zich aan ons voor als een weldenkende, sympathieke man die op een gezonde en vooral humoristische manier zijn weerzin etaleert tegen de snobistische haute-cuisine-cultuur van een duur restaurant in de Amsterdamse Watergraafsmeer (waar ook Odessa Star zich afspeelde); zijn sarcasme wordt van tijd tot tijd onderbroken door kleine terzijdes en flashbacks die suggereren dat het dinertje waarvoor ze zijn uitgenodigd niet zomaar voor de gezelligheid is. In ‘Voorgerecht’ worden de wederzijdse irritaties tussen de twee echtparen aan de dis zachtjes aangestipt. En in de gangen daarna verergert alles – tot een harde climax in ‘Digestief’.

Paul en Claire dineren met Serge en Babette. Paul en Serge zijn broers; Serge is lijsttrekker van de grootste oppositiepartij, gedoodverfd premier én onuitstaanbaar ijdel en glad. Uiteindelijk zal hij nog de menselijkste van het viertal blijken te zijn, aangezien de andere drie letterlijk over lijken gaan om hun kinderen te vrijwaren van straf na een uitbarsting van zinloos geweld. Want dat is waar Het diner om draait, om de arrogantie van ouders die koste wat kost willen voorkomen dat de toekomst van hun lieve, mooie zoontjes in gevaar komt omdat ze toevallig een zwerfster hebben gedood die in de weg lag. Wie zich de klassieke film Benny’s Video van de Oostenrijkse regisseur Michael Haneke herinnert – en vooral de scène waarin Vati und Mutti het lijk van een meisje in stukjes door de wc spoelen om hun zoon voor vervolging wegens doodslag te behoeden – heeft een aardig beeld van de soort.

‘Wanneer ik een definitie zou moeten geven van geluk,’ schrijft Paul in het begin van de roman, ‘dan is het deze: het geluk heeft aan zichzelf genoeg, het heeft geen getuigen nodig. […] Het ongeluk is altijd op zoek naar gezelschap. Het ongeluk kan niet tegen stilte – het kan vooral niet tegen de stiltes die vallen wanneer het alleen is.’ Mooi gezegd, zoals alles wat Paul, de Jekyll & Hyde van de Watergraafsmeer, zegt scherp geformuleerd en grappig is. De lezer voelt met hem mee, met de antiburgerlijke rebel die – maar daar is hij voor behandeld – af en toe wel erg agressief uit de hoek komt. Hij palmt je in, met zijn oneliners over tafelgesprekken (‘films zijn meer voor het eind van de avond, als je echt niets meer te zeggen hebt’) en moderne ouders die hopen ‘dat hun kinderen ze als Joris en Wilma langer leuk zouden blijven vinden dan als papa en mama’; met zijn uitvallen tegen premiers voor wie je je schaamt en gerants die zich onsterfelijk belachelijk maken.

Dat Kochs nieuwe boek gedrenkt is in humor, zal niemand verbazen die zijn vorige romans heeft gelezen. Ook in Het diner betoont hij zich een satiricus van de beau monde (of liever de rijke bourgeoisie) die als belangrijkste stijlmiddelen de droogkomische bespiegeling, de puntgave zin en de verklarende flashback hanteert. Dat Koch goochelt met raadsels en de lezer op een doortrapte manier voortdurend op het verkeerde been zet, is ook geen nieuws. De grote stap die Koch in Het diner zet is dat de hoofdpersoon ondanks zijn eigenaardige psychological make-up geloofwaardig en herkenbaar blijft – een vader die weinig gemeen heeft met de karikaturen die het werk van Koch ook bevolken, en in wiens onvoorwaardelijke liefde voor vrouw en zoon je blíjft geloven.

‘Koch schrijft een roman met de titel Het diner’ – het klonk vantevoren als een Duitse woordspeling uit Jiskefet, het komische televisieprogramma waar de auteur ooit deel van uitmaakte. Maar het resultaat is de beste Nederlandse roman die ik in maanden gelezen heb. Minder wijd uitwaaierend dan Odessa Star misschien, en minder aandoenlijk dan Denken aan Bruce Kennedy; maar van begin tot eind spannend en zelfs een tikje beangstigend. ‘Klonk dit geloofwaardig?’ vraagt Paul zich af als hij Claire een leugentje om bestwil vertelt. ‘En vooral: keek ik er geloofwaardig bij?’ Wij kunnen hem, en vooral zijn schepper Herman Koch, alleen maar hartgrondig een jawoord geven.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.