Een Amerikaanse droom uit 1797
Het recht op een cheque van twee ton
Op mijn achttiende verjaardag vind ik in de brievenbus een cheque van twee ton. Geen verjaardagscadeautje, maar een officiële overmaking van overheidswege. Het begeleidende briefje verduidelijkt dat iedereen in dit land gelijke kansen moet hebben en daarom bij het bereiken van de volwassenheid aanspraak heeft op een aandeel in het nationale vermogen. Financiële onafhankelijkheid en de mogelijkheid je leven vorm te geven, zijn immers kernwaarden van onze samenleving. Ik kan het geld besteden zoals mij goeddunkt, mits ik mijn opleiding afrond. Ik studeer zo snel als mogelijk af geef een groots feest, en leef erop los. Plotseling is het geld op en wordt het koud en donker. Iedereen die de twee ton beter heeft geïnvesteerd, kijkt op me neer. Ik ben mislukt. Ik heb bittere spijt.
Bruce Ackerman en Anne Alstott: The Stakeholder Society. Yale University Press, 288 blz. ƒ71,65 (geb.), ƒ38,35 (pbk)Socialisme
Als ik uit deze nachtmerrie ontwaak, bevind ik me niet in een aftakelende Europese welvaartsstaat. Het idee om net minderjarigen een aandeel van 80.000 dollar te geven, is namelijk een actuele neoliberale Amerikaanse Droom. Bruce Ackerman en Anne Alstott, hoogleraren aan de universiteit van Yale, hebben er een kloek boekwerkje over gepubliceerd met 261 literatuurverwijzingen, 498 voetnoten en een als Appendix bijgevoegd financieringsplan (de kosten, jaarlijks een kwart biljoen dollar, zullen worden gefinancierd uit een nationaal fonds dat eerst wordt gevoed door een vermogensbelasting en later door de verplichting bij overlijden de stake met rente terug te storten). Het plan heeft indrukwekkende historische antecedenten die in de Stakeholder Society worden getraceerd tot het essay `Common Sense' waarin Tom Paine reeds in 1797 een `stake' voor 21-jarigen voorstelde. Het moet dus wel een serieus en goed doorgedacht plan zijn.
De droom van Ackerman en Alstott is een maatschappij die alle jonge Amerikanen het gevoel geeft serieus genomen te worden en daarmee de basis legt voor een grotere maatschappelijke coherentie en betrokkenheid van Amerikaanse burgers. Ook zien Ackerman en Alstott voordelen in de vorm van verminderde jeugdcriminaliteit (de dreiging 80.000 dollar te verliezen, werkt blijkbaar afschrikwekkender dan gevangenisstraf), geringere uitvalpercentages in het middelbaar onderwijs (het vooruitzicht 80.000 dollar te moeten beheren, is in ieder geval een belangrijke prikkel tijdens de economieles op te letten), meer democratie, grotere economische dynamiek en minder discriminatie op grond van huidskleur of geslacht.
Ook zonder de bevlogenheid voor een `aandeelhouders-maatschappij' te delen, kan men veel sympathie opbrengen voor de noodzaak een radicale verandering in de Verenigde Staten teweeg te brengen, al ben ik er niet zo van overtuigd dat geld zowel de bron als de oplossing van alle problemen is. De kernachtige analyse van Ackerman en Alstott dat de scheve verdeling van vermogen en inkomen en de oneerlijke toegang tot scholing en hoogwaardig werk urgente bedreigingen vormen voor de huidige Amerikaanse maatschappij is valide en wel overtuigend. In het afgelopen decennium zijn de voordelen van de hoge economische groei in de Verenigde Staten voornamelijk neergeslagen bij de 20 procent rijkste Amerikanen. Sterker, de rijkste 5 procent heeft een aandeel van 20 procent in het nationale inkomen en we moeten teruggaan naar 1947 om zo'n scheve Amerikaanse inkomensverdeling te vinden. Ook als we naar de verdeling van het netto vermogen (bezittingen na aftrek van schulden) kijken, blijkt in het midden van de jaren negentig dat de winnaars zich louter in de top-5 procent van de welvaartsverdeling bevinden en dat het netto bezit van de andere 95 procent zelfs is afgenomen.
Het proces dat leidt tot deze ongelijke verdeling wordt versterkt door het gegeven dat het uiteindelijke scholingsniveau sterk correleert met het inkomen van de ouders: ruim de helft van jongeren uit het hoogste kwartiel van de economische hiërarchie behaalt een universitaire graad, voor de middenklasse is dat een vijfde en voor de lagere inkomensgroepen zelfs minder dan een tiende. Aangezien het scholingsniveau op zijn beurt het verdienvermogen bepaalt, worden de bronnen voor een scheve verdeling zo als het ware van generatie op generatie doorgegeven. Ackerman en Alstott argumenteren dat een aandeel van 80.000 dollar het startpunt – een goede, op maat gesneden opleiding – voor iedereen die de intellectuele capaciteiten bezit, bereikbaar maakt.
Maar ook andere jonge Amerikanen hebben recht op een eerlijke start, de mogelijkheid een huis te kopen, te investeren in een eigen bedrijf en zo onafhankelijk van het succes of de mislukkingen van het voorgeslacht vorm te geven aan een eigen toekomst. Zij zijn immers ook staatsburgers met het recht op gelijke mogelijkheden en dus een aandeel van 80.000 dollar.
De intellectuele lenigheid waarmee Ackerman en Alstott balanceren tussen het neoliberale gedachtegoed en ideeën die in essentie aan de traditionele welvaartsstaat ten grondslag liggen, dwingt bewondering af, net als hun passie een brug te slaan tussen realisme en Ideaal. Wie het typisch-Amerikaanse optimisme (`voor ieder probleem drie oplossingen') weet te waarderen, kan genoeglijk in deze vlot geschreven studie verpozen.
Economen zullen overigens ook veel plezier beleven als ze The Stakeholder Society als een whodunnit lezen: welke elementaire denkfouten leiden Ackerman en Alstott tot de conclusie dat deze majeure herverdelingsoperatie, die zijn weerga in de naoorlogse periode niet kent, financieel haalbaar is en geen ernstige schade zal toebrengen aan de Amerikaanse economie? Het is niet leuk te verklappen welke butler het gedaan heeft, maar het is wel goed om twee aanwijzingen op zak te hebben voor men The Stakeholder Society opslaat. Ackerman en Alstott hanteren een vermogensbelasting van twee procent en baseren hun berekeningen op de voor inflatie gecorrigeerde lange termijn opbrengsten van overheidsobligaties. Beide uitgangspunten dienen natuurlijk het retorische doel de soliditeit en haalbaarheid van het plan uit te stralen. Twee procent vermogensbelasting lijkt op het eerste gezicht inderdaad weinig (en illustreert tegelijkertijd mooi hoe scheef de inkomensverdeling in Amerika is geworden).
Maar zo'n `geringe' belasting komt neer op een halvering van het vermogen in een periode van 35 jaar (dat wil zeggen binnen één generatie), een aanzienlijke herverdeling van vermogen en een belangrijke prikkel om de vermogensopbouw beperkt te houden. En hun berekeningen die de hoogte van de terug te betalen stake baseren op het rendement op overheidsobligaties, gaan voorbij aan het gegeven dat over de afgelopen twee eeuwen beleggingen in Amerikaanse aandelen werden gekenmerkt door een dubbel zo hoog reëel rendement. De terugbetalingsverplichting is daarom deels een wassen neus: een in aandelen belegde `stake' levert méér op dan terugbetaald moet worden.
Elementary stakeholding, dear Watson, betekent dat een `stakeholder society' van renteniers waarschijnlijker is dan de met ondernemerszin gekruide Amerikaanse Droom die Ackerman en Alstott propageren.
Lees verder
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.

