Een bries van kou en verlatenheid

Kerstin Ekmans nieuwe roman, Het engelenhuis, heeft een slotzin die feitelijk weer de openingszin van een nieuw boek is. Ze schrijft: `Maar zover is het nog niet.' De enige zekerheid die de lezer heeft is dat van deze roman, de derde uit een vierluik, het slotdeel nog zal verschijnen. Voorafgaand aan Het engelenhuis kwamen de romans Heksenkringen en De springbron. Haar fascinerende misdaadroman Zwart water behoort er niet toe, en toch eigenlijk weer wel. Ekman schrijft eigenlijk een roman fleuve, vergelijkbaar met de Tandeloze tijd-reeks van A.F.Th van der Heijden. Het geliefde genre van Ekman is de generatieroman, en daarin lijkt ze op Marianne Fredriksson met Anna, Hanna en Johanna. En niet alleen op haar, de hele Scandinavische literatuur is doortrokken van generaties, families, levens van mannen en vrouwen in onherbergzame streken vol sneeuwval, winter en bossen.

Kerstin Ekman: Het engelenhuis. Uit het Zweeds vertaald door Elina van der Heijden en Wiveca Jongeneel. Bert Bakker, 324 blz. ƒ34,90

Ekman schrijft prachtig sensibel proza, ze dwingt de lezer niet in een strak keurslijf maar ze laat de taal meanderen en de gedachten verwijlen. De gebeurtenissen volgen elkaar bijna associatief op. Dat geldt ook voor Het engelenhuis. Enkele jonge vrouwen treden erin op die zich moedig staande weten te houden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij leven op de laagste trap van de sociale ladder. Ze krijgen te maken met eerste liefdes en eerste verraad, eerste abortus en verspeeld geluk. `Kinderen worden geboren zonder dat ze dat willen,' schrijft Ekman. `De moeders kunnen er in het algemeen ook niets aan doen. Om je de waarheid te zeggen: veel kinderen zouden vast heel welkom zijn als miskraam.' En: `Je maagdelijkheid was immers als een kleine schat, een zoete noot op een verstopplek.'

Ongeveer dezelfde gedachte-in-mineur over het krijgen van kinderen staat in Anna, Hanna en Johanna: `de oeroude angst van vrouwen voor de bevalling'. Door de mobilisatie verdwijnen de mannen uit het kleine dorp en de vrouwen wijden hun tijd aan elkaar. Zij heten Tora, Jenny en Frida. Het boek ontleent zijn naam aan het huis waarin Tora woont. Het huis kent zijn engelen, vergelijkbaar met de huisgoden die de bewoners beschermen. Tora leeft van alle personages het dichtst bij de dood, die ze fascinerend maar ook angstwekkend vindt. Daarom is die achtergrond van de oorlog noodzakelijk, want de vrouwen vertellen elkaar verhalen over hoe het de mannen in de oorlog vergaat, hoe piloten in stuka's, duikbommenwerpers, zitten opgesloten als levende kern in een brok dynamiet.

De ondertoon van de roman is het voortdurend zeurende besef van eenzaamheid, waaraan de vrouwen lijden. Ze dolen door het dorp, brengen elkaar bezoek en doden de tijd met praten en elkaar verhalen vertellen. Ekman heeft een goede pen in het beschrijven van zoiets eenvoudigs en tegelijk ook pijnlijks als alleen thuiskomen terwijl elders feest wordt gevierd: `Zo is het om thuis te komen: een leeg bed, dansfeest in het stadshotel en een bries van kou en verlatenheid in de keuken.' Dat is mooi, en door de vertaalsters poëtisch gedaan: `bries van verlatenheid'.

De losse toon van dit boek dwingt bewondering af, zeker als je het vergelijkt met de thriller Zwart water. Dat was een werk van staalharde constructie, hier overheerst de associatie. Navertellen doet dan ook afbreuk aan het boek. Wel vroeg ik me af hoe Het engelenhuis is ontstaan: heeft de schrijfster een schema boven haar werktafel hangen of is ze zomaar gaan schrijven, zich als het ware mee laten slepend door haar eigen fantasie?

Zeker is dat elk personage en elke gebeurtenis door haar `gezien' is. Veelvuldig past ze personificatie toe. In de openingsbladzijden beschrijft ze het huis als een mens met gedachten en gevoelens. Het denkt na, kijkt in de toekomst en ontfermt zich over zijn bewoners. Het huis is ook in verval, de eens zo statige voorgevel is verweerd en aangetast door de tijd. Dit `engelenhuis' verlangt naar tijdloosheid, het kan de snelheid van de wereld niet bijbenen. Tora, de bewoonster, evenmin. Uiteindelijk stapt zij uit het leven als uit het huis. Subtiel en schitterend beschrijft Ekman haar daad: Tora `had de eenzaamheid, die van grijze wol was gebreid, uitgetrokken en opgevouwen en op de keukenbank gelegd. Vervolgens was ze uit haar zwarte schoenen gestapt die Kordaat en Bekwaam heetten en had ze onder de bank neergezet.'

Het is een poëtisch, ijl slot van het boek. Hoe moet het nu verder gaan? Er wordt gerouwd om haar besluit door een van haar vriendinnen. Maar dat duurt lang, en ze is nog lang niet `zover'. Dan zijn we aan het eind en kan het boek in het volgende deel verder gaan.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.