Een mooie stoomcursus Mulisch

Harry Mulisch: Twee vrouwen. Stichting CPNB. 145 blz. Tot 14 november gratis voor de bezoekers van de Nederlandse bibliotheken. Handelseditie € 10,– Marita Mathijsen: Twee vrouwen en meer. Over het werk van Harry Mulisch. De Bezige Bij, 160 blz. € 16,90

Achteraf beschouwd ligt de keuze erg voor de hand. Twee vrouwen, de komende maand de meest gelezen roman van Harry Mulisch, is een vlot verteld verhaal over de liefde. ‘Een liefdesroman van Harry Mulisch’ stond er op het achterplat van de oorspronkelijke uitgave.

Bovendien biedt de roman ruimschoots discussiestof voor de landelijke leesclub die de Stichting CPNB met de actie ‘Nederland Leest’ voor ogen staat: homoseksualiteit, de verschillen tussen mannen en vrouwen, Orpheus en Oedipus, de tijdgeest van de jaren zeventig en, vooruit, ook de liefde zelf. En voor de geoefende Mulischvorser, die weet dat geen getal zonder betekenis blijft in zijn romans, is er veel puzzelwerk. Het speciaal voor de gelegenheid (bij vlagen op devote toon) geschreven Twee vrouwen en verder. Over het werk van Harry Mulisch van Marita Mathijsen biedt daarbij een schat aan basismateriaal, aanknopingspunten en suggesties – tot en met vergelijkingen tussen verkeerssituaties en de Orpheusmythe. Afgezien van het ontbreken van de Tweede Wereldoorlog als thema is Twee vrouwen een mooie stoomcursus Mulisch, laat Mathijsen zien.

Maar is de roman ook een hoogtepunt in het oeuvre van Harry Mulisch? Nou nee.

Mulisch is op zijn best op de momenten waarop hij invoelbaar maakt wat Bas Heijne enkele jaren geleden in de Leesclub van NRC Handelsblad ‘de naakte kern’ van Mulisch’ schrijverschap noemde: ‘de angst voor het niets’. Dat doet hij in Het stenen bruidsbed, waarover Heijne destijds schreef, maar ook in Het zwarte licht (1956), in Siegfried (2001) en soms in De ontdekking van de hemel. Die laatste roman is overigens het boek waarin Mulisch zijn mooiste liefdesscènes schreef, tussen Onno en Max – ook een liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht, en ook een die in het teken van ouderschap komt te staan.

Het niveau en de intensiteit van die romans, of van De aanslag, haalt Twee vrouwen niet. De roman is spannend van opzet en vaardig geschreven, maar de ideeën die erin worden uitgewerkt, bijvoorbeeld over de verschillen tussen mannen en vrouwen, zijn weinig opzienbarend.

Komt Laura overeen met de droogstaande Harry Mulisch?

Daarbij komt dat Laura weliswaar een geloofwaardig personage is, maar dat dat veel minder geldt voor haar zwijgende geliefde Sylvia en haar schietende ex-man Alfred. Tekenend is dat het hoofdstukje dat Mathijsen wijdt aan ‘de psychologische leeslaag’ goeddeels gevuld is met de aanduiding van symbolische aanwijzingen in de roman, met name fallussymbolen.

Misschien dat het voortschrijden van tijd en technologie hier tegen het boek werkt. De kern van Mulisch’ tragedie wordt gevormd door Sylvia’s besluit zich stiekem te laten bezwangeren door de ex van haar vriendin omdat zij haar een kind wil schenken. Zowel de keuze voor deze spermadonor als haar zwijgen doet vreemd en ongeloofwaardig aan, wat ongetwijfeld wordt versterkt doordat er nu, dertig jaar later, zoveel alternatieve oplossingen voorhanden zijn.

Gelukkig kun je ook over een mindere Mulisch lang doordenken. In zijn nawoord bij de handelseditie van Twee vrouwen schrijft Onno Blom uitvoerig over de ontstaansgeschiedenis van de roman. Daaruit komt onder meer de oorspronkelijke titel naar voren (‘Het afwezige kind’) en wordt duidelijk dat Mulisch zijn boek in één ruk schreef. Blom roept ook weer in herinnering dat Twee vrouwen Mulisch’ eerste roman was na een lange periode waarin hij amper fictie publiceerde. Zelf heeft de schrijver altijd volgehouden dat het hier ging om een bewuste keuze, dat de wereld non-fictie eiste, maar het ligt in de rede om een zekere blokkering te vermoeden.

Treffend is dan dat het boek waarmee Mulisch terugkeerde een roman was waarin creatie, schepping, het centrale thema is. Twee vrouwen was niet alleen Mulisch’ eerste romanschepping in jaren, het boek gáát er ook over, over de mogelijkheden om iets te scheppen onder moeilijke, schijnbaar onmogelijke omstandigheden.

Zo gezien wordt ook de rolverdeling interessant. Laura komt dan overeen met de ‘droogstaande’ romanschrijver Mulisch. Via een omweg blijkt haar onvruchtbaarheid toch tijdelijk te zijn. In die omweg is de rol van Alfred Boeken, de jaloerse, naar K.L. Poll (1927-1990) gemodelleerde criticus, opmerkelijk. Die is in de eerste plaats een noodzakelijke schakel in de creatie van het kind. Hij moet, zoals Mathijsen schrijft, ‘de tekst als lezer tot leven wekken’. Verwekken is echter niet het enige wat Boeken doet, hij doodt het kind ook. Waarmee Mulisch lijkt te benadrukken dat de criticus in staat is een boek te maken én te breken. Dat is trouwens een wijsheid die de afgelopen dertig jaar danig is genuanceerd.

Je kunt dus een zekere onderdanigheid ten opzichte van de kritiek lezen in Twee vrouwen (dat goed werd ontvangen). Al hebben we hier misschien te maken met een bijeffect van een ander kenmerk dat de meeste Mulisch- interpretatoren bindt: het vermogen tot inbeelding.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.