Een professional heeft geen medelijden
Aan de vooravond van de dierenboekenweek lijnt de Literaire Hondenmepper het losgebroken beestenspul aan.
‘Tjielp tjielp – tjielp tjielp tjielp!’ Het is maart, we horen de vogels weer, dacht de Literaire Hondenmepper toen hij die morgen uit onrustige dromen ontwaakte. ‘Tjielp tjielp tjielp – tjielp tjielp!’ Het lijkt wel of de mussen in mijn nachtkastje nestelen, bromde hij, maar naast zijn bed lag alleen zijn telefoon. ‘Tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp.’ Hij wist het weer: zijn nieuwe ringtone. ‘Tjielp tjielp tjielp!’ Hij nam op.
„Spreek ik met de Literaire Hondenmepper?” vroeg een weifelende stem. „Dit is Kraai, van de Literaire Zoo. Ik ben bang dat wij hier een probleem hebben.” De Hondenmepper kon het wel raden: „Een ontsnappingsprobleem? Om hoeveel dieren gaat het?” Hij kende die Kraai wel: enthousiaste man, kreeg veel voor elkaar, maar soms iets té veel. „We zijn er nog niet helemaal uit”, zei Kraai. „Maar het is hier erg stil. De tafel met vlinders is er nog, maar dat is het dan ook wel. Dan zijn er tegen de dertig weg.”
Zo reed de Literaire Hondenmepper even later in zijn bus door de stad, een lange lijst met dieren op zijn schoot. Eigenlijk was hij vooral voor de literatuur het vak ingegaan, vandaar ook dat hij zich weliswaar ‘Hondenmepper’ noemde, maar in feite alle literaire dieren van straat plukte en wegbracht – met een kort evaluatierapport.
Kraai had gezegd dat er nogal wat oudere dieren tussen zaten die eenvoudig te vangen zouden zijn. Dat klopte, want ineens moest de Hondenmepper vol op de rem gaan staan. Een zwarte poes was met doodsverachting de straat op gerend om zich aan de overkant te voegen bij een groep andere katten in een doodlopende steeg. Misschien was dit toch niet zo’n zware klus. De Hondenmepper zette zijn wagen aan de kant. De durfal bleek inderdaad een oudje, Lamperijn, een kat van Renate Rubinstein (Tussen kat en mens, Augustus, 80 blz. € 12,50). De dieren van Rubinstein schijnen nogal last te hebben gehad van onderdanig-vrouwelijk gedrag ten opzichte van katers op het achterplatje, maar echt vileine dingen vertelt hun baasje niet. Zoals je die ook niet hoort over de poezen van Annie M.G. Schmidt (Poes, poes poes, Querido, 72 blz. € 9,90). Protestantse poes heeft affaire met roomse kater. Leuk. Maar een fragment over de tussen kat- en menszijn zwevende Minoes laat de beperkingen van Schmidt zien: de opbouw is surrealistisch, spannend en ontregelend, maar we eindigen met een grapje.
De katten van Rubinstein en Schmidt zijn de slechtste niet, bleek de Hondenmepper terwijl hij de rest van de groep bij het nekvel greep. Neem nou Poef, van Remco Campert (Dagboek van een poes, De Bezige Bij, 64 blz. € 7,50). Een bestsellend beest, maar allemachtig, wat een saaie kat! Ja, hij krabt aan meubelen en vreest de buurkat, maar verder is het geknuffel en getut wat de klok slaat. Poef figureert ook in het gezelschap ‘dieren van bekende Nederlanders’ die door Jan Mulder (Labradoedel, De Bezige Bij 94 blz. € 10,-) bijeengebracht worden om onder leiding van het olympische paard Salinero te protesteren tegen hun uitbuiting in de media. En nee, de uitwerking is niet leuker dan het idee. ‘Het is van groot belang’, schreef de Hondenmepper op zijn formulier, ‘dat Jan Mulder een avondvullende talkshow krijgt. Sténigen, dat moesten ze die Labradoedel.’ Dat laatste streepte hij maar weer door – je weet nooit of je verkeerd begrepen wordt. Intussen greep hij de twaalf katsoorten uit Kees van Kootens sterrenbeeldenlijst van poezen (Het dierbaarste van Kees van Kooten, De Bezige Bij, 128 blz. € 12,90) bij de lurven. Je kunt toch ook besluiten je oude dierendingetjes niet te bundelen?
Soms vielen de katten mee. Onwillig stapte de Hondenmepper af op de katten van Philip en Lili Freriks (Les chats de Lili, Conserve, 136 blz. € 19,95), want echt aantrekkelijk zagen die er niet uit. Hun namen (Balthus, Sahara, Fifi) geven de schrijvers aanleiding tot een reeks aardige anekdotes over de schilder Balthus, Baudelaire en anderen. Misschien is de man die zich ‘Monsieur Lili’ noemt zélf ook niet zo’n kattenman.
De steeg was bijna leeg, alleen achterin bevonden zich nog Wollejan, Molletje, Cals, Kist, Bellapoes, Bastiaan, Patser (alias Paladijn), Isidora, Barry, Silly, Olli, Toetie en Cooky: de dertien katten van Willem Frederik Hermans (De geur van een pasgestoomde deken. De Bezige Bij, 112 blz. € 14,90). Het speurwerk is gedaan door Hermans-biograaf Willem Otterspeer die in zijn inleiding een kat geeft aan de ‘kneusjes’ van het Hermans-magazine. Waarna Otterspeer de katten uit het oeuvre plukt, de ansichtkaarten van de auteur aan de Poezenkrant overtikt én reproduceert, om ten slotte te constateren dat Hermans zélf een kat was. Waarom wordt niet duidelijk. Wel laat Otterspeer zien hoe Hermans om kattenswil ruzie kreeg met Rudy Kousbroek, die een uitspraak van Hermans over de geur van katten niet correct had geciteerd. ‘De kattenstukken van Hermans zijn goed als kattenstukken, maar matig als Hermansstukken’, noteerde de Literaire Hondenmepper.
Met een klap gooide hij de deur van zijn busje dicht: de opeengepakte literaire katten zorgden voor een hels kabaal, maar een professional heeft geen medelijden. ‘Ik zal ze eens een paar honden cadeau doen’, mompelde hij. De eerste zag hij al staan: een door Vincent Bijlo bedachte blindengeleidehond die onbarmhartig werd uitgescholden door zijn baas, waarop het dier een andere hond besprong, de AIVD in het verderf stortte, opgespoord werd middels een DNA-test, waarna alles toch nog goed afliep. Dat gebeurt alleen in een roman (De Ottomaanse herder, De Arbeiderspers, 136 blz. € 15,95) .
Veel kalmer waren de twee honden die verderop stonden te dralen. Gevoelsbeesten, dat zag je zo. De hond van Martin Bril (Mijn leven als hond, Prometheus, 156 blz. € 12,50) figureerde in het openingsverhaal over het zieke en daardoor steeds aanhankelijker wordende baasje van de hond. ‘Sentimenteel verhaal, maar ach’, schreef de Hondenmepper, ‘Bovendien schrijft Bril mooi over het geluid van een merel in de ochtend.’ De échte gevoelshond van de Nederlandse letteren is Tikker, van Jan Siebelink (Mijn leven met Tikker, De Bezige Bij, 208 blz. € 12,50). Dat dier, wier leven tien jaar terug al te boek werd gesteld, wordt beschreven als een unieke hond, eigenlijk alleen geïnteresseerd in zijn baas – óók in seksuele zin. Waarbij die baas tot het uiterste gaat om zich in zijn hazewind in te leven. ‘Weer sloeg ze de staart opzij, hield hem toen hoog terwijl ze zich op haar ellebogen liet zakken […] Haar smalle, donkere spleet was gezwollen.’ Je zou haast denken dat die Siebelink er zélf op wil springen, dacht de hondenmepper. En hij noteerde: ‘Er zou eens studie gemaakt moeten worden naar de rol van schaamteloosheid in het oeuvre van Jan Siebelink.’
Kattenmensen zijn vooral geïnteresseerd in rust, hondenmensen vooral in seks, dacht de Hondenmepper, terwijl hij een zebrapad naderde. Daar stond een man met een baard wilde gebaren te maken, met een hond én een kat bij het nekvel. „Bent u de Literaire Hondenmepper? Mijn naam is Hans Dorrestijn. Ik had vroeger een enorme hekel aan honden, daar heb ik een boek over geschreven (Het anti-hondenboek, Nijgh & Van Ditmar, 160 blz. € 10,-). Maar inmiddels heb ik óók een enorme hekel aan katten. Kunt u ze allebei meenemen?” En hij gooide de beesten de bestuurscabine in. Daar kregen ze niet veel later gezelschap van een lijk: dat van het hondje Dolly dat de dood vond in het gelijknamige verhaal van J.M.A. Biesheuvel uit het verder nogal tamme verzamelbundeltje Ik haat dieren (TM Trademark, 124 blz. € 10,-). Dat speet de hondenmepper, want hij werd langzamerhand wee van alle dierenliefde die hem omringde en verlangend naar een mens met een mes. Hij lunchte dan ook met een mooi gebraden konijn van Sylvia Witteman (Het lekkerste dier, De Arbeiderspers, 120 blz. € 12,50) die met een net verteerbare meligheid een vegetarische vriend tot het dier wil bekeren.
Omdat het toch lunchpauze was, betrad de hondenmepper het plaatselijke theater, waar juist een dierendichtvoorstelling aan de gang was. De dieren uit de stallen van Patty Scholten (Noem mij dier, Atlas, 64 blz. € 15,- en Mensje van Keulen (Van Aap tot Zet, met tekeningen van Jan Jutte, Atlas, 58 blz. € 9,90) konden hem maar matig bekoren: veel grapjes, Mensjes virtuoze alliteraties, maar weinig venijn. Misschien worden de beste dierengedichten nooit gepubliceerd, overdacht hij.
Zijn mijmeringen werden onderbroken door een optocht met enkele zeer boeiende dieren (katten van Ter Balkt, een ark vol van Jacobus Revius), samengebracht door Wim Zaal (De 100 leukste dierengedichten Meulenhoff, 128 blz, € 4,95). Al was het ontbreken van de dolfijn (say: ball) van Hans Faverey een raadsel.
Terwijl hij de beesten naar zijn wagen dreef, hoorde de Hondenmepper een vreemd gezoem bij zijn hoofd: een eendagsvlieg (Benjamin Da Cunha: Ballade van een eendagsvlieg. Van Oorschot, 32 blz. € 3,- op 14 maart, daarna € 10,-). Een pretentieloos, maar origineel beestje: ‘Het is niet veel, maar ’k ben bereid / Mijn toch al korte leven / Voor één kus van die wereldmeid / Vroegtijdig op te geven.’ Het mocht mee in de cabine, waar het zich dadelijk op het lijkje van Dolly stortte.
Er zit een grens aan de hoeveelheid huisdieren die een hondenmepper kan verdragen. ‘Ik moet de stad uit, de natuur in.’ Onderweg trof hij het varken dat door Katja de Bruin in haar woonkamer wordt gehouden (Varkensliefde, Nijgh & Van Ditmar, 160 blz. € 15,-). Ook in zijn latere buitenleven zal het beest weinig verrassends doen, maar De Bruins eigenhandige castratie van het dier wekte bewondering – en boezemde de Hondenmepper ook wat angst in. En het waren vrolijker stemmende varkens dan de duizenden soortgenoten die hun einde vonden in Yvonne Kroonenbergs Alleen de knor wordt niet gebruikt, (Contact, 112 blz. € 10,-). Een door het overstelpende dierenleed deprimerend boek, maar, noteerde de Hondenmepper met schroom: ‘Eigenlijk ook een beetje saai. Veel kwesties komen eindeloos terug en bij de vreemde dingen die ze ziet, vraagt Kroonenberg zelden door. Waarom heeft de veelwetende ‘assistente’ van de auteur wel een voornaam (Leontien), maar geen achternaam? Wel grappig is de gelovige boer die op ethische gronden weigert zeugen vóór de slacht te insemineren – respect voor het ongeboren leven.’ Je begrijpt wel meteen waarom het door Patricia Highsmith vereeuwigde varken Samson (gebloemleesd door Tomas Ross in Beestachtig. Dieren in de misdaadliteratuur, Cargo, € 10,-) zo lekker wraakzuchtig is – net als veel andere dieren in die bundel.
Bijna had de Hondenmepper het open veld bereikt toen er aan weerszijden van de weg een erehaag bleek opgesteld van 32 duiven, 18 honden, drie paarden en een kat. Alle met een medaille, de Dickin Medal, de onderscheiding voor heldendieren in oorlogstijd. Hij kende hun verhalen wel, van Bibi Dumon Tak (Oorlogsdieren, Athenaeum – Polak & Van Gennep, 192 blz. €17,50 en De beer Wojtek, Querido, 142 blz. € 12,95) en uit een aantal buitenlandse boeken. Vandaar ook dat hij wist wie de beer was die op een afstand bleef: Wojtek, de Poolse legermascotte die ooit assisteerde bij het uitladen van munitie, maar die een onderscheiding misliep bij gebrek aan getuigen. En misschien ook omdat hij een communistische beer was.
Beer Wojtek blijkt nog steeds te kunnen tillen. Niet alleen laadt hij alle oorlogsdieren in, hij doet dat in één moeite door met de tientallen olifanten en andere Romeinse circusdieren uit Fik Meijers anekdotische overzicht De hond van Odysseus (Athenaeum – Polak & Van Gennep, 152 blz. € 12,50). Ondanks een enkele dierenrechtenactivist avant la lettre als Plutarchus waren de mensen in de oudheid niet erg aardig voor dieren. Maar de dieren waren toen ook niet erg aardig tegen elkaar.
De beer Wojtek ging voor in de richting van een stuk bos waar het bezaaid lag met kadavers, met hier en daar nog wat levende vossen en leeuwen ertussen. De fabeldieren van Aisopos (Fabels, vertaald door Hein van Dolen. Vantilt, 158 blz. € 19,95). ‘Het is één grote massa van wreedheid, list, opportunisme en bedrog’, noteerde de Hondenmepper. Een verademing na al die zoetigheid. En wat is het boek prachtig uitgegeven.’ Een veldje verder bleek de dierenlistigheid niet cultureel bepaald. Daar schoten een door de Maya’s vereeuwigd hert en een jaguar panisch door het bos, bang voor elkaar nadat zij hun samenleven op wederzijds wantrouwen hadden gefundeerd. (Hoe de apen Boeddha vereerden. Verzameld en naverteld door Wim van der Zwan. Altmira-Becht, 126 blz. € 4,95).
De wagen begon al aardig vol te raken toen het bos werd opgeschrikt door het geratel van een specht. Dat die er geen hoofdpijn van krijgt komt misschien door de speciale ophanging van zijn hersenen, die ook nog in een soort vloeistof schijnen te drijven. Het kon niet missen, dit was een dier van Koos van Zomeren (Het dier in het dier, De Arbeiderspers, 330 blz. € 17,95). Daar wordt altijd net iets verder over doorgedacht, hetzij in fysieke zin, hetzij in historische zin, bijvoorbeeld over mens en koe: ‘dat moment, dat moet je je eens voorstellen. De mens, het oerrund en de beslissing: met jou ga ik iets beginnen.’
Het probleem met al die huisdierenschrijvers, besluit de Hondenmepper, is dat ze al die dieren beschrijven alsof het hun éérste dier is; en ze schrijven over die huisbeesten in een constante vergelijking met de huismens: goh, hierin is dit dier toch haast een mens. Tjonge, je kunt toch wel zien dat de kat eigenlijk een ex-leeuw is. Zelden kom je een breder perspectief tegen, een constatering als deze van Van Zomeren over een stervende muskusrat. ‘Mij bekroop een droefheid die overdreven was voor het lot van dit ene dier.’ Het is hetzelfde geduld met de dieren – en de meer gecompliceerde relatie tot de mens – die beesten karakteriseert die L.H. Wiener (Dierenverhalen, Contact, 208 blz. € 18,95) uit zijn oeuvre heeft geplukt. Al krijgen die nooit écht de hoofdrol, omdat die nu eenmaal vergeven is aan Wiener zelf – met hier en daar een alterego.
De schemering viel in en de Literaire Hondenmepper draaide de bus weer richting stad. Een kom met een goudvis werd door beer Wojtek op grote afstand geroken. De vis was afkomstig uit een mooie anekdote van Gerbrand Bakker (Ezel, schaap en tureluur, Cossee, 144 blz. € 14,90) waarin de verteller een jongen ziet met een reisaquarium met goudvissen. Hij wordt er bang van: straks wil hij de vissen bevrijden ‘door samen met ze ten onder te gaan’. Verder zit het boek vol met makke schapen.
‘Wel veel dode dieren ineens’, mompelde de Hondenmepper tegen de beer – zich pas later realiserend dat hij Wojtek had zien tillen en lopen, maar niet had horen praten. Maar de weg lag vol, inderdaad: een dode eend, een vogel zonder kop, een dode eekhoorn en nog tientallen onderzoeksobjecten van Kees Moeliker (De eendenman. Over homoseksuele necrofilie en ander opmerkelijk diergedrag. Nieuw Amsterdam, 144 blz. € 14,95). Moeliker had een zekere faam verworven met de waarneming van de verkrachting van een eend. Twee bijzonderheden: beide eenden waren mannetjes. En de onderste was dood. Vooral het aantekeningenboekje werkt erg komisch, door het turven van het aantal keren dat de levende woerd de dode beklom. ‘Die Moeliker is net zo grappig als Midas Dekkers’, concludeerde de hondenmepper. Dankzij diezelfde Dekkers mocht hij ook nog een reuzenkoeskoes opvangen die uit een boom kwam gezweefd. Dekkers (Piep. Een kleine biologie der letteren, Stichting CPNB, 64 blz. € 5,-) vertelt met grote liefde het beroemde evolutie-essay van Karel van het Reve na, in een poging het verschil tussen biologen en letterkundigen te tonen. En om te verhullen dat hij het liefst zijn hele boekenweekessay had gewijd aan zijn liefde voor het werk van A. Koolhaas.
In het pikkedonker zocht de Literaire Hondenmepper zijn wagen weer, toen hij een stekende pijn in zijn enkel voelde. Een molshoop, maar De Literaire Hondenmepper dacht aan A.L. Snijders (‘De mol is waarschijnlijk mijn symbool geworden voor wat nooit begrepen kan worden, en waar je dus geen klem voor hoeft te zetten’) en besloot verder te hinken (De mol en andere dierenzkv’s, AfdH, 64 blz. € 28,50).
Uren zou de Literaire Hondenmepper nog over de terugreis doen: het rijden werd hem nagenoeg belet door de allergrootste vogelzwerm die hij ooit had gezien. Duizenden kraanvogels, ijsvogels, mussen en parkieten maakten de doorgang onmogelijk. ‘Het was mij bekend’, schreef de Hondenmepper, ‘dat Jan Desmet al twintig jaar krantenknipsels over vogels verzamelt. Maar ik had nooit gedacht dat het nog eens tot zoiets fascinerends zou leiden als Vogels in de kop (twee delen, Atlas, 398 + 464 blz. € 29,95 per deel– deel drie verschijnt in de herfst) waarin die berichten ook nog eens naverteld, gerubriceerd en geïnterpreteerd worden.’ Hij besloot dat het boek van Desmet waarschijnlijk een hallucinatie was.
Half vijf ’s nachts. De Literaire Zoo lag er verlaten bij. De Literaire Hondenmepper parkeerde zijn bus voor de deur. Hij deed een briefje onder de voorruit: ‘Geachte heer Kraai, hier zijn uw dieren terug. Het moet me van het hart dat de meeste nauwelijks de moeite waard zijn. De gevolgen van de literaire bio-industrie zijn rampzalig. Echte literaire dieren worden in de marge gedrukt. Geeft u de beestjes van Aisopos en Moeliker een mooie, ruime kooi en veel voedsel. En plaats veel verrekijkers, zodat iedereen éérst in de lucht naar de vogels van Desmet kan turen – als die bestaan.’
„Kom”, zei hij tegen Wojtek, „we gaan” De beer hield echter in en wees naar de grond. Daar kropen een mier en een rups, de mier nog met suiker aan de pootjes van het klontje dat hij van A. Koolhaas de trap op moest duwen (de nieuw geïllustreerde Alles kits Acht Dierenverhalen, Van Oorschot, 236. blz. € 25,- en Alle dierenverhalen, € 17,50). De rups was het dier dat eens op Armando afgekropen kwam en hem een van de roerendste dierenzinnen ooit ontlokte: ‘Zou je met zo iemand bevriend kunnen raken’ (Dierenpraat, Augustus, 80 blz. € 15,-). Even overwoog de Literaire Hondenmepper deze twee laatste dieren – de kleinste en de mooiste – bij de anderen in de auto te zetten, maar toen maakte hij van zijn handen en holletje voor ze en versnelde zijn pas om de beer in te halen. Hoorde hij daar de een grote lijster zingen? Pas toen hij weer naast Wojtek liep, hoorde hij wat er aan de hand was: de beer floot de ‘St. Louis Blues’.
Elders aangelijnd:
De nieuwe bundel dierenstukken van Rudy Kousbroek (Medereizigers, Augustus, 191 blz. € 17,95) werd twee weken geleden besproken door Ewoud Kieft: ‘Kousbroek houdt passioneel van dieren, en het is leuk om te merken hoe de essayist van het rationalisme dan onbekommerd zijn hoofd verliest.’ (Boeken, 20.02.09). Ook De aaibaarheidsfactor is herdrukt (€ 14,95).
Charlotte Mutsaers besprak vorig jaar al Barber van de Pols nieuwe vertaling van Moby-Dick (€ 15,). ‘Mag het ook op de top-10 voor de dierenliefhebber? Dat lijkt me stug, voor een boek dat druipt van het walvisbloed.’ (Boeken, 14.03.08)
‘Midas Dekkers zwarte humor en macabere ironie dienen zelden om te behagen of om louter effect te sorteren’, schreef Frans van der Helm over het boek dat Dekkers aan jonge mensen wijdde (De larf,(€ 10,-, Boeken, 06.09.02). Ga een en ander na in herdrukken van Poot (€ 12,50), Poes (€ 12,50) en Lief dier (€ 10,-).
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
