Een schaduw die dacht man te zijn
Bouazza worstelt met ‘snippers papier’ in zijn nieuwe roman ‘Spotvogel’
‘Het is tijd voor mijn geest om te ruien. Er valt veel te zeggen voor het schrijven met een veerpen, hoe geaffecteerd ook: met dode veren brengt men woorden tot leven. Hopelijk zichzelf ook.’
Met deze beginregels is de toon van Hafid Bouazza’s nieuwe roman Spotvogel meteen gezet. Niet het verhaal, niet de taal, maar het schrijven zelf staat centraal in de opvolger van het sterke Paravion, dat alweer zes jaar geleden verscheen. In de tussentijd stelde Bouazza bloemlezingen van Arabische poëzie samen, schreef hij essays, maar op het romanfront bleef het lang stil. Spotvogel maakt duidelijk waarom. Bouazza is aan het ruien: zijn veren aan het verwisselen, in de hoop dat hij nieuwe vleugels krijgt.
Dat is met Spotvogel nog niet gelukt. Als deze roman één indruk achterlaat, is het wel van een schrijver die naar zijn vorm zoekt, die afrekent met de schimmen uit zijn verleden, maar tegelijkertijd nog vastzit in zijn oude idioom.
Spotvogel is vrij letterlijk de weerslag van die worsteling, het verhaal van een schrijver die uit het veld geslagen is en weer zijn eerste voorzichtige schreden zet in de wereld van de verbeelding. Maar Bouazza laat aan alles merken hoe moeizaam dit gaat, alsof hij er zelf nauwelijks in gelooft.
Meer dan de helft van de roman gaat over de schrijver zelf, hoe die uitgeblust en depressief wordt opgelapt door zijn moeder, terugkeert naar Oujda, Bouazza’s geboorteplaats, en daarna naar het noorden van Marokko trekt, naar het huis dat zijn vader hem heeft nagelaten. Vrienden van de familie vangen hem liefdevol op, koken voor hem, zingen oude volksliedjes en, het belangrijkste, ze brengen weer sensualiteit in hem los. Als hij dan eindelijk aan het schrijven is geslagen, voorbij de helft van de roman, bedankt hij hen: ‘Ik denk de woorden te hebben gevonden, waaronder gedachten schuilen en niet enkel de wind die mijn geest zo lang heeft doorblazen. Dankzij Sephina en Warid en Makhometo en Andala. En dankzij haar tuin en zijn vogels.’
De oorzaak van de lusteloosheid van de schrijver is ondertussen in het ongewisse gebleven. Er zijn illusies doorgeprikt, zoveel wordt wel duidelijk, in het leven van de schrijver en in zijn verbeelding – wat in Bouazza’s geval misschien wel hetzelfde is. In zijn autobiografische schetsen Een beer in bontjas, het boekenweekessay uit 2001, verkondigde hij al dat de roes van het schrijven hem het ultieme geluksgevoel bezorgt, de meest kernachtige ervaring is in zijn leven, meer bepalend dan het land en de cultuur waar men toevallig is opgegroeid. Voor een schrijver maakt taal zijn identiteit uit, ‘stijl zijn paspoort’.
En precies daar is het misgegaan, tenminste, als de lyrische zinnen waarmee Bouazza zijn verlies bezingt inderdaad gericht zijn aan de muze: ‘Helaas voor deze schaduw die eens dacht een man te zijn, zo glorieus was hij in zijn schoonheid en in je voorkeur; die jij uitverkoos totdat hij in zijn hart niets minder dan een vogel gods dacht te zijn.’
Het verhaal waar de schrijver in Spotvogel dan eindelijk aan toekomt, in de laatste hoofdstukken van het boek, is een mythische liefdesgeschiedenis zoals we die van Bouazza kennen, verteld in een archaïsch en sensueel Nederlands. Het meisje is ‘minnelonkend’, haar heupen bewegen ‘zoals ik mijn moeders hand de zeef behendig zag schudden. En wat slechts weinig vrouwen is gegeven: haar voeten wezen lichtelijk naar elkaar toe en zij zette tijdens het lopen eerst de bal van haar trederik neer en daarna pas de hiel: zodoende was de holte van haar voeten zacht, ongeschaafd, een kleine schaal voor offerkussen.’
Maar anders dan in zijn eerdere romans en verhalen laat Bouazza deze liefdesgeschiedenis, die tragisch eindigt, niet haar eigen beloop. Telkens onderbreekt hij zijn vertelling met mededelingen als: ‘tijd om de pen neer te leggen, maar ik moet nog even door.’ Dat brengt de aandacht weer terug naar de worstelende schrijver die moeizaam uit achtergelaten brieven, ‘snippers papier’, een literaire wereld probeert te scheppen. En naar de vraag wat dan toch de stoorzender is, die zijn verbeelding in de weg zit.
Bouazza kiest er welbewust voor om het antwoord op die laatste vraag niet direct te geven. Maar in zijn afsluitende commentaar op het liefdesverhaal, dat eindigt met vrouwenfoltering en dood, liggen de aanwijzingen. Het gekrijs van het meisje, als zij door haar vader en haar broers verminkt wordt, doet zelfs ‘de spotvogels van Orpheus’ zwijgen.
En het is nu duidelijk dat de titel van de roman verwijst naar de auteur zelf: zelfs de verbeeldingswereld van de schrijver is niet bestand gebleken tegen de wrede en bekrompen onderdrukking van de zinnelijke liefde. En die vindt niet eens zozeer plaats op het achtergestelde Marokkaanse platteland, maar in ‘een land in het Noorden […] een Moerasland, een Houtland, een Neder Land’, zo drukt Bouazza ons op het hart.
Het is niet al te vergezocht om in deze laatste bladzijden van Spotvogel een aanklacht te proeven, tegen onderdrukking van moslimvrouwen in Nederland, en tegen elke verstoring van de liefde uit naam van een geloof. Het is ongetwijfeld welgemeend, maar overtuigen doet het niet. Daarvoor is het geheel van de roman te gekunsteld, te veel uit evenwicht. Bouazza slaagde er met Paravion wél in om met een verhaal vol verbeeldingskracht tegelijkertijd commentaar te leveren op de dubbele moraal waarmee geëmigreerde Marokkaanse mannen hun vrouwen in een keurslijf duwen. Daarvoor hoefde hij geen moment de illusie van het verhaal te doorbreken.
De illusieloosheid en de machteloosheid van de schrijver van Spotvogel zijn meer dan een middel voor Bouazza om aan te geven dat het hem menens is met zijn boodschap. Ze zijn echt. Ook na de pogingen om in de laatste hoofdstukken van de roman de verbeelding weer te laten spreken, gaat Spotvogel nog steeds over de machteloosheid van de auteur. En hoe edelmoedig die pogingen ook mogen zijn, niemand zit te wachten op de excuses van een schrijver.
Lees verder
- Bouazza, H.
‘Een Franse schrijver is iemand die in het Frans schrijft, een allochtone schrijver is iemand die ...
Besproken boek
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
