Een uitgedoofde wereld
Het zou een parodie kunnen zijn van de geschiedenis van een generatie, maar het is een huiveringwekkend realistisch beeld dat Willem van Zadelhoff (Arnhem, 1958) oproept in zijn derde en tot dusver beste roman, Vuur stelen. De figuren zijn herkenbaar – van de kapster Maria, die het tot classicus bracht, maar alsnog aan de drank raakt, tot aan haar vriend die ‘in’ Oscar Wilde was en zelfmoord pleegde op het Spui in Amsterdam. Zij staan model voor de generatie van de jaren tachtig, die geen raad wist met de erfenis van de ’68’ers, die hemelbestormers en tirannen.
De hoofdpersoon, Bob Moreno, ooit een veelbelovende toneelvernieuwer, keert in 2007 na vijftien jaar afwezigheid in Amsterdam terug om daar te ontdekken dat er niets terecht is gekomen van de maatschappelijke en artistieke idealen die hij en zijn tijdgenoten koesterden. Stilstand is wat hij aantreft, stilstand die tot verrotting leidt. In een schrijverscafé aan het Spui ontmoet Bob zijn grote idool van weleer, regisseur Björn Carolus, die ’s ochtends vroeg al dronken is. Om hem heen hangt een oudemannengeur. Regisseren doet hij niet meer, wel zit hij in een commissie die subsidieaanvragen beoordeelt. Een andere coming man uit de Amsterdamse toneelwereld van de jaren tachtig, Bobs boezemvriend Hugo Maris, blijkt nu een beroemde tv-ster te zijn die spelletjes en quizzen presenteert. Iedereen vergooit zijn talent, niemand heeft meer een mening, omdat talenten en meningen niet meer tellen. Alles, zo moet Bob ervaren, wordt geregeerd door willekeur.
Aan het begin van Vuur stelen doet het er niet zo veel toe waarom Bob Moreno vijftien jaar afwezig was. Al vanaf de eerste bladzijde is duidelijk dat hij vast heeft gezeten in een psychiatrische inrichting op de Veluwe. Pas aan het einde blijkt waarom. Zijn mislukking als regisseur van Prometheus geboeid, waarin steracteur Hugo het liet afweten voor de hoofdrol, heeft er iets mee te maken. Als Hugo niet op het laatste moment was afgehaakt voor de Prometheusrol, zou Bob nooit zijn teruggekeerd naar zijn moeder in Velp om de funeste gevolgen van háár verknoeide carrière als het ware te herbeleven.
Bob Moreno en Hugo Maris zijn jongens die de wereld wilden veroveren via het toneel. Ze volgden, net als Van Zadelhoff zelf, de toneelschool in Arnhem waar de generatie van 1968 in zijn meest karikaturale Nijmeegse vorm het voor het zeggen had. Het was Marx, vormingstoneel en arbeidersklasse wat de klok sloeg, dit alles overgoten met de moeilijk te doorgronden, tot dogma verheven theateropvattingen van Brecht.
Zoals zoveel ‘provincialen’ rekenden Bob en Hugo op het bevrijdende Amsterdam voor hun doorbraak en die kwám daar ook. Er bleek na de Aktie Tomaat van eind jaren zestig – het referentiepunt van hun leermeesters – heus nog wel wat te vernieuwen aan het toneel. Ze oriënteren zich op het Duitse en Oostenrijkse theater, oogsten succes en lopen vervolgens onherroepelijk vast. Zoals Prometheus die het vuur van de goden stal vijftien jaar lang aan een rots werd geketend, zo gebeurt dat hun ook: Bob wordt opgesloten in een gesticht, Hugo in zijn televisieroem.
Het blijkt hen te zijn vergaan als de vorige generatie van hemelbestormers en, zoals Bob bitter moet ervaren, de generatie daar weer voor. Zijn eigen moeder brak haar glanzende pianocarrière af voor een echtgenoot en een kind om zich de rest van haar leven in een Velpse villa te verbijten.
Desillusie en verwatenheid, daar gaat het over in Vuur stelen, gepresenteerd als een verzameling pijnlijke, soms ontroerende, maar vooral genadeloze eenakters. Van Zadelhoff rekent stijlvol en stijlvast af, nu eens niet speciaal met de ’68’ers, maar vooral met zijn eigen generatie: de jongens en meisjes die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig jong en strijdlustig in een uitgedoofde wereld het vuur aan de mensen wilden brengen en nu als uitgebluste of blasé geworden vijftigers op de blaren zitten.
Lees verder
Besproken boek
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.
