Egobiografie

Echtscheidingen, maîtresses en mooie huizen bepaalden het tumultueuze leven van Frank Lloyd Wright. Volop stof voor een enerverende roman.

T.C. Boyle:
The Women.
A Novel. Bloomsbury, 464 blz. € 17,65. De vertaling verschijnt in september bij Anthos.

Frank Lloyd Wright was een man die geen twijfel kende. Tenminste, in de ogen van zijn landgenoot T.C. Boyle. De extravagante Amerikaanse architect (1867-1959), befaamd om innovatieve ontwerpen als het Fallingwater-huis in Pennsylvania, het Guggenheim Museum in New York en het Imperial Hotel in Tokio, wordt in Boyles twaalfde roman beschreven als een man die te groot was voor zijn tijd, met het charisma van een generaal en de onuitputtelijke energie van een knaap. Iemand die een vanzelfsprekend gevaar betekende voor de burgermoraal, en tegelijkertijd de eeuwige aanjager was van architecturale hoogvliegerij.

Die vitaliteit van Wright is alomtegenwoordig in het humoristische en scherp geschreven The Women. De titel die Boyle zijn roman gaf, is in die zin een schijnbeweging. Maar de suggestie is helder: de enigmatische architect wordt niet van binnenuit bekeken. In plaats daarvan beschrijft een Japanse oud-leerling hem aan de hand van de tumultueuze affaires met de vier voornaamste van de vele vrouwen in zijn leven. Die opzet maakt het opmerkelijk dat de architect aan het begin van de roman toch een moment van onzekere introspectie wordt gegund.

Het is herfst 1924. Frank Lloyd Wright bezoekt een balletvoorstelling in Chicago. Hij heeft twee huwelijken achter de rug, en eerder al is een minnares door één van zijn bediendes met een hakbijl om het leven gebracht. Op dat punt in zijn leven ontmoet hij in het theater de jonge Montenegrijnse danseres Olgivanna, die meteen zijn verbeelding prikkelt. Kortstondig houdt enige zelfreflectie hem tegen. Is hij niet te oud voor de zoveelste impulsieve liefdesaffaire, vraagt hij zich af. Maar die atypische gedachte glijdt onmiddellijk van Wright af. Hij mag 57 zijn, maar is zo vitaal als een boer en heeft een onbedwingbare behoefte aan een vrouw in het centrum van zijn leven.

Wrights daadkracht wordt alleen geketend door juridische procedures. Het oponthoud komt in de vorm van formele rompslomp rond de scheiding van zijn vorige vrouw en het wettelijk verbod binnen het jaar te hertrouwen. Bovendien laat zijn rancuneuze ex-vrouw hem gerechtelijk vervolgen vanwege overtreding van de Mann Act. Deze antiprostitutiewetgeving verbiedt het mannen om met onoirbare redenen een staatsgrens over te steken in het gezelschap van een ongetrouwde vrouw.

Een biografie van Frank Lloyd Wright, met meer genie dan ironie, is uitstekend materiaal voor T.C. Boyle. Deze zestigjarige Amerikaanse auteur, met een gestage productie van hoog niveau, houdt ervan zijn fantasie met feiten te laten worstelen. Bovendien heeft hij een voorliefde voor excentrieke figuren. Ook zelf plaatst hij zijn nieuwste roman naast The Road to Welville (1993) en The Inner Circle (2004), die hij baseerde op de respectievelijke levens van John Harvey Kellogg (uitvinder van de cornflake) en seksonderzoeker Alfred Kinsey.

Boyle’s laatste roman heeft veel weg van The Inner Circle. In beide boeken verloopt de introductie tot de grote meester via een wat brave student, die idolaat bij hem in dienst treedt. Ook belangrijk is dat in beide romans tussen meester en leerling een vader-zoonrelatie ontstaat. Wright én Kinsey zijn grote ego’s, joviale maar veeleisende mannen, die manisch met hun werk bezig zijn, slechts een paar uur per nacht slapen en ook een enorme viriliteit aan de dag leggen. Die laatste eigenschap is de directe reden voor veel van de controverses rondom beide personen.

In The Women speelt Tadashi Sato een bescheidener rol dan zijn voorganger in The Inner Circle. In 1932 wordt de Japanse student leerling-architect van Wright in het zomerverblijf Taliesin, dat deze twintig jaar eerder bouwde in Wisconsin voor zijn toenmalige maîtresse Mamah Borthwick Cheney. Een kleine vijftig jaar later besluit de oud geworden Tadashi een deel van het levensverhaal van Wright op papier te zetten. Hij wil ontdekken of de door hem zo bewonderde Amerikaanse architect ten diepste een genie, een ongegeneerde rokkenjager of een sociopaat was.

Tadashi introduceert elk van de drie delen waaruit de roman bestaat met eigen herinneringen aan zijn tijd in Taliesin. Het eerste dat Wright hem bij binnenkomst vraagt is of hij kan koken. Voordat hij aan de tekentafel mag komen zitten, moet hij zich eerst uitsloven in de keuken; net als alle andere leerling-architecten van de Amerikaan. Volledige toewijding aan de grillen van de meester, die door de Japanner Wrieto-San wordt genoemd, zijn noodzakelijk. Dit voert zo ver dat Wright Tadashi’s relatie met een blanke medeleerling verbiedt, vanwege de raciale bekrompenheid van de omgeving.

Tadashi’s persoonlijke verhalen – met de Japanse aanval op Pearl Harbour in 1941 als pijnlijke episode – vormen een mooi contrast met het grootste deel van het boek. Hierin beschrijft hij Wrights relaties met drie vrouwen: danseres Olgivanna Milanoff, beeldend kunstenares Maude Miriam Noel en de vroeg feministische Mamah Borthwick Cheney. Zijn vroege huwelijk met Catherine Lee Tobin, met wie hij zes kinderen kreeg, komt slechts kort aan bod. Tadashi is hier alleen aanwezig in enkele voetnoten, waarmee hij het verhaal van vaak ironisch commentaar voorziet. Als Wright dagdroomt over het Imperial Hotel in Tokyo, dat eeuwenlang de glorie van Japan moet gaan verbeelden, kan Tadashi niet nalaten te vermelden dat het gebouw al werd gesloopt in 1968.

T.C. Boyle krijgt soms het verwijt dat zijn personages niet invoelbaar zijn. Ook in The Women blijven Frank Lloyd Wright en zijn vrouwen op een afstandje. Maar je staat met fascinatie te kijken hoe hij ze slachtoffer maakt van hun driften en droombeelden. Boyle is nooit een schrijver geweest die zijn personages volledig psychologisch uitdiept. In de eerste plaats zijn ze dankbaar materiaal voor zijn verbeeldingskracht, voor in dit geval een roman over lust, egoïsme en grootheidswaanzin.

Een schitterend nietsontziend personage is de furieuze, aan morfine verslaafde Maude Miriam. Tijdens haar huwelijk met Wright kan ze zich in schroeiende hartstocht aan hem vastzuigen, maar zet ze hem kort daarop met even groot gemak weg als een uiterst kleinburgerlijk figuur. En als hij later een kind heeft verwekt bij Olgivanna, belaagt helleveeg Miriam haar in het ziekenhuis herstellende opvolgster.

Tegelijkertijd slaagt Boyle er goed in om de manie van Wright te vangen. ‘Hij fixeerde zijn ogen op mij’, schrijft Tadashi wanneer hij berispt wordt om een avondje drinken; ‘zijn architectenogen, de ogen die geen detail misten, die altijd brandden, zelfs wanneer hij doodmoe was, alsof ze verlicht werden met een inwendig wattage dat nooit krachtiger werd of verflauwde of een hapering toeliet.’

Ook kleinere scènes zijn verrukkelijk, zoals beschrijvingen van het huiselijk leven: de voortdurende nieuwbouw aan Taliesin, de maaltijden, de schaatspartijen op een bevroren meertje in de buurt, het verbouwen van gewassen, de muziekavondjes. De burgerlijke gezelligheid waar Miriam witheet van zou worden, beschrijft de auteur met beeldende zinnen en een perfect gevoel voor ritme, zoals: ‘Terwijl ze aten, keken ze naar het meer dat van koper in zilver in lood veranderde, waarna de ramen het licht van de kamer begonnen terug te geven en Frank het huis doorging om één voor één de lampen aan te doen.’

Achteraf is het opvallend dat Tadashi niet terugkomt op de vraag die hij bij aanvang stelde: wat voor man was Wright? De snelheid van het verhaal blijft bij Boyle continu hoog. Het strak gemonteerde The Women biedt geen ruimte voor meer dan kortstondige reflectie op grotere vraagstukken. De schrijver raakt bewust ook aan de discriminatie van Japanners, met name na 1941. Maar hij houdt het bij een terzijde. Hetzelfde doet hij met de betekenis van de menselijke tragedie die in 1914 over Taliesin neerdaalt, waarbij Wrights minnares wordt vermoord.

Na lezing van The Women blijft vooral het ongekende schrijfplezier bij dat Boyle op elke bladzijde laat zien: de uitzinnige personages, de stilistische verbeeldingskracht, het voortdurend prikkelen van de lezer met kleine vooruitwijzingen, de sprongen van personage naar personage, de nooit afwezige humor en de brutaliteit waarmee hij zich het leven van de Amerikaanse architect eigen maakt. De meest geprezen eigenschappen van Frank Lloyd Wright, zijn energie en creativiteit, gaan ook op voor de roman waarin hij de hoofdrol speelt.

 

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.