En de Rutka stroomde en stroomde
Hypnotiserende roman van Pool Wieslaw Mysliwski, hier onbekend – tot nu toe
‘Herinnering is een hond die gaat liggen waar hij wil’, de derde zin uit Rituelen van Cees Nooteboom, had heel goed het motto kunnen zijn van Over het doppen van bonen. Deze roman uit 2006 over herinneringen van de Poolse schrijver Wieslaw Mysliwski begint met een paar terloopse zinnen: ‘U komt bonen kopen? Bij mij? U kunt toch zo in elke winkel bonen krijgen. Maar komt u vooral binnen. U bent toch niet bang voor honden?’
Ze vormen de opmaat voor een betoverende monoloog van bijna 400 pagina’s waarin een oude Pool, nu beheerder van een verzameling zomerhuisjes, ooit elektricien en saxofonist, zijn levensverhaal vertelt aan de onbekende man die zich meldt om bonen te doppen. Maar is hij wel een onbekende? Regelmatig zegt de verteller dat hij meent zijn bezoeker al eens eerder ontmoet te hebben, zoals er ook in zijn verhalen soms verwarring heerst tussen mensen die denken elkaar van vroeger te kennen.
Al snel daagt het je zo dat dit boek niet alleen bestaat uit de herinneringen van de verteller, maar dat het ook gaat over de werking van het geheugen: hoe maakt een mens jaren na dato nog het onderscheid tussen wat hij heeft meegemaakt, wat hij denkt dat hij heeft meegemaakt en wat hij heeft meegemaakt maar waar hij niet meer aan wil denken?
In die laatste categorie valt veel: het dorp waar de man opgroeide is uitgemoord, het bevond zich op de plaats waar nu de vakantiehuisjes staan. In het bos liggen de graven, de man schildert doorlopend de namen bij op de houten kruisen, die door het vocht snel verweerd raken. ‘Iemand moet het hier in de gaten houden’, zegt hij, doelend op de vakantiehuisjes. Voor de lezer is evident dat hij er veel meer voor de doden is, maar dat schrijft Mysliwski niet op.
Over het doppen van bonen is toch al een roman waarin een enorme expliciete woordenstroom verhult dat er veel niet wordt gezegd. Het relaas van de verteller raakt aan de geschiedenis van Polen in de 20ste eeuw, maar oorlog en dictatuur worden zo nadrukkelijk vanuit het perspectief van deze wat naïeve (of zich naïef houdende) man geschilderd dat het lijkt alsof er geen enkele ideologie aan te pas kwam. Soms staat er dat iemand wel wat zag in die nieuwe wereld omdat de oude hem niet aanstond, maar verder gaat de exploratie van de gedachten achter de socialistische heilstaat niet. Wel zijn er symbolische scènes, zoals een optreden op een onheilspellend gemaskerd bal, dat de angst in een door geheime diensten gedomineerd land voelbaar maakt. Daarnaast is het ook een roman over een man die aan zijn lot wil ontsnappen: hij overleeft het bloedbad in zijn dorp, werkt zich via kostschool en zelfstudie op tot saxofonist in een dansorkest in het buitenland.
Er loopt heel veel heel slecht af in Over het doppen van bonen, maar de onweerstaanbare toon waarop de verteller zijn relaas doet, maakt dat het nergens larmoyant wordt. Wanneer de plaatselijke rivier de Rutka beschreven wordt, gaat het eerst losjes over de waterstand – tot Mysliwski zijn lezer even kopje onder duwt, om hem dan weer boven te laten komen. In de voortreffelijke vertaling van Karol Lesman: ‘Niet overal was hij ondiep. Waar hij ondiep was, daar was hij ondiep. Er waren ook diepere plekken. En één plek was het diepst. Daar gingen de mensen heen die wilden verdrinken. Het meest jongelui, als ze van hun ouders niet mochten trouwen. Die verdronken daar het vaakst. Het verhaal ging dat ze dat daar altijd al hadden gedaan, omdat het daar altijd het diepst was geweest. Er werd trouwens om allerlei redenen verdronken. En niet alleen door jongelui. Hoewel niet iedereen verdronk, sommigen hingen zich op. En de Rutka stroomde en stroomde. U zult het niet willen geloven, maar ik heb altijd gedacht dat de Rutka de grootste rivier van de wereld was [...]’ En zo gaat het weer onschuldig verder over de Rutka, vaartochtjes en het stuwmeer.’
De terloopsheid en de komisch werkende herhalingen maken Over het doppen van bonen tot een hypnotiserende leeservaring waarbij je dreigt te denken dat het door de schrijver allemaal even argeloos is opgezet als hij zijn oude Pool laat spreken. In werkelijkheid keert zijn relaas steeds terug bij een paar thema’s – zoals, inderdaad, het doppen van bonen – waardoor het geheel de vorm krijgt van een lange jazzimprovisatie. De hoofdpersoon is dan ook saxofonist.
Ben je eenmaal een beetje bekomen van dit boek, dan zit je vooral nog met de vraag hoe de geweldige schrijver Wieslaw Mysliwski hier zo lang onbekend kon blijven. Hij heet een van de grootste hedendaagse Poolse schrijvers te zijn, tweevoudig winnaar van de Nike-literatuurprijs, wat in weerwil van de associaties die de naam oproept een voorname romanprijs is. Mysliwski was tijdens het communistische bewind geen dissident, hij vervulde tal van functies bij uitgeverijen en tijdschriften en werd herhaaldelijk bekroond. Misschien schuilt daarin wel een reden voor zijn geringe ‘export’ tot nu toe, en misschien ook wel voor de geringe rol die ideologie in het boek heeft. Dat er in Nederland nog geen letter van hem is vertaald, wijt Karol Lesman op de site van boekhandel Athenaeum aan de aard van Mysliwski’s oeuvre. Hij schrijft ‘hele dikke romans [...] die ook nog eens stevig geworteld zijn in het leven en de cultuur van het Poolse platteland’. Laat ze allemaal maar komen.
Lees verder
Besproken boek
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.

