Fanfare van rammelende magen

Dimitri Verhulst verbluft met een roman zonder personages

In zijn ontwikkelingsroman over de evolutie keert Dimitri Verhulst  zich af van de krabbelaars die hij als geen ander kon bezielen. ‘Wees de drinker, niet de drank.’
Dimitri Verhulst: Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Contact, 186 blz. € 18,95 (geb.)

‘Alle begin is moeilijk. Kijk maar. ’t Kruipt uit het water zonder om te zien. ’t Zou nog een laatste blik kunnen werpen op de oceanen, heimwee voelen uit eerbied, maar dat doet ’t niet.’

Aldus het begin van de nieuwe roman van Dimitri Verhulst, Godverdomse dagen op een godverdomse bol. ‘’t’ in de laatste zinnen is de mens, of liever het zeeschepsel dat in het Carboon het land opkroop om zich na tientallen miljoenen jaren te ontwikkelen tot de mens. Maar je zou het hele fragment kunnen zien als een knipoog van de Vlaamse schrijver naar zijn lezers. Want eigenlijk doet hij zelf iets vergelijkbaars. Hij begint opnieuw. Na twee succesboeken over het harde leven op het Vlaamse platteland – De helaasheid der dingen (2006, 31ste druk) en Mevrouw Verona daalt de heuvel af (2006, genomineerd voor de AKO-prijs) – keerde hij zich af van de tragikomische krabbelaars die hij als geen ander kon bezielen. Hij liet hen achter, keek niet om, en schreef een roman zonder personages. Een roman over de geschiedenis van de mensheid, of zoals hij het formuleert op de binnenflap van zijn boek: ‘de inventaris van een ondersoort, het curriculum van een smeerlapperij.’

Erg positief komt de mens er inderdaad niet af in Godverdomse dagen. Vreten, neuken, zuipen en doden – dat zijn de vier Ruiters van de Evolutie. In zijn primitieve levenshouding en nietsontziend egoïsme doet ‘’t’ misschien nog denken aan de leden van de familie Verhulst in De helaasheid der dingen, maar er is nóg minder dat ‘’t’ uiteindelijk onderscheidt van de beesten. Niet drie miljoen jaar geleden, toen de voorouders van de oermens zich vermaakten met kindermoord en verkrachting; en ook niet drieënzestig jaar geleden, toen de industriële moord in de concentratiekampen zonder tussenpoos werd opgevolgd door de massamoord per atoombom.

Verhulst beschrijft de menselijke geschiedenis als een ontwikkelingsroman, maar dan een waarin de hoofdpersoon niets leert behalve overleven: ‘’t Moet zich ontdoen van alle sentimentaliteit, want het ene wezen drinkt het bloed van het andere, zo steekt de natuur tenslotte ineen, en waar het op aankomt is de drinker te zijn, niet de drank.’ En zo worden we langs de mijlpalen van de pelgrimstocht der mensheid geleid: via de oertijd, de Neolitische Revolutie, de antieke ‘beschavingen’ en de Middeleeuwen tot de veroveringsoorlogen van de vroegmoderne tijd en de slagvelden van de 20ste eeuw. Namen en jaartallen noemt de schrijver niet, de goede verstaander heeft maar een half woord nodig, en welbeschouwd zijn alle gebeurtenissen een variatie op honger, ziekte, oorlog en seksueel geweld. ‘Is de put dichtgesmeten, dan is de dode alreeds vergeten en sjeest ’t verder op het spoor van de evolutie.’ ‘Zo gaat dat in de moderne tijd; is de voorraad op dan boort ’t elders wel een nieuwe aan.’

Saai, zo’n lesje geschiedenis, die ‘fanfare der rammelende magen’? Niet bij Verhulst, die stilistisch alles uit de kast haalt om zijn misantropische wereldbeeld over de lezer uit te storten. Als een moderne Céline foetert en schimpt hij de oren van je hoofd, als een tweede Herman Brusselmans schiet hij af en toe uit de bocht  met melige geestigheden (‘een eigen grot, een plek onder de zon’, ‘gaan met die banaan!’), en als de natuurlijke opvolger van Jan Wolkers boetseert hij de taal tot memorabele vunzigheid: ‘Wat daar momenteel bloed oprochelt en nerveus zijn zweren aan klodders krabt is heerser over de wereld. […] Kreupel van jicht. Bezitter van cholera, schijterij, hepatitis, tuberculose, lepra, tyfus. Eigenaar van ruggemergtering, leverknobbels, gonorroe, hondsdolheid, aambeien, psoriasis en spruw.’

Nee, vrolijk word je er niet van, ondanks Verhulsts humor. En voor de lezers die zich verheugden op een nieuwe aflevering van de Vlaamse soap rondom het inmiddels legendarische plaatsje Reetveerdegem zal Godverdomse dagen nog een grotere schok zijn dan voor de protestantse boekwinkels die het boek wegens de titel besloten te boycotten. Meer dan een vintage Verhulst is deze ‘roman’ een stijloefening à la Martin Amis, die in Time’s Arrow (1991) het leven van een nazi-arts vertelde van het graf tot de wieg, of à la Randy Newman, die in zijn onsterfelijke liedje The Great Nations of Europe’ (1999) het Europees kolonialisme in een cynische context plaatste.

Het is de stijl die telt in de nieuwe Verhulst. En hij weet het zelf. Niet voor niets laat hij de  Vlaamse verteller in Godverdomse dagen onderstrepen hoe belangrijk het is dat de mens nooit het vermogen verliest om de dingen te benoemen. ‘Want eens de stromen met woorden zullen zijn opgedroogd, zal ’t zijn eigen einde ruiken. Het einde van de woorden, dat is de dood.’

Misschien is dat dan ook het enige flintertje positieve moraal dat Verhulsts achtbaanrit door de wereldgeschiedenis ons nalaat.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.