Filosoof! Help!

Wijsbegeerte als nutsbedrijf

Het gaat uitstekend met het imago van de wijsbegeerte. Nadat eerst de new-agepriesters de vage zijtakken van de discipline in een aantrekkelijk halfreligieus strijklicht plaatsten, durft nu ook de serieuze filosofie zich weer uit de donkere studeerkamer, in het volle zonlicht van de wereld te wagen. Om daar goed te kunnen functioneren, moet de wijsbegeerte zich van haar meest toepasbare zijde laten zien, stevig bewapend tegen kritsiche vragen naar het doel van al dat denken: de filosofie als nutsbedrijf.

Alain de Botton: The Consolations of Philosophy. Hamish Hamilton, 265 blz. ƒ42,55Lou Marinoff: Geen pillen maar Plato! Filosofie als oplossing voor alledaagse problemen. Vert. R. de Heer, A. van der Ent en G.M.L. Harmans. Archipel, 363 blz. ƒ39,90

Maar wat is dan dat nut van de filosofie? Niet het aloude verlangen naar kennis die uitstijgt boven het alledaagse. Twee auteurs uit verschillende hoek komen nu met hetzelfde antwoord: de filosofie is de weg naar persoonlijk geluk.De Amerikaanse hoogleraar filosofie Lou Marinoff doet dat in Geen pillen maar Plato in zijn hoedanigheid van `filosofisch consulent' een relatief jonge uitschieter aan de internationale therapiestam.

De Britse schrijver Alain de Botton (1969) doceert filosofie aan de University of London. Hij heeft een reputatie te verliezen als wonderboy van de Britse letteren. Halverwege de jaren negentig schoot zijn ster bliksemsnel omhoog door werken als Essays on Love, The Romantic Movement en Kiss and Tell, boeken die ergens tussen essay en roman zweven en waarin hij op aanstekelijke wijze de dilemma's en twijfels van de opgroeiende mens inzake liefde en leven verbindt met wat hij in boeken zoal is tegengekomen. Dat er ondertussen hier en daar een boekenkast omgetuimeld lijkt te zijn, was De Botton snel vergeven door het kraaiende plezier waarmee hij door die boekenberg struinde.

Iets dergelijks deed hij ook in How Proust can change your life, een `literair zelfhulpboek' aan de hand van het werk van de veelvuldig bewonderde maar zo zelden gelezen Franse auteur. Het zelfhulpidee is De Botton zo goed bevallen dat hij ook The consolations of Philosophy die vorm heeft gegeven. Het biedt troost voor achtereenvolgens `impopulariteit', `geldgebrek', `frustratie', `ontoereikendheid', `hartzeer' en `moeilijkheden', maar om de finesses van die algemene ongemakken gaat het hem niet. Hij gebruikt ze om filosofen als Socrates, Epicurus en Schopenhauer te introduceren.

Dat doet hij met vaart en humor, constant de wereld van de grote gedachten met het aardse verbindend. De gifbeker van Socrates staat naast de favoriete chocomel van de schrijver en Montaignes gedachten over impotentie worden breed uitgemeten. Als De Botton iets uit wil leggen over logica en argumentatie, trekt hij niet alleen de vergelijking met de kunst van het pottenbakken, maar hij gaat dan ook daadwerkelijk door op het pottenbakthema. Om duidelijk te maken dat het lastiger is een deugdelijke redenering van een ondeugdelijke te onderscheiden dan goed aardewerk van slecht aardewerk, volgen dan ook nog een paar plaatjes. De consequenties van Epicurus' genotsfilosofie worden uitgelegd aan de hand van de keuze van een bepaald model auto, en het hoofdstuk over Nietzsche raakt zowel aan Hitler als aan de incarnatie van de Übermensch: Superman.

Dat is leuk. Toch is The Consolations of Philosophy niet helemaal geslaagd. Waar De Botton in zijn eerdere boeken schreef als een leergierige en enigszins zoekende jongeman, doet hij dat nu vooral als filosofiedocent. Over de behandelde denkers vertelt hij weinig nieuws. Dat ontneemt het boek spanning. Er lijkt geen noodzaak te zijn om troost te vinden; de schrijver zelf is zo op het oog jaren geleden al definitief getroost. Hij wint nu zieltjes voor de filosofie en zakt daarbij soms wel erg diep door de knieën, bijvoorbeeld wanneer hij op pagina 8 de herkomst van het woord `filosofie' uit de doeken doet. De `troost' uit de titel moet niet al te letterlijk worden genomen; De Botton gaat het om de filosofie.

Geheel anders is het met Lou Marinoff in zijn Geen pillen, maar Plato (de oorspronkelijke titel was Plato, not Prozac!, maar de Nederlandse rechthebbenden van de merknaam waren niet erg happig op antireclame in boektitels). Marinoff wil geen mensen naar de filosofie lokken, hij wil zijn eigen therapiemethode aan de man brengen. Dat doet hij vooral door duidelijk te maken wat er allemaal mis is met veel reguliere losjes of minder losjes op de psychoanalyse geïnspireerde therapievormen, die volgens hem te vaak op zoek gaan naar jeugdtrauma's en verborgen wensen, terwijl de werkelijke problemen van een persoon eerder `van filosofische aard' zijn. Die kritiek is terecht, zij het erg uitgesponnen.

Minder overtuigend wordt Marinoff als hij het heeft over wat hijzelf de tobbende mens te bieden heeft. In zijn meest behapbare vorm is dat het Peace-stappenplan, zo genoemd omdat het de cliënt uiteindelijk ook in vrede achterlaat. Peace staat in dit geval voor het identificeren van het Probleem, nagaan welke Emoties het oproept, het Analyseren van de bestaande mogelijkheden om het probleem op te lossen, het overdenken (Contemplatie) van de hele situatie – dus inclusief probleem, analyse en emotie en tenslotte het Evenwicht dat optreedt als de essentie van het probleem is aangepakt en men over kan gaan tot weloverwogen actie.

De baten van de methode worden uiteengezet aan de hand van een grote hoeveelheid casestudy's, waarbij de relatieve onschuld van de `filosofische' aandoeningen opvalt. De man die boos werd, omdat hij een volgens een collega seksueel intimiderende reproductie van een Gauguin-schilderij van zijn werkkamer moest verwijderen, de aantrekkelijke vrouw die vreesde zonder partner achter te blijven en de twijfels van een andere vrouw over het wel of niet nemen van kinderen. Zelden doen ze veel meer dan alles nog eens goed op een rijtje zetten – soms in één enkele sessie – en stuk voor stuk knappen ze daar reuze van op. Filosofische therapie blijkt een vorm van feel-good-therapie te zijn. In het geval van de laatste vrouw komt er nog een andere therapievorm bij kijken: de zogeaamde bibliotherapie, bestaand uit het lezen van (fragmenten uit) een boek.

Hoewel Marinoff in het boek hoog opgeeft van het methodische gehalte van zijn therapie, valt dat in de praktijk nogal tegen: hij strooit met filosofencitaatjes en ontpopt zich zo in de eerste plaats als een handelsreiziger in `eeuwenoude wijsheden'. Daar is niets mis mee, maar met filosofie heeft het niets meer te maken. Dat bezwaar geldt uiteindelijk ook – zij het in mindere mate – voor het boek van De Botton: de psychologische noodzaak om oplossingen (of troost) te vinden verdraagt zich slecht met de filosofische noodzaak om problemen juist op te zoeken en ze eerder te bekijken dan ze op te lossen. Eenmaal getroost, hoeft de mens niet meer te denken.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.