Finnen moorden tot in de hel

Het bedenken van de plot van zijn roman De gifkokkin uit 1988 moet de Finse schrijver Arto Paasilinna (1942) veel plezier hebben gedaan. Ik kan me voorstellen dat hij schaterend achter zijn werktafel het schema heeft opgesteld. Het is een verhaal zoals Agatha Christie's Tien kleine negertjes: wie is de eerstvolgende die doodgaat? Bij Paasilinna zijn het vier mensen die de dood kunnen vinden; een oude vrouw die een gevecht aangaat met drie penozejongens. Het lijkt een ongelijke strijd, dat broze vrouwtje tegen zo'n gang. Maar de vrouw beschikt over een geheim wapen. Wie gaat als eerste, wie als laatste?

Arto Paasilinna: De gifkokkin. Uit het Fins vertaald door Annemarie Raas. Wereldbibliotheek, 191 blz. €17,90

Eerst roept De gifkokkin op sfeervolle wijze een zomerdag op. De bejaarde vrouw, Linnea Ravaska, rommelt op het erf van haar huis in een dorp op vijftig kilometer afstand van Helsinki. Alles ademt vrede en geluk. Met een subtiele, ingehouden ironie schrijft Paasilinna: `Een sympathiek ogende oude vrouw in een serene, landelijke omgeving: hoe mooi.' De vrouw verzorgt de planten, draagt emmers water naar de sauna, waarvan ze de oven opstookt, en ondertussen loopt de kat haar op speelse wijze voor de voeten. Ze heeft een redelijk pensioen als weduwe van een kolonel die in oorlogstijd zijn strepen heeft verdiend. `Hoe mooi', inderdaad. Maar tegelijk: hoe dreigend die pastorale rust.

En tegelijkertijd, op de weg tussen het afgelegen Harmisto en Helsinki, jakkeren drie bezopen kerels in een gestolen auto. Ze dragen jeans en felgekleurde T-shirts, bedrukt met emblemen van Amerikaanse universiteiten. Dit drietal, bij wie denkvermogen en redelijkheid tot het absolute nulpunt dalen wanneer de bierblikjes in steeds hoger tempo leegraken, vertegenwoordigt de klasse der criminelen. Ze zetten een kraak, slaan een landbouwer neer, snijden een herdershond de kop af en zullen uiteindelijk de auto totaal mollen.

Paasilinna beschrijft hun handel en wandel op een toon, waarvoor het woord `nuchter' tekortschiet. Dit is de stilistiek van de pokerface. Een van hen, Kauko, is neef van de vrouw. In zijn brein is het schitterende plan gerezen om zijn lieve tante die hem als kind opvoedde, eens samen met zijn kornuiten te bezoeken. De gebeurtenissen laten zich raden: ze zuipen zich klem, meppen de kat dood, stelen een big, die ze braden boven vuur dat is aangestoken met tante's meubilair. Zij ontvlucht het huis en zint op wraak. De titel slaat op haar heimelijke bezigheden: ze bereidt een gif voor waarmee ze de een na de ander wil doden. Bovendien haalt ze het pistool van wijlen haar kolonel te voorschijn, want een oudere dame in de hedendaagse tijd... is op alles voorbereid.

In meeslepend geschreven, korte hoofdstukken wikkelt Paasilinna de verhaalijn af, gelukkig met verrassende wendingen. Wanneer een van de jongens de dood van een maat wil wreken, verzint hij een list om `de tante' op een veerboot te krijgen. Hij neemt zich voor haar over de reling te gooien, 's nachts, niemand die het ziet. Maar hij kan de verleiding van alle drank aan boord niet weerstaan en voordat hij het weet vindt hijzelf het noodlottige einde. Daarbij wel even geholpen door de gifkokkin. Wanneer zij een verhouding krijgt met een arts, van wie zij de noodzakelijke medicamenten steelt om die tot haar heksenbrouwsel te mengen, schrijft Paasilina laconiek: `Naar bed gaan met een arts was in die zin prettig dat ze er geen zootje van maakten.'

Het is zonde te veel prijs te geven van dit ogenschijnlijk met superieure souplesse geschreven boek. Het is zowel een oefening in overleven als een parabel over hoe iemand te vermoorden. Linnea's aartsvijand en stiefkind Kauko moet ervaren dat zijn schedel niet zo hard is dat die de slagen van een roeispaan kan weerstaan. Uiteindelijk komt het viertal in de hel terecht, want dat is het lot van `iedere tot een Fins-Oegrisch volk behorende sterveling wanneer hij ontslaapt', aldus de schrijver in een nogal noodlottige sententie. Hoewel het criminele trio de jacht op de gifmengster zelfs in de hel willen voortzetten, is dat niet mogelijk. Linnea wordt beschermd door haar echtgenoot, de kolonel, ook al in de hel aanwezig. Hij is de persoonlijke vriend van de Opperduivel, dus Kauka en consorten hebben geen schijn van kans.

Een prachtig, geruststellend slot van een virtuoos gecomponeerde en vertelde roman. Geen liefdesdrama's, echtscheiding en familievetes onder de Noorderzon, maar een lichtzinnig verteld verhaal dat feitelijk over ernstige zaken gaat, namelijk moord, wraaklust en doodslag. Arto Paasilinna dwingt bewondering af door het schrijfplezier dat van elke bladzijde straalt. Hierdoor verbindt hij op grootse wijze ernst en komedie.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.