Foekje was een vrouw

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven, deze week het drama van een topsprintster.

Max Dohle: Het verwoeste leven van Foekje Dillema. De Arbeiderspers, 116 blz. € 14,95.

Er zijn van die boeken die je maar liever ongelezen laat. Het boek van Max Dohle over Foekje Dillema was er zo een. Het was al een tijdje uit, maar ik durfde het niet in te zien. Ik wist wat ik kon verwachten. Eerst het mooie verhaal van een meisje uit een dorp op de grens van Friesland en Groningen, dat een keer als toeschouwer naar een regionale hardloopwedstrijd gaat. Honderd meter sprint, op een voetbalveld. Dat lijkt haar ook wel wat. Na de wedstrijden mag zij, op sokken, tegen de winnares – en ze wint met grote voorsprong. Buitenpost, 30 mei 1948: een sprintster is geboren. Foekje Dillema, uit Burum. Ze is dan al 21 jaar. Een maand later loopt ze haar eerste echte wedstrijd. Ze wint met overmacht. Ze hoort al gauw bij de beste loopsters van Nederland, ze gaat serieus trainen en vormt in het nieuwe seizoen een grote bedreiging voor de nog snellere Fanny Blankers-Koen. Het komt maar één keer tot een duel. Of ontloopt Fanny Foekje?

Het is een verhaal uit een jongensboek. (Of beter: een meisjesboek. Of toch: een jongensboek. Zie verderop.) Daarbij hoort ook het mooie verhaal over Foekjes afkomst. Een meisje uit een groot, arm gezin, dat nooit zou trouwen, werkzaam als huishoudster. Op foto’s zien we haar op klompen, in een bloemetjesschort, bij de waterput achter het huis. In het dagelijks leven zegt Foekje niet veel, maar op en om de baan bloeit ze op. In het nieuwe seizoen (1950) begint ze op de 100 meter Fanny al te benaderen, en op de 200 meter loopt ze een nieuw Nederlands record. Ze mag mee naar een groot landentoernooi in Frankrijk. Daarvoor dient ze zich op 13 juli 1950 te melden in Hilversum. En op dit punt kunt u het boek maar beter wegleggen.

Op deze 13de juli stort de wereld van Foekje in. Drie KNAU-mannen halen haar in Hilversum uit de trein en delen haar in een hoek van het station mee dat ze niet mee mag en dat ze voor de rest van haar leven is geschorst. Wat er precies gezegd is weet niemand. Foekje vertelt haar teamgenoten: ‘Ze zeggen dat ik geen meid ben.’ Ze wordt met een enkele reis Buitenpost weer naar huis gestuurd. Bijna twee jaar lang durft ze niet buiten te komen.

Dat is het trieste verhaal. Het blijkt allemaal waar gebeurd te zijn. Dohle heeft uitgezocht wat er meer dan een halve eeuw later nog uit te zoeken viel. Over de mogelijke rol van Jan Blankers, de man van Fanny. Over dubieuze onderzoeken en testen. Over wat er met Foekje medisch misschien aan de hand was, voorzover nog te achterhalen. Over ingewikkelde afwijkingen die zich in het geslachtelijke spectrum kunnen voordoen, vaak zonder dat iemand er zelf weet van heeft. En over machtsspelletjes.

Dat Foekje een vrouw was is zeker. Dat zij nooit geschorst had mogen worden ook. Dat zij schandalig behandeld is eveneens. Maar daarmee is het drama van 13 juli 1950 niet meer terug te draaien. Foekje heeft er nooit over willen praten. Vorig jaar is ze overleden. En nu? Misschien moet er een plaquette komen, in dat hoekje van het station van Hilversum. Misschien zou er één keer per jaar, op 13 juli, geen treinverkeer mogen zijn tussen Hilversum en Buitenpost. Een monument voor Foekje is er al – in de vorm van deze sportieve biografie.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.