'Gif is waar ik op leef'

Philip Roth spreekt

Schrijven gaat steeds moeilijker, zegt de superproductieve Philip Roth. In ‘Indignation’ schrijft hij weer over schuld en vrijheid, al betwist hij dat zelf. „O ja? Is dat wat Roth-helden doen?”

Philip Roth: Indignation. Jonathan Cape, 234 blz. € 25,-. De Nederlandse vertaling ‘Verontwaardiging’, door Babet Mossel, is verschenen bij De Bezige Bij, 254 blz.
€ 18,90

De grootste levende schrijver van Amerika is twee uur te laat, maar dat is geen kwestie van sterallures. Philip Roth heeft de afspraak verkeerd genoteerd en komt net uit het zwembad, waar hij zijn rugpijn bestrijdt met baantjes trekken. Het houdt hem fit, zoveel is duidelijk. De 75-jarige auteur van moderne klassieken als Portnoy’s Complaint, American Pastoral en The Plot against America maakt een jeugdige indruk, die nog versterkt wordt door zijn kleren: een kaki broek en een lichtgrijs overhemd met opgerolde mouwen. Alleen zijn spreektempo zou zijn leeftijd kunnen verraden; hij neemt de tijd voor zijn replieken en laat zijn Hollandse gesprekspartner graag praten, geïnteresseerd als hij lijkt te zijn in een land waar hij sinds mensenheugenis niet meer is geweest.

Maar eerst excuseert hij zich. Ik antwoord dat het geen straf is om te midden van de boeken van Roth de warme namiddag door te brengen op ‘Philip Roth Plaza’. Mijn wachtkamer, een kantoor in het New- Yorkse filiaal van agent Andrew Wylie, heeft namelijk aan een van de muren een groen street sign met de naam van de schrijver hangen. „Tja,” zegt Roth, „dat bord is mijn eigen exemplaar. Ik kreeg het twee, drie jaar geleden, toen ze me in mijn geboorteplaats Newark eerden met een landmark op de hoek van Keer Avenue en Summit Avenue. Het was een mooie ceremonie, met een toespraak van de burgemeester en een receptie in de bibliotheek, maar ik wist niet wat ik aanmoest met de kopie van het bord. Het is niet bepaald iets voor boven je eigen bank. Dus toen heeft Andrew er een plaatsje voor gevonden.”

Roth ontvangt één vertegenwoordiger van de Nederlandse pers ter gelegenheid van zijn nieuwe boek Indignation (Verontwaardiging), dat vandaag zowel in de Engelse versie als in de Nederlandse vertaling (van Babet Mossel) verschijnt. Het is een mooi gestileerde, beklemmende roman over de joodse slagerszoon Marcus Messner uit Newark, New Jersey, die zijn superbeschermende vader ontvlucht door te gaan studeren aan een college in Winesburg, Ohio. Het verhaal van Marcus’ onafwendbare ondergang in het verstikkend puriteinse provinciestadje speelt zich af in 1951, tegen de achtergrond van de Koreaanse Oorlog, en ademt de sfeer van The Plot against America, Roths memorabele oefening in if-history uit 2004. Heel anders dus dan Roths recente romans Everyman (2006) en Exit Ghost (2007), die net als The Dying Animal (2001) vooral over ouderdom en aftakeling gingen.

„Ik was die oude mannen beu,” zegt Roth desgevraagd. „Ik wilde niet weer een hoofdpersoon met pijntjes en kwaaltjes, en dus koos ik een jongen in de kracht van zijn leven. Bovendien wilde ik schrijven over de maatschappelijke verhoudingen in de jaren vijftig, zo’n beetje het enige tijdvak waaraan ik nooit echt aandacht heb besteed – zelfs niet in mijn eerste verhalen, die uit die tijd dateren.

„De Fifties waren een eigenaardige periode. De Koude Oorlog heerste, maar tot een regelrechte stand-off met de Sovjet- Unie, zoals bij de Berlijnse blokkade van 1961, was het nog niet gekomen. En hoewel de Burgerrechtenbeweging al opkwam, waren vooral de vroege jaren vijftig voor de middenklasse een voorspoedige, vredige periode – tenminste in het veilige Amerika, dat nog zuchtte van verlichting na de Tweede Wereldoorlog. Het vuiltje aan de lucht was de Koreaanse Oorlog, die in 1950 was begonnen met de inval van het door Amerika gesteunde Zuid-Korea door het communistische Noord-Koreaanse leger, en die al snel escaleerde tot een oorlog tussen Amerikaanse VN-troepen en Chinese soldaten.”

De vergeten oorlog.

„Zo wordt hij genoemd, alleen al omdat hij in de schaduw stond van de Tweede Wereldoorlog. Veel veteranen uit de strijd tegen Duitsland en Japan moesten onder de wapenen; mijn vriend William Styron bijvoorbeeld [de in 2006 overleden schrijver van Sophie’s Choice] werd weer gewoon marine-officier. In de loopgraven en in man-tegen-mangevechten stierven honderdduizenden soldaten, onder wie meer dan veertigduizend Amerikanen.”

Marcus is doodsbang dat hij van de universiteit wordt gestuurd en als dienstplichtige naar Korea moet. Die angst moet u zelf ook hebben ervaren.

„Vreemd genoeg niet. Ik was net iets jonger dan Marcus is in de roman; de oorlog eindigde in mijn derde jaar aan de universiteit, ongeveer op hetzelfde moment dat ik mijn draft card voor de militaire dienst kreeg. Kennelijk heb ik ‘de gruwelen van de Koreaanse Oorlog’, waarover Marcus het op de eerste bladzijde van de roman heeft, effectief uit mijn geest weten te bannen. Bij Marcus gebeurt het omgekeerde; het Verre Oosten laat hem niet los. Als hij op zijn nieuwe college gedwongen wordt om kerkdiensten bij te wonen zingt hij in zichzelf het Chinese volkslied dat hij op school heeft geleerd toen China nog een bondgenoot van de VS was. Een aanstekelijk marslied – we hebben het weer vaak kunnen horen tijdens de Olympische Spelen – met één regel die hem als een soort mantra dient: ‘Verontwaardiging vervult ons aller hart’.”

Philip Roth verdeelt zijn romans in ‘Zuckerman Books’ (negen stuks, over zijn alter ego, de schrijver Nathan Zuckerman), ‘Roth Books’ (vijf, die variëren van zeer autobiografisch tot compleet verzonnen), ‘Kepesh Books’ (drie, over de libertijnse academicus David Kepesh) en ‘Other Books’. Indignation behoort tot de laatste categorie. De keuze voor een hoofdpersoon ligt al in een vroeg stadium van het schrijven vast, vertelt Roth. „Eerst zoek ik naar een situatie, een tijd en plaats waarin de held moet opereren, en dan weet ik welke ik- of hij-figuur het moet worden. Het is nog niet gebeurd dat ik halverwege besloot om van Zuckerman toch maar Kepesh te maken, of van een Roth-boek een Anderboek.”

Plaats van handeling is dit keer Winesburg, Ohio – een stadje dat vooral bekend is doordat de Amerikaanse naturalist Sherwood Anderson (1876-1941) er een klassiek geworden verhalenbundel situeerde. Roth: „Ik hou wel van dat soort kleine verwijzingen. Sherwood Anderson mag dan de leermeester zijn geweest van Hemingway en Faulkner, hij wordt niet veel meer gelezen; zelfs Winesburg, Ohio is negentig jaar na verschijning een vergeten boek. Maar toen ik op de universiteit zat, gold hij als een van de beste korteverhalenschrijvers. Ik bewonderde hem, en vooral Winesburg, Ohio, dat als ondertitel ‘het boek van de grotesken’ had. Een grotesk was volgens Anderson een emotioneel verknipt figuur, iemand die door religieuze en sociale verstikking in zijn of haar groei geremd werd. Winesburg was dus in mijn roman de gedroomde bestemming voor Marcus, die aan de controle van zijn vader wil ontsnappen en terechtkomt in een omgeving die hem nóg claustrofobischer maakt. Er heerst, net als in Andersons stadje, een flinke seksuele repressie. Daartegenover staat Marcus, die worstelt met ‘het strakke keurslijf van de conventies’, die ‘vast van plan is om gemeenschap te hebben vóór zijn dood’, en die uit alle macht probeert om onafhankelijk te worden.”

Kortom, een typische Roth-held.

„O ja? Is dat wat ze doen, de Roth-helden?”

Neil Klugman in ‘Goodbye, Columbus’, Alexander in ‘Portnoy’s Complaint’, Coleman Silk in ‘The Human Stain’ – ze gaan in tegen de kleinburgers en vechten voor seksuele ontplooiing. En allemaal worden ze geteisterd door schuldgevoelens.

„Ik zie niet veel schuldgevoel in Indignation. Maar u zult het het beste weten.”

Marcus wordt op een eerste afspraakje gepijpt door een voorlijk meisje en in plaats dat-ie daar blij mee is, vraagt hij zich af of er iets mis met haar is – of met hemzelf.

„Ik denk dat het in dit boek meer gaat over onschuld dan over schuldgevoel. Marcus is seksueel onervaren, eager but innocent. Hij zoekt de vrijheid na een jeugd vol ritueel geslachte kippen en ander koosjer vlees, maar is bepaald geen bohémien, laat staan een Allen Ginsberg; hij raakt compleet van slag door de wereldwijsheid en de directheid van Olivia.”

Voor een jongen die vrij wil zijn is het Winesburg van de jaren vijftig ‘the place not to be’. En seks is er wel de meest beknotte van de vrijheden.

„Dat gold in die jaren niet alleen voor Winesburg. Studenten van tegenwoordig kunnen zich niet meer voorstellen hoe beperkt het seksuele leven in de Fifties was. Als je vertelt dat je niet eens aan pornografie kon komen, kijken ze je geschokt aan, alsof je ze vertelt dat er geen stromend water was. Ze denken dat vrije seks is opgenomen in de Onafhankelijkheidsverklaring: life, liberty and the pursuit of pursuing. Seksuele repressie is oude geschiedenis, en nee, daar heeft acht jaar Bush niets aan kunnen veranderen. De president kan nu eenmaal niet in de slaapkamer van de Amerikaanse burger komen. Met een beetje puriteinse retoriek maak je de maatschappelijke revolutie van de jaren zestig niet ongedaan.”

‘Indignation’ is een kernachtige titel, die goed past in een oeuvre dat gekenmerkt wordt door woedende personages. Maar, zo onderstreept Roth meteen, verontwaardiging is iets anders dan woede – minder extreem, minder gewelddadig, en meer verbonden met gevoelens van vernedering. En trouwens: „Zoveel woedende personages zijn er toch niet in mijn werk te vinden?”

Portnoy is het mooiste voorbeeld, maar in elk boek is er wel iemand die tekeer gaat tegen zijn omgeving of de tijd waarin hij leeft – van de broer van de Zweed in ‘American Pastoral’ tot de oude Zuckerman in ‘Exit Ghost’.

„Zuckerman is niet zo kwaad hoor. Hij heeft nogal wat verlies te verstouwen en probeert dat te verwerken, maar zijn typerendste reactie is toch berusting, of verbazing.”

In een beroemd interview met ‘The Paris Review’ zei u dat een schrijver van woede vervuld moet zijn om de wereld echt te doorzien.

„Heb ik dat gezegd? Ik kan me herinneren dat ik stelde dat iedere schrijver zich voedt met het gif van de tijd en het land waarin hij leeft.”

De woede van Marcus is gericht tegen ‘de deugdzaamheid die in mijn leven de dienst uitmaakt’. Dat klinkt als hetzelfde gif waarmee u zich graag voedt.

„Personages kunnen doen wat ze willen. Maar het is niet de taak van de schrijver om zich te verzetten tegen de verstikkende conventies. Hij hoeft ze alleen te beschrijven. Precies zoals Sherwood Anderson deed door in Winesburg, Ohio de schaduwkant van het kleinsteedse leven te laten zien. Of zoals Mark Twain dat een halve eeuw eerder deed in Huckleberry Finn. Wat dat betreft had ik locatie ook kunnen kiezen voor Hucks woonplaats, Hannibal, Missouri.”

U schrijft in de Amerikaanse traditie, maar ‘Indignation’ lijkt ook geschreven met een knipoog naar het magisch realisme. Een dode vertelt het verhaal.

„Hm, het is niet de bedoeling dat de lezer dat denkt. Deel één heeft als titel ‘Vanuit de morfine’. Marcus is zwaar gewond en gedrogeerd. Ik weet niet of u wel eens morfine heeft gehad, maar je raakt ermee in een soort coma: je weet niet meer waar je bent, maar je geest blijft gewoon doormalen. In die toestand denkt Marcus dat hij dood is, en herinnert hij zich zijn jaar in Winesburg. Daar is niks magisch-realistisch aan, hoewel het wel mijn streven was om de roman een dreamlike quality mee te geven.”

Het is donker geworden in de kleine kamer aan de 57ste straat; de zon is achter de wolkenkrabbers gezakt. Het gesprek komt op de grote voorgangers naar wie Roth in zijn boeken graag verwijst: Franz Kafka, Joseph Conrad, François Mauriac, Nathaniel Hawthorne – allemaal specialisten in schuld en boete die hij met bewondering heeft gelezen en herlezen. Maar veel belangrijker, zegt hij, is dat ze hem lieten zien dat iedere schrijver zijn eigen vrijheid moet bevechten, ‘linguistically and imaginatively’. Als ik zeg dat Roth die vrijheid volledig gevonden lijkt te hebben – zijn productie in het afgelopen decennium is ongelooflijk, met bijna ieder jaar een nieuw, verbluffend boek – knikt hij, om er meteen aan toe te voegen dat het schrijven mettertijd alleen maar moeilijker wordt. „Soms ben ik net als Zuckerman, die in Exit Ghost klaagt dat hij niet zich niet kan herinneren wat hij de vorige dag geschreven heeft.”

Het houdt Roth kennelijk niet tegen, net zo min als zijn pessimistische visie op de moderne leescultuur. In Exit Ghost zegt een van de personages dat schrijvers en lezers geesten zijn die getuige zijn van het einde van het literaire tijdperk; en Roth is het daar helemaal mee eens. „Optimisten zeggen: kijk eens hoeveel boeken er elk jaar weer uitkomen, maar dat zegt natuurlijk niets. Het aantal lezers dat geconcentreerd en zuiver voor het plezier een roman leest, wordt steeds kleiner. Had je er vroeger in Chattanooga, Tennessee nog vijfhonderd, tegenwoordig zullen het er niet meer dan tweehonderd zijn. En op de universiteiten is het niet veel beter. Het boek moet concurreren met veel meer andere verleidingen dan vroeger, en er zit nu nu eenmaal maar een beperkt aantal uren in een dag. Je kunt hopen dat er nog een kleine samizdat van lezers overblijft, maar de waarheid is: het scherm heeft gewonnen.”

Philip Roth, Amerikaans schrijver

Een joodse schrijver wil hij niet genoemd worden, maar het joodse middenklasseleven in Amerika is al even moeilijk uit zijn werk weg te denken als de Woody Allen-achtige humor of de obsessie van zijn personages met seks. Philip Roth (Newark, NJ, 19 maart 1933) debuteerde in 1959 met de verhalenbundel Goodbye, Columbus en bereikte een miljoenenpubliek met het even controversiële als geestige Portnoy’s Complaint (1969). Sindsdien schreef Roth meer dan 20 romans, waarvan er negen het leven van zijn alter ego Nathan Zuckerman boekstaven. In de jaren negentig publiceerde hij een losjes samenhangende trilogie over Amerika in de tweede helft van de 20ste eeuw: Sabbath’s Theater, over een oude poppenspeler die zijn wereld ineen ziet storten; American Pastoral, waarin een gezin kapot wordt gemaakt door de opschudding van de jaren zestig, en The Human Stain, dat scherpe kritiek levert op politieke correctheid en (neo-)puritanisme in de vorm van een tragedie over een aandoenlijke professor. Van de ‘late Roths’ is in elk geval The Plot against America’ (2004), een beklemmende if-history over Amerikaanse antisemitisme, een must.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.