Gooi de grachtengordel plat

Een architecte vol raadselachtig engagement in Robert Ankers nieuwe roman

De dochter van een omstreden architect is in Robert Ankers ‘Nieuw-Lelievelt’ het meisje dat alles goed moet maken. Lukt dat?

Robert Anker: Nieuw-Lelievelt. Querido, 256 blz. € 18,95

In zijn twee jaar geleden verschenen Zomerdagboek Innerlijke vaart schreef Robert Anker: ‘de kwestie van het engagement heeft mij altijd beziggehouden, niet als schrijver maar als mens, de opdracht een betere wereld achter te laten dan je aantrof’. De dichter en schrijver deed ter verklaring van zijn decennialange inzet voor het onderwijs; lesgeven was in de ideologisch veeleisende tijden rond 1970 zijn maatschappelijk relevante alibi om óók kunstenaar te zijn.

Drie jaar nadat stopte als docent is dat engagement Anker ook als schrijver gaan interesseren. Sterker, werken aan een betere wereld is het centrale thema van zijn nieuwe roman Nieuw-Lelievelt. Hoofdpersoon is Wies Bouwmeester, die haar engagement vorm probeert te geven in het naoorlogse Nederland. En nomen est omen, want deze Bouwmeester is architect. En dochter van een aannemer, iets wat haar toekomst zal bepalen. Haar vader was niet alleen een heerlijke, joviale man. Hij was ook een man die tijdens de bezetting zijn opdrachtgevers, laten we zeggen, niet aan een strenge ideologische ballotage onderwierp. Na de bevrijding werd hij daarvoor gestraft met enkele jaren gevangenis. Omdat hij bovendien Wies op zijn sterfbed opzadelt met een nog akeliger oorlogsgeheim, wordt zij het meisje dat alles goed moet maken.

Bouwmeester wordt architect en met de jaren 1957, 1968, 1978 en 2005 als voornaamste ankerpunten leidt de schrijver ons door haar leven, een tocht van maatschappelijk enthousiasme naar desillusie. Dat doet hij met Schwung en brille. Bijvoorbeeld in zijn beschrijving van Bouwmeesters eerste geliefde van wie je bijna alles te weten komt in één lange, dansende zin, waarvan in het kader hiernaast een achtste staat afgedrukt. Daarbij verdient het aanbeveling geen aandacht te geven aan de paar korte niet-geslaagde ‘dagboekfragmenten’ (‘Bah, wat een lamme dag!’) van Wies in het eerste deel van de roman.

Niet alleen de zinnen van Anker – die meer een stilist is dan een analyticus – zijn sterk, ook zijn hoofdpersoon is mooi geportretteerd, wat tevens geldt voor haar kakkineuze moeder en het bijbehorende milieu. Hoogtepunt is de beschrijving van de verhouding tussen Wies en de liefde van haar leven, de joodse Jakob Lerner. De relatie tussen deze twee mensen met tegengestelde oorlogsgeschiedenissen is even indringend als gedoemd. Anker houdt de spanning er bovendien goed in: Nieuw-Lelievelt kent een aantal verassende wendingen, hij zet de lezer een paar keer op het verkeerde been.

Dat is allemaal goed nieuws – maar het maakt Nieuw-Lelievelt nog niet tot een roman over engagement. Want het curieuze is dat Anker zijn boek helemaal heeft volgestopt met de ideeën over wereldverbetering van Wies en haar kompanen, maar dat hun beweegredenen maar niet tot leven willen komen. Akkoord, Wies heeft iets goed te maken namens haar weekhartige vader, zoals misschien veel progressieven een halve eeuw geleden dat dachten. Maar verder dan dat krijgt Anker haar drijfveren niet uitgediept. Hij put zich uit in beschrijvingen van vooruitstrevende en minder vooruitstrevende architectuurstromingen en -modes door de jaren heen. Hij neemt in een moeite door Francis Fukuyama, het eind van de geschiedenis en de doorstart van de ideologie op 11 september 2001 mee. Ook beschrijft hij hoe Wies haar engagement steeds kleinschaliger invult, waar een echo van Ankers eigen werk in het onderwijs in te vinden is.

Maar nergens in deze roman voel je iets van de kracht van de illusie die Wies en haar vrienden en collega’s in zijn greep had. Nergens begrijp je waarom men zo fanatiek de wereld onder handen wilde nemen. Wanneer hij de hoogdravende cafégesprekken tussen de architectuurstudenten in de jaren vijftig weergeeft, lezen we vooral over hun verlangen Jordaan en grachtengordel plat te gooien en de opvatting dat het bombardement op Rotterdam een zegen was voor de architectuur. Dat zijn authentieke radicale gedachten, maar het probleem is dat ze nu zo achterhaald zijn dat je je bij het lezen al snel afvraagt: wat bezielt die mensen? Het doen en laten van Wies Bouwmeester krijgt zo iets leegs en sta je ook bij haar desillusie – die de climax van de roman zou moeten vormen – schaapachtig toe te kijken.

Anker blijft op veilige afstand van het engagement. Dat kan, om terug te keren naar het citaat uit zijn Zomerdagboek, voor hem als mens een verstandige keuze geweest zijn. Voor de schrijver Robert Anker is het echter een handicap. Want de ‘desinteresse’ die de schrijver kennelijk nog steeds voor dat onderwerp voelt, maakt zijn geëngageerde hoofdpersoon steeds minder interessant – in weerwil van alle kwaliteiten van het boek.

[...] wat haar soms het idee gaf dat hij haar in wezen beschouwde als een bouwtekening [...] en het was haar op gaan vallen dat zijn vertoon van attentheid, begonnen met af en toe een klein cadeautje, al snel afzakte naar het niveau van een bloemetje, waarna er eigenlijk zo snel mogelijk geneukt moest worden [...]

Uit Robert Anker: Nieuw-Lelievelt

[...] wat haar soms het idee gaf dat hij haar in wezen beschouwde als een bouwtekening [...] en het was haar op gaan vallen dat zijn vertoon van attentheid, begonnen met af en toe een klein cadeautje, al snel afzakte naar het niveau van een bloemetje, waarna er eigenlijk zo snel mogelijk geneukt moest worden [...]
Uit Robert Anker: Nieuw-Lelievelt

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.