Hoe de sombere wetenschap haar krediet verspeelde

Vanaf haar conceptie staat de economische wetenschap bekend als the dismal science, de somberste wetenschap.
George Soros: De internationale kredietcrisis. De toekomst van de financiële markten Contact, 191 blz. € 17,99 Vertaling van The New Paradigm for Financial Markets, Perseus Books, 17,99.

Toonaangevende economen, zoals Malthus, Ricardo en Marx, zagen in voorbije eeuwen altijd wel een ijzeren wet die beschreef dat de mensheid niet kon ontsnappen aan de krachten van vraag en aanbod en daardoor werd gedreven naar het bestaansminimum. Een pessimistisch wereldbeeld; een wetenschap waar alleen mopperaars zich thuis voelden.

Dat veranderde toen de Riksbank in 1968 de Nobelprijs voor de economie instelde en deze bovendien aan de natuurkundige Jan Tinbergen toekende. Dat was een meesterzet, omdat de Zweedse Centrale Bank zo de economische wetenschap op een zelfde voetstuk plaatste als de natuurwetenschappen, en en passant de maakbaarheid van de volkshuishouding werd verankerd in het wereldbeeld van de econometrische modelbouw. In de filosofie van George Soros moet dit, met excuus aan Paul Krugman die onlangs de Nobelprijs voor economie ontving, het begin van het einde zijn geweest.

De rode draad van Soros’ zojuist verschenen boek De internationale kredietcrisis is namelijk dat in de economie andere wetenschappelijke principes gelden dan in de natuurwetenschappen. Volgens Soros zijn maatschappelijke processen reflexief en daarom inherent onkenbaar. Bedrijven, beleggers, consumenten en toezichthouders nemen aan de economische processen deel die ze tegelijkertijd proberen te begrijpen en te sturen. Zo ontstaan fouten en misvattingen die markten volkomen uit het lood kunnen slaan. Deze reflexiviteit is overigens een wetenschapsfilosofisch thema dat Soros al uitdraagt sinds zijn The Alchemy of Finance in 1987. De internationale kredietcrisis is de vijfde loot aan zijn levenswerk en de ultieme poging van deze haute financier om alsnog wetenschappelijke erkenning te krijgen voor zijn kruistocht tegen het idee dat markten neigen naar evenwicht. Soros vindt de gedachte om markten vrij te laten werken – het ‘marktfundamentalisme’ – namelijk een ideologie. De meltdown van het financiële stelsel is zijn ultieme bewijs voor die door vijftig jaar ervaring ondersteunde stelling en de financiële wanorde biedt hem (zoals hij zelf overigens ook wel ruiterlijk toegeeft) ruim de kans alsnog te betogen dat hij het Grote Gelijk aan zijn zijde heeft. Enfin, de lezer die van taaie wat wollige filosofische traktaten houdt, kan in de eerste helft van het boek terecht en wie alleen wil weten hoe een rogue trader die leiding gaf aan een van de succesvolste hedgefunds ter wereld in maart van dit jaar aankeek tegen de krachten achter de meltdown van het financiële stelsel, volgt zijn advies op en begint pas weer bij het tweede deel van het boek.

Wie dat niet doet, moet overigens scherp lezen en de vele herhalingen voor lief nemen als hij de kern van Soros’ filosofie (en daarmee het meer tijdloze onderdeel van dit in haast geschreven pamflet) wil bevatten. In een notendop is zijn stelling dat iedereen fundamentele misvattingen koestert over de werking van financiële markten, en dat blijkt niet alleen uit het (ook actueel publiekelijk beleden) onvermogen om te begrijpen wat er aan de hand is op de beurzen. Deze misvattingen vormen namelijk tevens de basis voor de excessen die de krantenkoppen van de afgelopen maand bepaalden. De econometrische value at risk modellen die banken gebruiken om te berekenen of er niet te veel risico wordt genomen zijn namelijk gebaseerd op het idee van een evenwichtsherstellend proces op financiële markten. Als de economie sterk uit evenwicht raakt of dreigt te raken, laten dergelijke modellen het afweten – en daarmee het toezicht van de centrale banken. Het ‘derangeren’ van economische processen vormt de basis van de huidige kredietcrisis. Het verhandelbaar maken van schulden en het uitruilen van portefeuilles van wanbetalers (een Europese uitvinding) leidden tot een ongedekte exponentiële groei van niet of niet adequaat gereguleerde financiële markten. Uiteindelijk domineerden dit soort financiële innovaties de wèl gekende – en begrepen – bankproducten: de schuldenmarkt beliep voor de recente deconfiture 2,5 maal de beurskapitalisatie van Wallstreet en tien maal de markt voor Amerikaans schatkistpapier. Een onhoudbare superzeepbel die nadat zij was gebarsten leidde tot een liquiditeitscrisis, maar niet omdat banken niet weten wat andere banken voor zwakke plekken op de balans hebben. Banken weten exact wat anderen deden: namelijk het zelfde als zij zelf hebben gedaan – dat is de rationele basis van het opdrogen van de interbancaire markt.

Eerlijk gezegd vecht Soros soms een beetje tegen windmolens. Ervaren economen weten immers dat theorieën niet zozeer juist of onjuist zijn; afhankelijk van condities van tijd en plaats zijn ze relevant of irrelevant. Het is ook geen punt van discussie dat structurele veranderingen impliceren dat verbanden die in het verleden golden, kunnen verdampen en in het bijzonder wordt dit fenomeen onderkend indien er sprake is van belangrijke wijzigen in het economische beleid. Maar Soros legt zeker een aantal vingers op de zere plekken van het kapitalistische systeem dat hij zo goed kent – en waarvan hij al een halve eeuw profijt trekt.

Recensies op papier

Boekenbijlage NRC HandelsbladDeze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.