In het looprad van het noodlot
Mortiers nieuwe roman Godenslaap: over grote geschiedenis en kleine mensen
‘Erwin Mortier (1965) is kunsthistoricus, verbonden aan het Gentse Museum Dr. Guislain’. Aldus de flap van Marcel (1999), het debuut waarmee Mortier zich in één klap schaarde onder de elite van de Nederlandstalige literatuur. Een korte roman die in 2000 werd gevolgd door een tweede (Mijn tweede huid) en daarna door een dichtbundel, essaybundel en nóg een roman. Museum Dr. Guislain was in een vloek en een zucht verdwenen in een ver verleden. Zo bleek Erwin Mortier niet het soort schrijver te zijn dat bij zijn debuut aan het begin van een lange literaire ontwikkeling stond; hij was eigenlijk meteen al áf.
Mortier, schrijver van de volgende generatie, sprak op de begrafenissen van Reve en Claus. Door zijn vanzelfsprekende aanwezigheid viel amper op dat hij na die uiterst productieve eerste jaren niet zo veel meer publiceerde: de enige fictie die nog van zijn hand verscheen was de novelle Alle dagen samen. Toevallig was die vertraging niet, want tót zijn debuut was Mortier ‘een thuisschrijver’ : iemand die leeft met de pen in de hand, maar niet publiceert.
Zo’n zelfde thuisschrijver vertelt haar levensverhaal in Godenslaap, met vierhonderd pagina’s omvangrijker dan al het eerdere werk van Mortier. Deze Helena Demont heeft in tegenstelling tot haar schepper nooit de stap naar het publieke auteurschap gemaakt. Literatuur hoort anoniem te zijn, vindt ze: ‘Dat de schrijver er ten behoeve van de lezer zijn naam op zette, leek me bijna even absurd als aangerand worden door iemand die je eerst beleefd zijn visitekaartje overhandigt.’ Uit haar metaforiek blijkt weinig aanleg voor lieflijkheid: ‘Elk woord [...] klauwt op uit het vel als de hand van een drenkeling’, de kolommen van woordenboeken noemt ze kruitmagazijnen, de ‘ammunitie voor de hagelschoten die ik losliet op de wereld’.
Inderdaad, vriendelijk is deze bijna 100- jarige vrouw niet. Ze heeft het agressieve lamento van de onafhankelijke vrouw die hulpbehoevend is geworden. Ze betoont zich rancuneus ten opzichte van haar dode moeder en in één moeite door woedend op haar dode dochter: ‘Kinderen die voor hun ouders sterven noem ik inhalig. Ik was razend toen mijn dochter stierf, van haat en van ellende’. Ze knort over haar broer. Alleen haar hulp Rachida, voorbestemd om te zijner tijd háár ogen te sluiten, kan op haar genade rekenen.
Het levensverhaal van Helena begint na deze uitgebreide poëticale uiteenzettingen en heeft WO I als zwaartepunt. Die maakt Mortiers heldin mee aan de geallieerde zijde van het front door de traditie om de zomer door te brengen bij de Noord-Franse familie van haar moeder – en dus ook die van 1914. Een tijd waarin ze van meisje tot vrouw wordt en waarin ze aan de hand van een Engelse soldaat de liefde en de wereld leert kennen.
Mortier beschrijft het begin van la grande guerre lyrisch. Als zijn vertelster de eerste troepen door een telescoop voorbij ziet marcheren, staat er: ‘Het was alsof de oorlog in de eerste plaats uit een geheimzinnige substantie bestond, een soort specerij die zich mengde met het licht en alles intenser maakte, want ik weet nog dat ik tegen mijn oom zei, zonder op te kijken uit de lens, dat het zo mooi was wat ik zag.’
Zo mooi. Het is wrang om te lezen met het vervolg van de geschiedenis in gedachten, maar het is een getrouwe afspiegeling van het enthousiasme waarmee Europa zich in de oorlog stortte. En het is vooral die verleidelijke kant van de oorlog die Mortier in Godenslaap op fenomenale wijze voor het voetlicht brengt.
Dat hangt samen met de situatie van zijn vertelster. Helena raakt zoals haar hele generatie ernstig beschadigd door de oorlog, maar die heeft haar óók de liefde van haar leven bezorgd. Voor haar is het de periode waarin ze de grootste (en soms grootse) avonturen (en zonden) beleefde.
Nieuwe inzichten over de oorlog heeft dat standpunt niet te bieden. Godenslaap is geen ideeënroman. Maar waar Mortier in deze roman wél in slaagt, is het vangen van die bekende gegevens in de ene na de andere passage die je bijblijft. Door de stijl, maar ook door de blik waarmee hij kijkt Onvergetelijk is het verslag van een nachtelijke tocht naar de heuveltop – in de verte dondert het mortiervuur – waar soldaten liggen te slapen in de speelzaal van een oud casino. Een citaat staat in het kader hiernaast. Beeldschoon vermengt Mortier in het fragment de dreiging van de oorlog, het vernietigende voorland van de loopgraven (‘een mouw, een hand, en hoofd’) samen met de geuren van de padvinderij en de risico’s van de goklust. Waarbij het tegen elkaar aan kruipen van de jongens een mengsel wordt van kinderlijke onschuld en naderende doodsangst. Inderdaad, Mortiers proza laat zich soms lezen als een gedicht.
Verrassend is de acute weerzin waarmee beschreven wordt hoe de natuur de stenen en ruïnes weer in bezit neemt ná de veldslag. Daar zou je een beeld van hoop verwachten, van toekomst, maar in Godenslaap gaat het om een landschap dat bloeit in de zomerzon ‘met een uitbundigheid die in de ogen schetterde als een kleur geworden affront’. Het blijkt een opmaat voor anderhalve pagina met van diepe weerzin doordesemde natuurlyriek. Een enkele keer volgt Mortier de sjablonen van de wrede-oorlogsfictie, bijvoorbeeld wanneer een jong meisje wordt getroffen door een verdwaalde granaatscherf; een episode die niet vrij is van effectbejag.
Mortier schrijft zo goed dat je geneigd bent al het andere als bijzaak te beschouwen. Toch zit ook een deel van de betekenis van Godenslaap in de compositie. Want een paar keer in haar verhaal lijkt Helena bij de vrede aangekomen te zijn, waarna het relaas toch weer richting oorlog draait – zoals het leven van alle overlevenden.
Daarmee komen we bij het thema van het boek: de verhouding tussen de grote geschiedenis en de kleine mens. In een passage op driekwart van de roman – die ook de achterflap haalde – heet het: ‘We zijn muizen die in het looprad van het noodlot trappelen en we kunnen het noodlot aan of niet. Geen sonnet heeft ooit de koers van de geschiedenis verlegd. De wereld is de wereld’.
Dat is een waarheid als een koe, maar uiteindelijk is de roman van Mortier één lange aanvechting van de stelling dat de wereld de wereld is. In de eerste plaats natuurlijk doordat elke losse zin van Mortier aangeeft wat de kracht van de verbeelding is, maar dat is in deze roman niet het belangrijkste. Cruciaal voor de betekenis van Godenslaap is de persoonlijkheid van de verteller. Helena belijdt met de mond wel een zekere bescheidenheid (‘Wie schrijft is achterbaks. Je eist een ruimte op naast de tijd’), maar intussen heeft ze maar één missie: de wereld in laatste instantie, in háár laatste instantie met woorden naar haar hand zetten. Sterker: de bestaande wereld het nakijken geven. Dat doet ze in taal, en, om bij de beeldspraak uit het begin van de roman te blijven, met de woorden als ‘ammunitie voor de hagelschoten die ik losliet op de wereld’. Die wereld moet maar even bukken.
En wanneer je dat beseft, weet je ook waarom Mortier in het begin zo uitgebreid heeft stilgestaan bij haar overtuiging dat een schrijver in anonimiteit moet werken. Daarmee maakt hij twee dingen duidelijk: dat we Helena en haar militante verbeelding moeten zien als universeel. En, vooral, dat het niet uitmaakt waar in de wereld een schrijver zich bevindt (in het volle licht of in een museum in Gent) omdat de ware strijd in de taal wordt gevoerd. En in dit geval glansrijk gewonnen.
'Een deur ging open, van de speelzaal die ik me vaag herinnerde uit vroeger jaren. Het rook er beslapen. De hoge ramen wierpen schuine balken van maanlicht op de vloeren, haalden uit de duisternis het plooienspel van dekens, een mouw, een hand, een hoofd tevoorschijn. Her en der lagen soldaten te slapen, alleen of tegen elkaar aan gekropen. Uit hun schoeisel, dat tegen de speeltafels aan lag waarop hun rugzakken rustten, steeg de lucht op van aarde, zomerse aarde, van tentzeil, geolied staan en gras op naar de zoldering met haar frivole stucwerk, dat sureëel boven de slapende gestalten hing.'
Uit Erwin Mortier: Godenslaap
Lees verder
- 11-11-2009 nieuws: AKO-prijs voor 'Godenslaap' van Erwin Mortier
- 02-10-2009 nieuws: AKO-nominaties:Wieringa, Weijts, Trujillo, Mortier, Van Leeuwen en Van Casteren
- Mortier, Erwin
Besproken boek
Recensies op papier
Deze website publiceert elke vrijdag een selectie uit het katern Boeken, dat die dag bij NRC Handelsblad verschijnt. Wilt u alle recensies, interviews, columns en reportages ontvangen, neem dan een zesdaags abonnement of een weekendabonnement op NRC Handelsblad.

